Op drooggevallen rivieroevers van de Rijn en de Waal zijn in augustus honderden zoetwatersponzen aangetroffen. De vondsten werden gedaan tijdens een periode waarin deze rivieren zeer lage waterstanden bereikten. ‘Dit is goed nieuws voor de waterkwaliteit, maar natuurherstel is kwetsbaar.’
Bij de aangetroffen sponzen ging het om de gewone, ook wel vertakte, zoetwaterspons. Ze werden gevonden bij de Millingerwaard, Bemmel en de Bisonbaai. “Sommige zaten nog vast aan kiezels en basaltblokken. Daarom weten we zeker dat deze soort niet uit Duitsland is aangespoeld, maar daar ter plekke leeft.” Dat zegt Bart Beekers, rivierecoloog bij ARK Rewilding.
Beekers noemt het goed nieuws dat de aanwezigheid van de sponzen is aangetoond. Sponzen zijn namelijk gevoelig voor vervuiling. “Het is heel positief dat ook in drukbevaren rivieren herstel dus mogelijk is. Het laat zien dat de waterkwaliteit is gestegen. Daar kunnen we alleen maar blij mee zijn.”
Zoetwatersponzen kunnen ongeveer 90 procent van zwevende deeltjes als algen, organisch afval en bacteriën uit het water filteren. “De aanwezigheid van de sponzen heeft dus ook weer een zichzelf versterkend effect. En vergeet niet, filteraars als sponzen vormen echt de basis van je ecosysteem.”
Daarom wil ARK Rewilding Nederland dat er ook in de toekomst voldoende leefruimte blijft. “De Rijn heeft haar laagwaterrecord deze zomer verbroken met 36 centimeter. Als rivieren deels droogvallen is dat heel slecht nieuws voor de populatie sponzen. Komende week zal de rivier trouwens nog lager staan. En het lijkt er sowieso op dat we vaker lage waterstanden gaan zien. Naast de droogte verkleinen ook de steeds dieper uitgesneden rivierbodems de beschikbare leefruimte voor zoetwatersponzen. Dat maakt natuurherstel in de rivier erg kwetsbaar.”
Beekers pleit daarom voor zogenoemde onderwaterreservaten en voor meer natuurlijke, meestromende nevengeulen. “De nevengeulen uit het oude Ruimte voor de Rivier-programma hebben nooit voldoende water gehad. Terwijl een geul die voldoende water krijgt en het hele jaar door met de hoofdstroom mee kan stromen voor veel soorten een belangrijke rol kan spelen voor de natuur. Gelukkig is de overheid nu bereid daar budgetten voor te reserveren. Maar de vondst van deze zomer toont aan dat de sponzen ook in de hoofdstroom een levensgebied hadden gevonden. We moeten dus niet alleen naar de nevengeulen kijken als het gaat om de natuur, maar ook naar de hoofdstroom van de rivier.”