Ga naar inhoud

De veertigjarige route naar een verbod op lood in de sportvisserij – wil het al vlotten?

Door Tim Koorn
De veertigjarige route naar een verbod op lood in de sportvisserij – wil het al vlotten?
Foto: Stadsarchief Amsterdam (fotograaf onbekend)
Gepubliceerd:

Lood: vanaf de jaren ’30 tot eind 20e eeuw hebben we het geleidelijk uit allerlei toepassingen in ons leven verbannen, en wie het bedrijfsmatig nog op oppervlaktewater wil lozen kan rekenen op publieke verontwaardiging en bezwaar. Toch mag het metaal, hobbymatig, nog volop het oppervlaktewater in glijden vanaf de hengels van de sportvisserij. Geschat wordt dat jaarlijks zo’n 23 tot 70 ton lood in zoute wateren, en 3 tot 8 ton in zoete wateren verdwijnt. Op het Binnenhof werd in de jaren ’80 een verbod op vislood aangekondigd, maar het is er nog niet van gekomen. Hoe staan de ontwikkelingen ervoor?

‘Ik denk persoonlijk dat we er al veel eerder mee hadden moeten starten om dit te stoppen’, zei hoogheemraad Marcel Belt van het Hoogheemraadschap in Delfland vier jaar geleden. Vislood is waar hij het toen over had. Sportvissers gebruiken deze gewichtjes, van enkele grammen tot zo’n 200 gram massief lood, om vislijnen en voerkorven te verzwaren, (kunst)aas op de gewenste diepte te krijgen, en de diepte van het water te peilen. Ondanks dat gewichtjes van milieuvriendelijker materialen al jaren op de markt zijn – bijvoorbeeld van ijzer, staal, glas, steen of beton – is lood nog altijd de standaard in het sportvissen. Lood is goedkoop, heeft een hoog soortelijk gewicht, en is makkelijk te bewerken tot het gewenste vormpje en gewicht.

Vislood kan in het water achterblijven als de vislijn breekt, bijvoorbeeld door sterke stroming of obstakels zoals bomen en stenen. Ook kan het op de waterbodem geraken door het gebruik van ‘drop off’ systemen, die ontworpen zijn om het loodgewicht onder water los te laten. Daarmee willen vissers voorkomen dat de lijn verstrikt raakt, of dat een gehaakte vis het gewicht kan gebruiken om de haak los te schudden.

Lood dat in het water achterblijft kan worden opgenomen door plankton, waterplanten, schelpdieren en vissen, en door opstapeling in de voedselketen ook door mensen, informeert de Rijksoverheid gebruikers van vislood op de publiekswebsite Waar Zit Wat In. Bij die waarschuwing, en het advies om gezondere en milieuvriendelijker materialen op basis van vrijwilligheid te verkiezen, bleef het tot nu toe echter.

Romeinen
Onder de Kaderrichtlijn Water zijn lood en loodverbindingen aangewezen als prioritaire stof, en door onder andere het Europees agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en het RIVM is lood aangemerkt als zeer zorgwekkende stof. Dat lood giftig is, wisten de Romeinen immers al. Voor in het water levende organismen is lood zeer giftig met zowel acute als chronische effecten. Bij mensen kan het onder andere leiden tot nierschade, verminderde vruchtbaarheid, miskramen en verstoring van het zenuwstelsel en de hersenen. Met name bij jonge en ongeboren kinderen is lood al bij lage concentraties in het lichaam schadelijk. En de humane blootstelling van Nederlanders aan lood – via een optelsom van blootstellingsroutes, waaronder drinkwater en stapeling in de voedselketen – is te hoog, waarschuwt het RIVM. 

Het besef dat lood niet goed is voor mens noch milieu, is de reden dat het sinds de jaren ’30 verboden is om binnenshuis loodwithoudende verf te gebruiken, dat loden waterleidingen sinds 1960 verboden zijn, en dat we vanaf de jaren ’80 geleidelijk zijn overgestapt op loodvrije benzine.

In de jaren ’80 rees de vraag of het gebruik van loodhagel in de veldjacht en vislood in de sportvisserij ook niet eens naar de geschiedenisboeken moesten worden gewezen. ‘Hengelaars gebruiken als ballast erg veel lood in diverse vormen en verspelen dit in massa’s, en dat lood erg schadelijk is voor het milieu staat vast’, schreef bijvoorbeeld dagblad Het Vrije Volk in 1984.

Voor het gebruik van loodhagel in de veldjacht leidde het maatschappelijk debat in 1993 eenvoudigweg tot een wettelijk verbod. Voor het vislood liep het anders. De toenmalig minister van Visserij, Gerrit Braks, kondigde in 1988 aan het gebruik van vislood door de sportvisserij te zullen verbieden. De TU Delft werd gevraagd om alternatieven te ontwikkelen; volgens de minister zou het zo’n vijf tot acht jaar duren voordat deze voorhanden zouden zijn.

