Onder invloed van benzoylecgonine, het voornaamste afbraakproduct van cocaïne, zwemmen jonge zalmen bijna twee keer zo ver als zalmen die ‘clean’ zijn. Dat blijkt uit onderzoek van onder meer Zweedse, Britse en Australische instituten, dat maandag gepubliceerd is in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.
Dat drugs in oppervlaktewater het natuurlijke gedrag van organismen kunnen verstoren – variërend van forellen die verslaafd zijn aan methamfetamine, tot rivierkreeften die door antidepressiva hun angst voor predatoren verliezen – is al langer bekend. Aanleiding voor de onderzoekers om nu in het bijzonder cocaïne te bestuderen, is de huidige wereldwijde toename van de verontreiniging van oppervlaktewater met cocaïne(resten), en de verwachting dat de omvang hiervan zal blijven groeien doordat het drugsgebruik wereldwijd met zo’n 20 procent is toegenomen in het afgelopen decennium.
Dat cocaïne en afbraakproducten daarvan de hersenfunctie van vissen beïnvloeden, en dat deze stoffen vissen en andere organismen verder kunnen doen zwemmen, hadden eerdere studies al aangetoond. Waar dit tot dusver echter alleen onder laboratoriumcondities was onderzocht, is dit nu voor het eerst ‘in het wild’ gedaan.
Hiertoe richtten de onderzoekers zich op de Atlantische zalm, een ecologisch en economisch belangrijke soort waarvan de aantallen de afgelopen jaren sterk zijn gedaald. Gedurende acht weken bestudeerden ze het zwemgedrag van 105 jonge zalmen (smolts van 2 jaar oud), bij wie een akoestisch zendertje was aangebracht om hun locatie te kunnen volgen. In de buik van elke zalm zat daarnaast ook een slow-release implantaat, dat aan een derde van de zalmen cocaïne toediende, aan een derde benzoylecgonine, en bij een derde een placebo.
Vervolgens werden de zalmen uitgezet in het Vätternmeer, een groot meer in Zweden, en gevolgd met behulp van akoestische telemetrie. Gedurende de gehele onderzoeksperiode gaven de cocaïne- en benzoylecgonine-implantaten continu een zodanige dosis af dat de zalmen werden blootgesteld aan concentraties die representatief zijn voor wat gemiddeld in oppervlaktewater gemeten wordt.
Onder invloed van cocaïne en benzoylecgonine bleken de zalmen inderdaad verder te zwemmen dan de controlegroep. Dit effect was het sterkst bij de aan benzoylecgonine blootgestelde vissen, die per week bijna 2 keer zo ver bleken te zwemmen als de controlegroep, wat inhield dat ze wekelijks zo\'n 12 tot 14 kilometer meer aflegden.
“Onze resultaten suggereren dat benzoylecgonine mogelijk een nog sterker verstorend effect heeft dan cocaïne”, concluderen de onderzoekers. “Zorgwekkend, want de potentiële gevaren van milieuverontreinigingen zoals geneesmiddelen en drugs worden vaak beoordeeld op basis van de oorspronkelijke stoffen in plaats van hun afbraakproducten, terwijl afbraakproducten vaak juist in hogere concentraties voorkomen in oppervlaktewater.” Dat laatste geldt ook voor benzoylecgonine, waarvan in oppervlaktewater doorgaans een hogere concentratie wordt gemeten dan van cocaïne.
Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of het onnatuurlijke zwemgedrag langetermijneffecten heeft op de voortplanting en overleving van vissen. Intussen, stellen de onderzoekers, kan “cocaïnevervuiling worden toegevoegd aan de groeiende lijst van stressfactoren die vissen in het wild beïnvloeden, met onbekende consequenties voor de overlevingskans van populaties op de lange termijn.”