Ga naar inhoud

\'De Tweede Zeekering, climate security voor vier eeuwen en meer’

Door Tim Koorn
\'De Tweede Zeekering, climate security voor vier eeuwen en meer’
Gepubliceerd:

Nederland ligt voor een groot deel onder de zeespiegel. De zeespiegel gaat stijgen, de zee bedreigt de kust en daarmee lopen onze rivieren als het ware landinwaarts over. Voor onze toekomst moeten we daar wat mee. Tegelijk is het goed om ons te realiseren dat Nederland een doorvoerland is: een belangrijk deel van onze economie drijft op het bedienen van ons achterland. Op termijn lijken bijvoorbeeld sluizen in de Nieuwe Waterweg onontkoombaar. Omdat realisatie van grote werken veel tijd kost voordat ze uitgevoerd zijn, moeten we er nu over nadenken. Deltares heeft Nederland voor de klimaatveiligheid van onze delta vier denkrichtingen, vier scenario’s, voorgelegd.


Geschreven door Fred Sanders, Leo Schagen, Peter Vonk en Harold IJskes


Helaas lijkt het vierde scenario ‘Zeewaarts’ het nakomertje. Dit scenario is wel gewenst maar het krijgt niet de aandacht als de andere scenario’s en dat is onterecht. Want alleen het ‘Zeewaarts’ scenario geeft onze delta klimaatveiligheid voor de noodzakelijke lange termijn van minimaal 400 jaar (lees daarvoor ons eerste artikel ‘Bouw de tweede klimaatadaptieve zeekering en red de Nederlandse delta’). Daarom is het nodig hier aandacht aan te besteden.

Vooralsnog zijn alle vier de klimaat scenario’s natuurlijk van belang want er moet nog heel veel worden uitgezocht om door de politiek een keuze te kunnen laten maken. Want het gaat om enorme belangen en niet te bevatten ingrepen in ons landschap en de investeringen zijn ook enorm. Alhoewel, de tijd voor de voorbereiding begint op te raken; in 2050 zou het nieuwe Deltaplan moeten starten en dan is het oude van na de stormvloed van 1953 allang uitgewerkt. De Deltacommissaris zei tijdens het laatste 2025 Deltacongres dat hij daarom al in 2026 keuzen wil maken.

Voor het geheugen hieronder de vier scenario’s en het meest oorspronkelijke voorstel voor ‘Zeewaarts’, namelijk de ‘Haakse zeedijk’ van wijlen Rob van de Haak.

Oplossingsrichtingen Deltares

De vier scenario’s voor klimaatbescherming

Screenshot 2026 04 20 at 15.19.37

De Haakse ‘zeewaartse’ zeedijk

We lopen deze scenario’s en daarmee de consortiumvorming (voor elk scenario is een ander team van consultants, aannemers, belangenorganisaties en ministeries aan het werk) langs om de stand van zaken te peilen waarbij het opvalt dat het ‘Zeewaartse’ scenario weinig belangstelling krijgt.

Eerder het er tegenover liggende scenario ‘Meebewegen’ klimt in aandacht. Dit is het scenario waarbij grote delen van onze delta aan de zee worden teruggegeven, dat is heel bijzonder en staat haaks op onze traditie. De vraag is of dit terecht is. En wordt onze delta met de andere scenario’s wel voldoende klimaatveilig?

Beschermen
Als eerste het scenario ‘Beschermen’ dat onder leiding van adviesbureau Haskoning wordt uitgewerkt, dit richt zich op zowel de open (de riviermondingen) als de gesloten huidige primaire zeekering en brengt daarmee het aantal scenario’s min of meer terug naar drie.

Want het ‘open’ scenario lijkt te zijn afgevallen, de verdediging van onze delta op de lange termijn kan ‘open’ niet worden gegarandeerd. Dit omdat de zouttong bij dit scenario te ver het land inkomt waardoor de nu al ingrijpende verzilting uiteindelijk nog slechter wordt, voor de agrarische sector en voor planten en waterdieren, voor onze aqua-biodiversiteit. Ook worden bij dit scenario de buitendijkse riviergebieden opgegeven, nadelig voor de industrie en jachthavens daar en voor woningbouw op termijn (lees ons 4e artikel ‘Woningbouw in watersnoodgebied’). Bovendien zullen dan vanwege het gestegen waterniveau bruggen en viaducten voor wegen en spoor, verhoogd moeten worden.

