Voor veel Nederlanders is het ondenkbaar, maar ons drinkwater dreigt op te raken. Het Nederlandse waterbeheer en de drinkwatervoorziening moeten flink op de schop om dat te voorkomen. Daar zijn onder meer nationale regie en wetswijzigingen voor nodig. Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat onderkent de risico’s en laat weten dat hij landelijk de regie zal nemen.
Geschreven door Esther Rasenberg
Als je op de Afsluitdijk tussen de Waddenzee en het IJsselmeer staat, zie je waar je ook kijkt water. Aan de ene kant van de 30 kilometer lange dijk, klotst de onstuimige Waddenzee tegen de waterkering aan en aan de andere kant het water van de enorme watervlakte van het IJsselmeer. Een zoetwater meer dat langzaam ontstond toen de voormalige Zuiderzee in 1932 door de Afsluitdijk werd afgesloten. Het IJsselmeer met zijn bijzondere historie, wordt tegenwoordig ook wel de nationale regenton van Nederland genoemd.
Nederland is van oudsher rijk aan water. ‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan’, schreef de Nederlandse dichter Hendrik Marsman in 1936. En nog steeds is ons land het grootste deel van het jaar rijk aan water. Het gros van de tijd zijn de waterschappen erop gericht om overtollig water af te voeren. Kanalen, meren en vennen zijn, waar je ook bent in Nederland, altijd dichtbij. Het vele water geeft het land de zo kenmerkende frisgroene weides.
Wake-up-call
Maar in de zomer van 2026 veranderde dat landschap razendsnel. De groene weides kleurden geel, vennen veranderden in zandvlaktes en rivieren en kanalen vielen deels droog. Het werd pijnlijk duidelijk dat ook in een waterrijk land in een veranderd klimaat spoorslags waterschaarste kan ontstaan. En dat betekent dat ook de drinkwatervoorziening hier in de knel kan komen. Daar zijn meerdere oorzaken voor, maar het goede nieuws is dat er oplossingen zijn waar inmiddels door meerdere partijen aan wordt gewerkt.
De zomer van 2026 was voor het gros van de Nederlanders een wake-up-call. Bij Lobith stond de Rijn sinds het begin van de metingen in 1866 bij Lobith nog nooit zo laag. De zomer was lang en verzengend heet. In juli was er landelijk sprake van een feitelijk watertekort en werd het nationaal crisisniveau opgeschaald: er was niet meer genoeg water om aan alle vraag te voldoen. Vanaf dat moment werden er, daar waar nodig, bovenregionale maatregelen genomen om het water te verdelen. In Nederland hebben de stabiliteit van waterkeringen, het nat houden van veendijken en het voorkomen van onomkeerbare schade aan de natuur voorrang. Daarna volgen drinkwater en energievoorziening, gevolgd door landbouw en industrie.

Nationale regie nodig
Experts waarschuwen al jaren voor een toekomstig gebrek aan drinkwater. Dat heeft vooral te maken met de mogelijkheden om water te winnen waarvan drinkwater kan worden gemaakt. “Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat alle tien de drinkwaterbedrijven vóór 2030 extra productiecapaciteit nodig hebben. Voor sommige drinkwaterbedrijven geldt dat nu al. Voor het aanboren van nieuwe waterbronnen of het uitbreiden van de capaciteit van huidige wingebieden, moeten waterbedrijven een vergunning krijgen van de provincie. Dat zijn complexe, langdurige procedures, waardoor het onzeker is dat dit op tijd zal lukken. Steeds meer drinkwaterbedrijven lopen tegen juridische en bestuurlijke belemmeringen aan bij de vergunningverlening. Ook het gebrek aan financieringsruimte is een struikelblok”, stelt Vewin, de Vereniging van drinkwaterbedrijven in Nederland.
'Steeds meer drinkwaterbedrijven lopen tegen juridische en bestuurlijke belemmeringen aan bij de vergunningverlening'
Dit voorjaar nog stuurde de De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) een advies aan minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat met de mededeling dat er zonder ingrijpen straks niet voldoende drinkwater beschikbaar is. “Stevige maatregelen zijn nu nodig om iedereen tot het eind van deze eeuw te blijven voorzien van voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater”, staat er in de brief.