Lobby
Zo’n veertig jaar later lagen er, in 2025, “plannen voor een nationaal verkoopverbod van vislood, maar dat hebben we toen samen met de EFTTA weten te pareren”, schrijft de Sportvisunie op haar website. De EFTTA is de European Fishing Tackle Trade Association, een in 1981 opgerichte lobbyorganisatie. ‘Meer dan 3.000 Europese productie- en groothandelsbedrijven die actief zijn in de sportvisserij of aanverwante sectoren profiteren van onze lobbyactiviteiten binnen EU-instellingen’, aldus de EFTTA op haar website.

Na een ‘goed en openhartig gesprek’ met de EFTTA en de Sportvisunie concludeerde voormalig minister Barry Madlener (IenW) vorig jaar dat een “Europees verbod (..) dé weg [is] om te gaan”, en dat een nationaal verbod “niet mogelijk” was.

Ook zijn opvolger Robert Tieman is er voorstander van om eerst af te wachten wat er terechtkomt van het voorstel van de Europese Commissie (februari 2025) om toe te werken naar een Europees verbod op vislood, met verschillende overgangstermijnen voor verschillende categorieën gewichten. “Met zo’n Europees verbod wordt voorkomen dat vislood eenvoudig via buurlanden de grens overkomt”, aldus minister Tieman.

Een nationaal verbod zou volgens de Sportvisunie ‘onevenredig schadelijk zijn geweest voor de Nederlandse handel’. De unie schrijft een Europees verbod te verwelkomen, ‘want lood is aantoonbaar schadelijk voor de volksgezondheid en het milieu’, maar ‘het moet wel op een reële en haalbare manier gebeuren’. Daarom heeft ze ‘stevig gepleit’ voor een overgangsperiode van drie tot vijf jaar, die pas in gaat zodra EU-lidstaten het eens zijn over een verbod. ‘Sportvissers, producenten en handelaren kunnen zich dan nog enkele jaren voorbereiden’.

Terwijl men zich in Brussel over een Europees verbod buigt, besloten de Sportvisunie, de EFTTA en de minister in te zetten op een ‘ambitieuze samenwerkingsovereenkomst die erop is gericht om de sportvisserij in Nederland zo snel mogelijk loodvrij te krijgen’.

Nieuwe samenwerkingsovereenkomst
Zodoende ondertekenden de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), de Unie van Waterschappen, de Sportvisunie en de EFTTA afgelopen vrijdag een nieuwe samenwerkingsovereenkomst, ‘Sportvisserij Loodvrij 2026-2029’. Doel van de overeenkomst: sportvissers op vrijwillige basis stimuleren om over te stappen op alternatieven voor lood. 

Dit zal bijvoorbeeld getracht worden met \'pilotgebieden waar loodvrij vissen zal worden gestimuleerd\'. Zulke pilots zijn aangeraden door een in de sociale psychologie gespecialiseerd consultancybureau, dat in opdracht van IenW onderzocht welke interventies helpend kunnen zijn om loodalternatieven aan de man te brengen. Om de weerstand tegen loodalternatieven te verlagen adviseerde het bureau ook om alternatieven gratis aan te bieden, bijvoorbeeld als prijzen bij viswedstrijden, of bij het kopen van een hengel.

Om te voorkomen dat het terugdringen van sportvislood tot een ‘omslag’ naar andere gevaarlijke stoffen leidt, gaan de ondertekenaars veilige alternatieve materialen ‘zoals ijzer, beton, steen, glas en wolfraam’ promoten en stimuleren. Onveilige alternatieven zoals zink en koper zullen actief worden afgeraden.

De Sportvisunie is blij dat ze ‘de EFTTA nu als medeondertekenaar aan boord hebben gekregen’. “Draagvlak en medewerking vanuit alle Europese producenten en handelaren in vislood is namelijk essentieel voor de verdere ontwikkeling van voldoende betaalbare loodalternatieven – en daarmee om de transitie naar een loodvrije sportvisserij te laten slagen.”

De overeenkomst sluit de rij van een reeks eerdere overeenkomsten met soortgelijke ambities. Eerder werkten Sportvisserij Nederland (inmiddels overgegaan in de Sportvisunie), de Unie van Waterschappen en de Rijksoverheid aan de overeenkomst ‘Sportvisserij Loodvrij 2022-2024’, en daarvoor aan de Green Deal Sportvisserij Loodvrij (2018), een convenant tussen vier ministeries, de Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten, Sportvisserij Nederland en Dibevo (een brancheorganisatie voor dierenspeciaalzaken). De Green Deal moest leiden tot een reductie van het loodgebruik met 30 procent in 2021. Dat doel werd niet gehaald.

