De onderhandelingen over een nieuwe cao Waterschappen zijn van start gegaan. De vakbonden stellen eisen over koopkracht, werkdruk, verlof en ontwikkeling. De werkgevers leggen het accent op stabiliteit en het beter benutten van bestaande cao-afspraken.
Op het vlak van de lonen willen de vakbonden CNV en FNV volledige automatische prijscompensatie (APC), een structurele loonverbetering en een nominale verhoging voor alle medewerkers. CNV lijkt het meest concreet over de looninzet. Deze vakbond vraagt om 5 procent loonontwikkeling. Het FNV noemt nog geen percentage. De bond wil dat tijdens de onderhandelingen nader onderbouwen.
Over de loonontwikkeling noemen de werkgevers geen concreet percentage. Ze vinden dat de loonontwikkeling rekening moet houden met de publieke positie van de waterschappen en uitlegbaar moet zijn. De Vereniging werken voor waterschappen wijst er daarbij op dat de waterschappen volgens hen momenteel aan de bovenkant zitten van de loonontwikkeling binnen de publieke cao’s.
Beide bonden zetten in op een cao met een looptijd van één jaar, ook om de resultaten van de evaluatie van het mobiliteitsbeleid snel in een volgende cao te kunnen verwerken. Die evaluatie staat gepland voor het voorjaar van 2027. De Vereniging werken voor water schrijft juist tevreden te zijn over de langere looptijd van twee jaar, die de huidige cao kent en stelt daarom een langere cao-looptijd voor.
Als het gaat over werkdruk en personeelsbezetting willen beide vakbonden structurele onderbezetting terugdringen, meer vaste banen en minder langdurige externe inhuur. Ze noemen daarbij een maximum van 10 procent van de personeelsuitgaven voor projectmatige en flexibele inzet door externe partijen.
De onderhandelingen zullen volgens de drie partijen eind oktober worden hervat. De huidige cao loopt tot 31 december 2026. Als de vakbonden en de werkgevers tegen die tijd niet tot nieuwe afspraken komen, dan blijven de bestaande cao afspraken nog gelden.