Ook hoogleraar Europees en nationaal waterrecht Marleen van Rijswick signaleert dat de wateropgaven in Nederland niet opgelost kunnen worden zonder bestuurlijke moed. “Gedegen Water Governance is cruciaal. Er is te weinig (fysieke) ruimte is voor drinkwaterwinningen, want in de directe omgeving van dit soort wingebieden is er sprake van een speciale bescherming waardoor er minder activiteiten mogelijk zijn. De Kaderrichtlijn water bepaalt verder dat er niet meer water onttrokken mag worden dan er wordt aangevuld (grondwater), dus zomaar extra water winnen is lastig.”
Extra drinkwaterbronnen nodig
Al in 2024 stelde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een rapport op over de drinkwatervoorziening van de toekomst van 2030 tot 2050. De vraag naar drinkwater zal, volgens dat rapport, de komende jaren alleen maar toenemen door de bevolkingsgroei en klimaatverandering. Op dit moment wordt 60 procent van ons drinkwater gemaakt van grondwater, 34 procent van oppervlaktewater en 6 procent uit oevergrondwater. “Om aan de vraag van drinkwater te kunnen voldoen, zijn er ook andere soorten bronnen nodig, zoals brak grondwater”, concludeert het RIVM.
Van brak grondwater kan drinkwater worden gemaakt door het teveel aan zout eruit te halen. In de toekomst kunnen ook zeewater en huishoudelijk afvalwater worden gebruikt om drinkwater van te maken. Maar extra zuiveren kost geld én energie. Daarnaast moet de wet- en regelgeving worden aangepast om dergelijke bronnen voor de drinkwaterproductie te mogen gebruiken. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt op dit moment aan een aanpassing van de Omgevingswet om winning uit andere bronnen mogelijk te maken. “Op dit moment moeten we de drinkwaterwetgeving nog aanpassen op het gebruik van zeewater. Daar zijn we mee bezig”, verklaart het ministerie in september 2026.
'We moeten de drinkwaterwetgeving aanpassen op het gebruik van zeewater. Daar zijn we mee bezig'
Internationale afspraken over waterverdeling
Om ervoor te zorgen dat er in periodes van droogte voldoende oppervlaktewater beschikbaar blijft, pleitte de Unie van Waterschappen deze zomer in Brussel voor afspraken over de internationale waterverdeling. “We willen voorkomen dat bovenstrooms gelegen landen hun waterproblemen afwentelen op benedenstroomse buurlanden. Nederland is sterk afhankelijk van rivierwater dat vanuit Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en België komt. Jeroen Haan, voorzitter van de Unie van Waterschappen wil internationale afspraken over de hoeveelheid en de kwaliteit van de wateraanvoer.
“De huidige afspraken over de verdeling van schaars rivierwater in Europa zijn niet robuust genoeg. Wij willen met deze oproep Eurocommissaris Wopke Hoekstra overtuigen om water een centrale plek te geven in een Europees plan om de weerbaarheid van lidstaten tegen klimaatverandering te vergroten. We vinden het belangrijk om afspraken te maken in de zogeheten ‘koude fase’, nu er nog geen conflicten zijn. Voor het maken van dit soort internationale afspraken over de waterverdeling is een gezamenlijke aanpak vanuit de nationale overheid noodzakelijk”, aldus Jeroen Haan. “Daarvoor zijn we dus afhankelijk van nationale regie vanuit Den Haag.”
'Internationale afspraken maken nu er nog geen conflicten zijn'
Politiek lef en scherpe keuzes noodzakelijke
Dit voorjaar adviseerde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur aan minister Karremans om krachtiger invulling te geven aan zijn verantwoordelijkheid voor het drinkwaterstelsel. “IenW moet het initiatief nemen om met betrokken partijen tot een brede drinkwaterstrategie te komen.” Dat advies wordt op dit moment verwerkt in het Nationaal Waterprogramma dat dit najaar in concept verschijnt en de definitieve versie staat op de rol voor 2027.