Loodverlies
Hoeveel vislood is er al die jaren eigenlijk het oppervlaktewater in gegaan? Bij aanvang van het Green Deal programma in 2018 werd geschat dat het per jaar om zo’n 54 ton lood in zoete wateren ging, en 470 ton in zee- en kustwater. Die schattingen waren ‘veel te hoog’, zei Emiel Derks, projectleider bij Sportvisserij Nederland, later (2021) tegen H2O. In totaal zouden de sportvissers zo’n 25 ton per jaar verliezen, was gebleken uit monitoring in het kader van de Green Deal.

Uit onderzoek van het Centrum voor Visserij Onderzoek en Wageningen Marine Research bleek in 2024 dat het percentage ‘vistrips waarbij een loodalternatief gebruikt werd’ gestegen was: van zo’n 6 procent in 2018-’19 naar 19 procent in 2022-’23 in zoute wateren, en van zo’n 2 procent naar 13.6 procent in zoete wateren. Desalniettemin was het totale loodverlies in zoute wateren toegenomen: van zo’n 13 tot 35 ton in 2018-’19, naar 23 tot 70 ton in 2022-’23. In zoete wateren was evenmin progressie te bemerken: van zo’n 2 tot 11 ton in 2020-’21 naar circa 3 tot 8 ton in 2022-’23.

Onder sterk reducerende omstandigheden (in afwezigheid van nitraat en sulfaat) is massief lood stabiel en corrodeert het nauwelijks. Onder aerobe (oxiderende) omstandigheden kan het echter overgaan in opgeloste vormen (meestal carbonaten en vrij opgelost lood).

In de totale landelijke belasting van het oppervlaktewater is 53 procent van het aanwezige lood toe te schrijven aan ‘consumenten’, schreef het Compendium voor de Leefomgeving onlangs, en mede door het verlies van lood in de hengelsport is die bijdrage tussen 1990 en 2023 gestegen. Gedurende diezelfde periode is bijvoorbeeld de afspoeling van lood van wegen naar de riolering, door de invoering van loodvrije benzine, juist tot vrijwel nul gereduceerd.

Stichting Gezond Water
“In 1988 zei Ed Nijpels als milieuminister dat het visloodprobleem snel zou worden opgelost. Veertig jaar later is er nog steeds niks voor elkaar”, zegt Egbert Lobée van Stichting Gezond Water. De stichting dient regelmatig handhavingsverzoeken in bij waterschappen of IenW, en schuwt ook rechtszaken tegen beiden niet. Vorig jaar schreef de stichting een brief naar minister Madlener, om erop aan te dringen dat hij gevolg zou geven aan zijn eerdere motie, waarin hij als Kamerlid gepleit had om vislood (per 1 januari 2020) \'uit de schappen van winkels te verbannen\', \'omdat \'het plan om lood uit te faseren (..) veel te traag verloopt\'. 

“Wij zijn hier al vanaf 2009 mee bezig”, vertelt Lobée. “In 2013 hebben we bijvoorbeeld alle gemeenten, en de waterschappen daarvoor ook verschillende keren, benaderd of ze een verbod op vislood willen instellen. Maar tot dusver is het nog steeds slechts Staatsbosbeheer, een handjevol gemeenten – Deventer, Amersfoort, Apeldoorn – en enkele waterschappen die dat gedaan hebben of daar serieus mee bezig zijn.”

Volgens Lobée presenteert de Sportvisunie zich op de voorgrond met kleine acties als voortvarend bezig met het thema, terwijl ze op de achtergrond substantiële maatregelen als een verkoopverbod al jaren tegenhoudt. “Natuurlijk doet de sportvisserij wel wat aan lood”, ziet ook Lobée. “Ze moeten wel, want er zijn uitspraken van bestuursrechters dat het gebruik van vislood een overtreding van wet- en regelgeving is. Maar als er een rechterlijke uitspraak is die in hun voordeel kan werken, staan de visbladen en -krantjes er vol mee, en als er een uitspraak is geweest die in hun nadeel is lees je daar niets over.”

“Lood is gewoon een ideaal materiaal”, aldus Lobée, die vroeger zelf ook veel gevist heeft. “Als je gewichtje net iets te zwaar is, kan je er gemakkelijk een stuk van afknippen, of bijten zelfs. En iedereen kan ze thuis maken. Het enige wat je nodig hebt is een warmtebron, een steelpannetje en een mal. Heel ongezond om dat thuis in je keuken of schuurtje te doen, maar dat gebeurt echt. Ook wordt er een boel zelfgegoten vislood in het informele circuit verkocht.”