Ook de ‘gesloten’ positief bejubelde versie is complex, deze vereist naast het versterken van de rivierdijken tegen hoogwatergolven, de aanleg van sluiscomplexen en enorme pompen in de monding van de rivieren, om het rivierwater actief naar zee te pompen. Waarmee de veiligheid van onze delta zorgelijk afhankelijk wordt van een enorme capaciteit aan energie toelevering, nodig voor deze pompen, waarvan de schaal enorm zal zijn vooral als de zeespiegelstijging verder gaat dan het ‘worse case scenario’.

Tijdens het Universiteit Twente ‘Risk en resilience‘ congres van 6 november 2025 werd het risico van stroomstoringen en cyberaanvallen hier nog aan toegevoegd. De vraag is hoe zo’n kustverdediging als er geen buffer is zal functioneren bijvoorbeeld bij een stroomstoring van meerdere dagen.

Meebewegen
Het scenario ‘Meebewegen’, dat onder aansturing van Sweco wordt uitgewerkt, wordt ook steeds meer serieus genomen. Daarbij worden delen van de delta aan de zee teruggegeven. Je kan ook zeggen dat we gaan toelaten dat de zee dit ooit drooggemaakte land terugpakt. Het effect op de agrarische sector zal daarbij enorm zijn, doordat de verzilting daarmee ook onbegrensd wordt toegelaten. We zullen daarbij veel meer land voor ons gebruik opgeven dan alleen aan de zee. Tijdens het Deltacongres in 2025 relativeerde onze Deltacommissaris dit publiekelijk, en hij leek met zijn enthousiasme al gekozen te hebben: ‘we moeten er gewoon rekening mee gaan houden dat het zout gaat komen’ zei hij.


De vraag is natuurlijk altijd hoe erg het is als we land door de zee laten overspoelen? Wat gaan we verliezen, de aardappel teelt en de bollen productie, een aantal kleine dorpen en veel landelijk gebied, havens en industrie waarschijnlijk ook. Deskundigen van HKV, lijn in water hebben dat recent daarom uitgewerkt: we zullen een 2,3 tot 4,0 miljoen woningen kwijtraken, we verliezen het IJsselmeer als zoetwaterbekken en de maatschappelijk kosten van verplaatsing van wonen en werken zal in de 3.000 miljard euro lopen.

Onze agriculturele sector betreft slechts 1,7 procent van ons BBP, dat valt mee, maar met het wegkwijnen van onze tulpenproductie verliezen we een stuk nationale trots. Ook met het verlies van ooit ingepolderd land verliezen we internationaal onze goede naam op waterbouw gebied en dat zal ons krenken, het zal onze industriële positie kosten en het verlies aan waardevol vastgoed zoals door HKV doorgerekend, zal onze pensioenen morgen al raken. Dit scenario lijkt ondanks de recent gepresenteerde milde versie van ‘Nature based solutions’ te ingrijpend.

Zeewaarts
Zo redenerend blijft, met excuus aan de Deltacommissaris, alleen het scenario ‘Zeewaarts’ als voldoende beschermend en als volwaardig scenario over, terwijl juist dit scenario ogenschijnlijk in de wereld van de ministeries en de consultants weinig ‘support’ oogst en daarom tot op heden ook nog niet wordt uitgewerkt, en er ook nog geen consortium van deskundigen voor is gevormd.
De ‘insiders’ zullen zeggen, dat is niet helemaal waar, er is het Delta21 initiatief om voor de kust van Zuid-Holland en Zeeland een “valmeer” (voor energieopslag) ‘in de geest van’ de Haakse zeedijk te realiseren, maar hoe mooi dat ook kan worden, het brengt de realisatie van zeewaartse bescherming nog niet beeld.