Karremans beaamt dat er politiek lef en leiderschap nodig is om drinkwater in de toekomst veilig te stellen en zegt toe dat hij de regie zal nemen. “Dat zal ik doen door partijen aan te spreken op hun verantwoordelijkheden. Het is heel belangrijk dat bestuurders, en ikzelf dus ook, keuzes durven te maken. Daarbij gaat het in het bijzonder om de ruimtelijke keuzes die het rijk en de decentrale overheden moeten maken. Zoals het aanwijzen van plekken als drinkwaterwingebied, waarvoor een wijziging van de Omgevingswet nodig is.”
'De prijs van drinkwater moet omhoog'
De Raad voor de Leefomgeving (Rli) benadrukt in het advies dat in 2026 verscheen dat ook de drinkwatertarieven moeten stijgen om te kunnen investeren én om besparing van drinkwater te realiseren. Dat moet, volgens de Rli, op een eerlijke manier gebeuren, door betaling naar gebruik en een hoog tarief voor excessief gebruik. In Nederland worden met de drinkwatertarieven de huidige kosten van de productie van drinkwater volledig gedekt.
Er wordt dus formeel aan het Cost Recovery Principle uit Artikel 9 van de Kaderrichtlijn water voldaan. “Maar Nederlandse drinkwaterbedrijven moeten ook miljarden extra investeren in verouderde infrastructuur en extra waterzuivering vanwege de aanwezigheid van pfas en medicijnresten om te voldoen aan de eisen van de Europese Drinkwaterrichtlijn. En om die kosten te dekken zijn tariefsverhogingen noodzakelijk“, stelt Vewin.
Aanpassen Drinkwaterwet
In de Drinkwaterwet zijn aanpassingen nodig om de drinkwatertarieven te kunnen verhogen. Via de Weighted Average Cost of Capital (WACC) ligt in de Drinkwaterwet wettelijk vast hoeveel kosten voor vreemd en eigen vermogen drinkwaterbedrijven in hun tarieven mogen doorberekenen. Volgens Vewin is dat op dit moment 4,32 procent. De huidige WACC-regelgeving biedt drinkwaterbedrijven te weinig ruimte om de inkomsten te genereren die nodig zijn om het drinkwatersysteem robuust te houden.

Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat mogen drinkwaterbedrijven hun tarieven aanpassen als dat nodig is om kostendekkend te blijven. “Prijsverhogingen zijn in de Drinkwaterwet via de WACC gelimiteerd om consumenten te beschermen”, legt het ministerie uit. “Er ligt nu wel een wetsvoorstel bij de Raad van State, met daarin maatregelen om de financiële gezondheid van drinkwaterbedrijven beter te borgen.” IenW is met de drinkwaterbedrijven in gesprek om de investeringsopgave beter in beeld te krijgen en op welke wijze deze kan worden gefinancierd.
Vewin: “De tien drinkwaterbedrijven hebben laten weten dat de investeringen tussen 2016 en 2024 verdubbelden van ruim 400 miljoen euro per jaar naar circa 900 miljoen euro per jaar. De verwachting is dat deze stijging doorzet.” Volgens het ministerie van IeW is het extra verhogen van de tarieven een van de mogelijkheden om aan de investeringsopgave te kunnen voldoen is. IenW:“Hiervoor is een wetswijziging in de Drinkwaterwet nodig.”
'Voor het verhogen van drinkwatertarieven is een wetswijziging in de Drinkwaterwet nodig'
Nieuwbouw in de knel
Verschillende Nederlandse drinkwaterbedrijven waarschuwen al veel langer voor drinkwatertekorten. Zo liet drinkwaterbedrijf Vitens weten dat het nieuwbouwwijken in de nabije toekomst niet kan aansluiten op het drinkwaternet. In het ‘Manifest Ons drinkwater droogt op, Voorkom drinkwatercongestie’ uit 2026 vragen gemeenten, provincies, waterschappen, bouwbedrijven en watertechnologiebedrijven aan de politiek om het aanbod van drinkwater te vergroten én de vraag temperen. ‘Om de groeiende vraag te beperken, zijn drinkwaterbesparing, waterhergebruik en de inzet van alternatieve waterbronnen noodzakelijk. Om het aanbod te vergroten, moeten we meer water in de omgeving vasthouden en opslaan. Daarnaast is het zaak om de drinkwaterzuiveringen en voorzieningen uit te breiden, te renoveren en aan te passen’, stelt het Manifest.
In een reactie op de oproep in het Manifest laat het ministerie weten dat ze werken aan een aanpak om bewust en zuinig met drinkwater om te gaan. Het ministerie werkt in het Nationaal Plan van Aanpak (NPVA) Drinkwaterbesparing aan een besparing van 118 liter per persoon per dag naar 100 liter. “In dit plan staat ook dat het ministerie waterbewust bouwen als standaard nastreeft. Het ministerie mikt daarnaast op een reductie van 20% drinkwatergebruik bij bedrijven”, stelt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Die besparingen helpen om de vraag naar drinkwater te beperken, maar om de beschikbaarheid van drinkwater nu en in de toekomst te kunnen garanderen, is naast het verkleinen van de vraag, ook een vergroting van het aanbod nodig”, stelt Pieter Litjens, voorzitter van de vereniging van drinkwaterbedrijven Vewin.
Bedrijven hebben al geen toegang meer tot drinkwater
Dat er specifiek beleid moet komen voor bedrijven die drinkwater nodig hebben, zoals bijvoorbeeld voedselverwerkende bedrijven, is evident. Volgens directeur water Roy Tummers van de vereniging van zakelijke elektriciteit- gas- en waterafnemers in Nederland, VEMW, is één van de obstakels de uitleg van de leveringsplicht van de drinkwaterbedrijven in de Drinkwaterwet.
“De afgelopen jaren hebben tientallen bedrijven van hun drinkwaterbedrijf moeten vernemen dat zij geen drinkwateraansluiting konden krijgen. Zo kregen visverwerkende bedrijven in Urk te horen dat drinkwaterbedrijf Vitens niet aan hun vraag naar extra drinkwater kon voldoen. Voorheen konden huishoudens én bedrijven, volgens de wet, rekenen op voldoende drinkwater. Maar na een onderzoek van de Universiteit Utrecht in 2023 wordt daar soms anders over gedacht.”

Het rapport van de Universiteit van Utrecht stelde dat de leveringsplicht in de huidige wet alleen gaat om huishoudelijk gebruik. Van Rijswick, die betrokken was bij het onderzoek, stelt: “De Drinkwaterwet kent geen onderscheid tussen huishoudelijk gebruik en ander gebruik, maar de vernieuwde Europese Drinkwaterrichtlijn bevestigt het feit dat in ieder geval burgers toegang moeten hebben tot schoon drinkwater voor huishoudelijk gebruik. Dat verklaart ook waarom de drinkwatervoorziening als een hoger openbaar belang wordt gezien. Dat kan niet worden gezegd van alle gebruik van drinkwater. Denk bijvoorbeeld aan het nat houden van stallen, auto’s wassen of de productie van bier en cola.”
'De afgelopen jaren konden drinkwaterbedrijven niet aan de vraag van tientallen bedrijven voldoen'
Zakelijk gebruik van drinkwater
Na het onderzoek van de Universiteit Utrecht heeft adviesbureau Berenschot de landelijke overheid geadviseerd om de huidige Drinkwaterwet te verduidelijken. Tummers: “We zouden ook weleens willen weten wat de rechter van de uitleg van de Universiteit van Utrecht vindt en we sluiten niet uit dat we de rechter in de toekomst zullen vragen om zich hierover uit te spreken.”