Kamer voor de Binnenvisserij
Op waterschapsgebied ziet hij nu wel ‘een klein beetje beweging’. Zo steunt de Unie van Waterschappen de ambitie van verschillende waterschappen om lokale verboden op te nemen in nieuwe pachtcontracten van viswateren. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wilde sinds 2021 alleen nog visrecht met een verbod op vislood uitgeven. “Maar in de Kamer voor de Binnenvisserij lukt het de sportvissers vervolgens alsnog om zo’n verbod van tafel te krijgen.”

Wanneer een (water)bodemeigenaar een huurovereenkomst voor visrecht uitgeeft, moet die overeenkomst worden getoetst door de Kamer voor de Binnenvisserij. Deze Kamer bestaat, naast een lid vanuit de Unie van Waterschappen, de Federatie Particulier Grondbezit en de Land- en Tuinbouworganisatie, grotendeels uit een vertegenwoordiging van de sport- en beroepsvisserij.

“In november hebben we drie hoorzittingen bijgewoond in een zaak tussen waterschap AGV en hengelsportverenigingen, waar wij ons als belanghebbende in gevoegd hadden. De Kamer verklaarde alle argumenten van het waterschap voor een verbod op vislood ongegrond – omdat die Kamer puur een belangenbehartiger van de sportvisserij is. Het was echt aanmatigend”, aldus Lobée.

Nationaal verbod
Toch zullen de lokale verboden die de steun van de Unie van Waterschappen hebben, voorlopig waarschijnlijk het enige soort verbod op vislood zijn. Een nationaal verkoopverbod, zoals in onder andere Denemarken en Engeland al bestaat, komt er voorlopig immers niet. Wel vindt minister Tieman het belangrijk ‘dat de mogelijkheid van een nationaal verbod opnieuw in beeld komt, mocht er over twee jaar onverhoopt vertraging optreden bij de realisatie van een Europees verbod’. 


Aanvulling redactie (12 maart 2026): Na publicatie van dit artikel heeft de Sportvisunie laten weten dat zij niet vooraf om een reactie zijn gevraagd. Hun reactie is inmiddels aan het artikel toegevoegd.

REACTIE SPORTVISUNIE
"De kritiek van Lobée zet ons neer als een organisatie die substantiële milieumaatregelen zou tegenhouden. Dit is echter niet het geval. De Sportvisunie staat achter de ambitie van loodvrij vissen, maar kiest bewust voor een gefaseerde, uitvoerbare transitie in plaats van een abrupt nationaal verkoopverbod. De inzet van de Sportvisunie op Europese afstemming, samenwerking met de branche en gedragsverandering onder sportvissers is geen vertragingstactiek, maar een strategie om duurzame en breed gedragen resultaten te realiseren. Het onderscheid dat wij moeten blijven maken is dat wij niet tegen het doel zijn, maar sturen op een realistische en handhaafbare route ernaartoe."

Ook is de Kamer voor de Binnenvisserij volgens de Sportvisunie zeker geen belangenbehartiger van de sportvisserij. "De Kamer heeft gekeken naar dingen zoals of er echt noodzaak was voor een loodverbod, of het praktisch uitvoerbaar is, of alternatieven beter zijn voor het milieu, en of er duidelijke beleidsregels waren. Dat de uitspraak uiteindelijk in het voordeel van de hengelsportverenigingen uitviel, betekent niet dat de Kamer partijdig was." Over genoemde bestuursrechtelijke uitspraken geeft de Sportvisunie verder aan dat "niet het gebruik van vislood op zichzelf, maar uitsluitend het daadwerkelijk brengen (of verliezen) van lood in het oppervlaktewater zonder vergunning onder omstandigheden in strijd [kan] zijn met de toen geldende regelgeving".

"Tot slot promoten wij (eerst als Sportvisserij Nederland en sinds eind 2026 als de Sportvisunie) al vele jaren actief het gebruik van loodvrije visgewichten. Dit doen wij o.a. via ons tv-programma VIS TV, Het VISblad, onze website, social media kanalen en via folders en brochures. Ook zijn verspreid door Nederland (in nauwe samenwerking tussen waterbeheerder en hengelsportvereniging) diverse pilotgebieden voor loodvrij vissen ingesteld."

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners

Meer inzicht in uw installatie

Meer inzicht in uw installatie

Digitalisering speelt een steeds grotere rol binnen de procesindustrie. Moderne instrumentatie levert niet alleen meetwaarden, maar ook diagnostische informatie en gegevens over de conditie van apparatuur. Bedrijven beschikken daardoor over

Door Tim Koorn
/