Daarom schetsen we hieronder met enthousiasme het plan van ‘Zeewaarts’ diagonaal doorgerekend om het realisme van ‘Zeewaarts’ te verkennen. De ‘Zeewaartse’ tweede zeekering voor de kust moet zo’n 250 kilometer lang worden (150 km van Cadzand naar Den Helder en eventueel later ook nog 100 km van Den Helder naar Delfzijl) en zo’n twee kilometer breed, ervan uitgaande dat er voor een natuurlijke duinachtige zeekering wordt gekozen. Dit omdat zand in de Noordzee beschikbaar is en basalt en beton relatief schaars beschikbaar zijn. Deze tweede zeekering komt een 20 kilometer voor de huidige kust te liggen, als het uitgangspunt is dat het rivierwater op een natuurlijke wijze moet kunnen worden afgevoerd.

Brede kustmeren
Het kustmeer vult zich vanuit de grote rivieren bij vloed en loopt bij eb leeg (zie ons eerste artikel “Bouw de tweede klimaatadaptieve zeewering”). Bij een verder stijgende zeespiegel moeten er gemalen geplaatst worden, zoals nu in de Afsluitdijk. Een zoet watermeer vormt dan een buffer voor de kust. Brede kustmeren zijn nodig om het rivierwater op te vangen maar ook om de zoetwaterbel onder de duinen (van de huidige zeewering) zoet te houden en de beschikbaarheid van zoet water in de toekomst te garanderen.

Deze constructie doet dus meer dan alleen de zeespiegelstijging afweren, het remt de verzilting in het bestaande land en creëert daarbij nieuwe ruimte, ruimte voor woningbouw, recreatie, toerisme, een nieuwe luchthaven en misschien ook wel voor hele nieuw type industriële ontwikkelingen. Dit sluit goed aan bij de landhonger die bij de Tweede Kamer zou heersen (Volkskrant van 13 april 2026). Verder uit de kust dan deze 20 kilometer is overigens niet mogelijk, omdat de kustbodem daar de diepte in gaat. Een feit is echter dat we met zo’n lange dijk geen ervaring hebben en dat de lengte langs de Nederlandse kust nog maar het begin is, ook België en Duitsland zullen iets moeten doen, immers daar monden ook grote rivieren als de Schelde, Eems, Wezel en Elbe uit in de zee.

Welke ervaring hebben we dan wel? De Afsluitdijk is 32,5 kilometer lang en het diepste punt waar de Oosterscheldekering is gebouwd was 45 meter. Nu werken de Nederlandse ingenieurs over de hele wereld maar helaas ook daar is geen ervaring met lange dijken opgedaan. De Saemangeum zeedijk in Zuid-Korea is 33,9 kilometer lang en is daarmee de langste zeedijk ter wereld, maar deze is dus maar 1,4 kilometer langer dan de Afsluitdijk. Wel interessant aan deze Koreaanse dijk is dat deze anders dan de Afsluitdijk van zand dus onverhard is gebouwd, en daarmee een betere blauwdruk voor ‘Zeewaarts’ is. De dam heeft daarbij een breedte welke verloopt van 290 tot 535 meter en deze heeft op het hoogste punt een brede damconstructie met daarop een verticale stenen muur. De dijk is in 15 jaar gebouwd en de meest vertragende factor was de aanvoer van de toch ook verwerkte harde steenmaterialen.

Koreaanse dam
Deze Koreaanse dam is daarmee nog lang geen gekwalificeerde referentie voor de realisatie van de ‘Haakse zeedijk’ tussen Cadzand en Den Helder, een zeekering van ca. 5 keer zo lang voor de Nederlandse kust. Een dijk die de komende eeuwen vanwege de zeespiegelstijging met een toenemende waterdruk van buiten te maken gaat krijgen, met op termijn misschien wel 8 à 10 meter water niveauverschil. We kunnen aan die zeewaartse Nederlandse zeekering gaan rekenen. Want gebruiken we de hellinghoek van onze huidige duinen aan de binnenzijde ook voor de buitenzijde dan zal deze zeewaartse zeekering uit zand opgebouwd een 2,5 kilometer breed dienen te worden.