Samen met werkgeversvereniging VNO-NCW werken VEMW en Vewin nu aan een voorstel om te bepalen voor welke zakelijke klanten water van drinkwaterkwaliteit noodzakelijk is en voor welke niet. Tot die eerste categorie behoren in elk geval de farmaceutische en de levensmiddelenindustrie. Tummers: “De minister heeft toegezegd de wet op dit punt te willen verduidelijken. Wij zouden graag zien dat hij dit met meer urgentie oppakt.”
Omringd door water
Klimaatverandering, bevolkingsgroei, groeiende economie, vervuiling van drinkwaterbronnen, internationale waterverdeling, te lage tarieven om te kunnen investeren in het drinkwater van de toekomst, knellende wet- en regelgeving. Na een uitgebreide zoektocht ben ik terug op de Afsluitdijk. Omringd door water de locatie bij uitstek om te mijmeren over eventuele drinkwatertekorten in Nederland. De uitdagingen zijn talrijk.
Het gaat dus niet zozeer over de hoeveelheid water, maar het gaat vooral om scherpe keuzes en nationale regie. Minister Karremans zegt dat hij klaar is om die handschoen op te pakken. Voor partijen die nu al in de knel komen door een gebrek aan drinkwater kan dat niet snel genoeg gaan. Deze zomer hebben we met zijn allen gezien dat watertekorten ook Nederland kunnen treffen. Het valt niet uit te sluiten dat als we niet de juiste maatregelen treffen er ook een tekort aan drinkwater zal ontstaan.

|
Klimaatbuffer PWN moet drinkwatervoorziening veilig stellen Vanwege een zoutwaterbel kreeg Andijk in 2018 te maken met een innamestop. Deze zomer werd de waterkwaliteit nauwgezet gemonitord en was het drinkwaterbedrijf klaar om selectief het zoetste IJsselmeerwater in te nemen en vast te houden in de huidige bekkens. “De veerboot Enkhuizen-Medemblik (MS Friesland) die dagelijks voor ons bekken vaart is sinds enkele jaren voorzien van een online sensor en geeft ons telkens een beeld van de zoutconcentraties rondom ons innamepunt”, vertelt het drinkwaterbedrijf. PWN is ook bezig met de voorbereidingen om de drinkwatervoorraad veilig te stellen. Om minder kwetsbaar te worden voor weersextremen en de wisselende kwaliteit van het IJsselmeerwater, onderzoekt drinkwaterbedrijf PWN de mogelijkheden om bij Andijk een ‘Klimaatbuffer’ aan te leggen in het IJsselmeer. Met de buffer wil het drinkwaterbedrijf haar beschikbare zoetwatervoorraad vertienvoudigen. PWN: “De Klimaatbuffer IJsselmeer wordt nu nader uitgewerkt. Er hebben bodemonderzoeken plaatsgevonden en kritieke ontwerpkaders worden opgesteld. De MER-procedure is gestart met publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.” |
|
Prijs van drinkwater Eenpersoonshuishoudens in Nederland betalen gemiddeld ongeveer € 160,- tot € 210,- per jaar voor drinkwater. Het tarief tussen de tien drinkwaterbedrijven verschilt ongeveer een euro per duizend liter. De drinkwaterprijs die een gebruiker betaalt bestaat uit twee onderdelen. Het tarief dat het drinkwaterbedrijf rekent voor levering van drinkwater en een belasting van 25% (Belasting op leidingwater, Bol) die door de overheid wordt geheven. In de huidige begrotingsvoorstellen wordt een hogere belasting voorgesteld, maar die is volgens hoogleraar Van Rijswick niet bedoeld om de drinkwatervoorziening te verbeteren. “Die belastingverhoging wordt gebruikt om het begrotingstekort te dekken. Het is cruciaal dat de belasting op drinkwater een bestemmingsheffing is, die wordt geïnvesteerd wordt in de drinkwatervoorziening”, aldus Van Rijswick. |
Dit artikel kwam tot stand met steun van Journalismfund Europe. Het artikel maakt deel uit van een serie artikelen over drinkwater in Europa. Ga voor meer informatie naar de projectpagina.