Alleen dan kan worden verwacht dat deze super-duinen zichzelf gaan onderhouden volgens de methode zoals we die gewend zijn; helmgras houdt het zand dat over het strand komt aanwaaien vast en geeft dat terug voor behoud van de stabiliteit. Doordat de dijk, zie de tekening, iets met de klok mee draait neemt de langsstroming van de zee af en zal er minder zandsuppletie voor het onderhoud nodig zijn.

Een dijk van 150 kilometer lang en 2,5 kilometer breed met een onderwater diepte van 20 meter, ja dat vraagt niet maar een klein beetje zand. Daarvoor is snel rekenend zo’n 10 miljard kuub zand nodig. Stel we halen dat uit de Doggersbank, dan zal daar een gebied van 40 bij 50 kilometer over een diepte van 5 meter voor moeten worden leeggehaald. Alleen heeft de Doggersbank sinds 2016 een beschermde status vanwege de Habitatrichtlijn Natura 2000. Daardoor moet het zand uit de bestaande zandgeulen buiten dit gebied worden gehaald, op grotere diepte dus en ook daarmee ingewikkelder en meer tijdrovend.

Hoogwaterbeschermingsprogramma
Gelukkig is de Noordzee groot en lang niet zo diep als de oceanen, er zal zand genoeg te halen zijn. Ook is er tijd om het zand te halen omdat de gehele aanleg 215 jaar zal nemen als we de Koreaanse zeekering als norm hanteren. Zelfs als we over de aanleg 100 jaar doen zal dat voor de zandbeschikbaarheid geen probleem opleveren, maar de overbrugging van die tijd is wel een probleem. De prognose voor de zeespiegelstijging voor het eind van deze eeuw, dus over 75 jaar is immers 0,3 tot 2,0 meter afhankelijk van het klimaatscenario dat wordt gehanteerd, en dan is de zeewaartse tweede zeekering nog niet af.

Tot zo lang zal de huidige zeekering nog versterkt moeten worden of, en dat lijkt meer voor de hand te liggen, er moet voor een combinatie variant worden gekozen waarbij de tweede zeekering gefaseerd en in gedeelten met gescheiden kustmeren wordt aangelegd. Het ligt voor de hand om dit eerst voor de Zeeuwse kust te doen. Hiermee komen de hiervoor genoemde scenario’s dichter bij elkaar, het gaat dan dus niet meer om een keuze maar om een praktische opvolgbaarheid. Hierbij moet het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voor het ophogen van de rivierdijken voorlopig nog onverkort worden voortgezet. Ook de huidige zeekering moet blijvend worden versterkt totdat de zeewaartse zeekering klaar is.

Naast al deze complexiteiten lijken de kosten van deze ‘Zeewaartse’ klimaat beschermende zeekering mee te vallen, zeker vergeleken met de kosten van de andere drie scenario’s. Uitgaande van de kosten van de Koreaanse zeekering met indexering gaat de Nederlandse zeekering zo’n 200 miljard euro kosten, uit te geven gedurende de honderd jaar welke de realisatie neemt. Dit is tegelijkertijd een etalage voor de Nederlandse waterbouwers én mogelijkheden voor bijvoorbeeld nieuwe natuur.

Duidelijk is wel dat het een majeure operatie zal worden, waarvoor nog veel onderzoek nodig is en wat qua besluitvorming om veel strategisch denken en moed vraagt. Maar het resultaat zal indrukwekkend zijn, dat kunnen we onderhand wel concluderen.


  • Fred Sanders is gepromoveerd in de duurzame stedenbouw, kustwaterbouwkundige en schrijver van streekromans
  • Leo Schagen is ingenieur, gepensioneerd manager Waternet, gemeenteraadslid Purmerend, voormalig waterschapsbestuurder bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK)
  • Peter Vonk is oprichter van de Algemene Waterschapspartij (AWP), voormalig waterschapsbestuurder HHNK, huisarts en mede-auteur van het boek ‘Water! als Medicijn’
  • Harold IJskes is adviseur en manager op het gebied van duurzaamheid, omgevingsmanagement en communicatie. Werkt voor overheden en instituten. Hij is in zijn werk betrokken bij waterschappen en biodiversiteit en vanuit deze invalshoeken draagt hij bij aan de communicatie van de Stichting Zee en Rivier

Meer in Uitgelicht

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners