Ga naar inhoud

Drinkwaterkwaliteitseisen in een breder perspectief – deel II: voorbeelden van normstelling in de praktijk

In dit artikel wordt een aantal casussen gepresenteerd van stoffen waarbij bekend is dat in de praktijk meerdere factoren zijn meegewogen bij de normstelling.

Door Tim Koorn
Drinkwaterkwaliteitseisen in een breder perspectief – deel II: voorbeelden van normstelling in de praktijk
Foto: Unsplash
Gepubliceerd:

In dit artikel wordt een aantal casussen gepresenteerd van stoffen waarbij bekend is dat in de praktijk meerdere factoren zijn meegewogen bij de normstelling, of waarvoor dat in de toekomst mogelijk het geval zal zijn.

Download hier de pdf van dit artikel


Geschreven door Tineke Slootweg (Het Waterlaboratorium), Corine Houtman (Het Waterlaboratorium, Vrije Universiteit Amsterdam), Merijn Schriks (Vitens), Leon Kors (PWN), Harrie Timmer (Vewin)


Wanneer concentraties van bepaalde stoffen hoger zijn dan de gezondheidskundige richtwaarden, maakt de Werkgroep Normstelling water en lucht (WG-nwl) bij het vaststellen van een definitieve norm een bredere afweging tussen mogelijke risico’s voor de gezondheid en niet-toxicologische aspecten, zoals technische haalbaarheid en maatschappelijke consequenties. Het huidige proces van normstelling en de ontwikkelingen in de daarvoor relevante kennisgebieden worden uitgebreid besproken in het eerste deel van dit tweeluik [1].

In dit tweede artikel wordt een aantal casussen gepresenteerd van stoffen waarbij bekend is dat in de praktijk meerdere factoren zijn meegewogen bij de normstelling, of waarvoor dat in de toekomst mogelijk het geval zal zijn. Voor iedere stof wordt ingegaan op de huidige drinkwaterrichtwaarde, de mate waarin andere aspecten dan het gezondheidskundig risico hebben meegespeeld bij het afleiden van de norm (als dit bekend is), mogelijke aandachtspunten bij het afleiden van de norm voor de betreffende stof en tot slot of er nieuwe ontwikkelingen te verwachten zijn.

Het gaat om lood, arseen, bromaat, PFAS, bisfenol A (BPA) en dibroomazijnzuur. Een samenvatting van de normen, drinkwaterrichtwaarden, verwachte wijzigingen in de toekomst en bijkomende implicaties voor analyseerbaarheid, zuivering en blootstellingsreductie zijn weergegeven in tabel 1 aan het einde van dit artikel.


Casus 1. Lood
Achtergrond

Lood is een metaal dat van nature wijdverspreid voorkomt. In Nederland krijgen mensen lood binnen via voedsel (graan, orgaanvlees, groente en fruit) en via drinkwater, met name uit loden leidingen in oude woningen. Door de jaren heen is steeds meer bekend geworden over de relatie tussen blootstelling aan lood en de schadelijke effecten daarvan. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat lood bij relatief lage blootstelling bij kinderen effect kan hebben op de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel en kan leiden tot een lager IQ. De gevoeligste effecten bij volwassenen zijn negatieve effecten op de nieren en de bloeddruk [2]. De International Agency for Research on Cancer (IARC) heeft lood geclassificeerd als carcinogeen in groep 2A (waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen).

Lood is een goed voorbeeld van een stof waarvoor voortschrijdende wetenschappelijk inzicht in de gezondheidskundige effecten zich doorvertaalt naar diverse beleidskaders, waardoor de blootstelling sterk kon worden teruggebracht. Sinds 1960 mogen er bijvoorbeeld geen loden leidingen meer worden aangelegd. Afbeelding 1 illustreert hoe in de Verenigde Staten de doorvertaling van de kennis over effecten naar beleid heeft geleid tot een exponentiële afname van het loodgehalte in het bloed van kinderen.

Afbeelding 1. Effect van beleidswijzingen op het gemiddelde loodgehalte in bloed van kinderen in de VS [5]

Afwegingen bij normstelling
De norm van 10 µg/L in de Europese Drinkwaterrichtlijn is gebaseerd op de voorlopige richtwaarde die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft afgeleid voor drinkwater. Tot 2010 was de grondslag voor deze norm de voorlopige tolereerbare wekelijkse innamedosis (PTWI) van 25 µg/kg lg per week, afgeleid door het Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives (JECFA). In 2010 is deze PTWI echter teruggetrokken door de European Food Safety Authority (EFSA) omdat de waarde op basis van onderzoek niet langer als veilig werd beschouwd en er geen grenswaarde lijkt te zijn voor gezondheidseffecten door lood [3]. De richtwaarde van de WHO is echter gehandhaafd op 10 µg/L, maar is als voorlopig aangeduid op basis van praktische afwegingen, zoals de prestatie van de zuiveringssystemen en de analytische haalbaarheid. Wel wordt opgemerkt dat concentraties zo laag mogelijk gehouden moeten worden nu de richtwaarde geen gezondheidskundige basis meer heeft [4].

In de Europese Drinkwaterrichtlijn geldt voorlopig nog de norm van 10 µg/L, maar in 2036 moet voldaan worden aan 5 µg/L. In het Nederlandse Drinkwaterbesluit is bij de herziening in 2022 gekozen om direct 5 µg/L aan te houden als norm.

Nieuwe ontwikkelingen
Op dit moment zijn geen nieuwe ontwikkelingen bekend die tot verdere normverscherpingen zouden kunnen leiden.


Casus 2. Arseen
Achtergrond

Arseen is een metalloïde dat van nature in diverse geoxideerde vormen voorkomt in de bodem en het grondwater. Van anorganisch arseen is al lange tijd bekend dat het ernstige gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Blootstelling aan te hoge doses arseen kan leiden tot huidveranderingen en schadelijke effecten op het zenuwstelsel en het hart- en vaatstelsel. Ook kunnen bloedarmoede en tintelingen in de ledematen optreden. Bij langdurige blootstelling kan long-, blaas- en huidkanker optreden. IARC classificeert arseen als carcinogeen in groep 1 (kankerverwekkend voor mensen). Mensen worden zowel via voedsel als via drinkwater blootgesteld aan arseen [4].

Afwegingen bij normstelling
Wetenschappelijke inzichten hebben ertoe geleid dat de PTWI van 15 µg/kg lg per week die eerder is vastgesteld door de JECFA [6], in 2009 door de EFSA en in 2011 door de JECFA is teruggetrokken [4], [7]. Beide organisaties hebben bepaald dat er geen veilige blootstellingsgrens voor arseen bepaald kan worden. De WHO houdt echter de voorlopige drinkwaterrichtwaarde van 10 µg/L aan die op de eerdere PTWI was gebaseerd. Deze heeft nu geen gezondheidskundige basis meer, maar berust net als bij lood op praktische afwegingen. Net als bij lood wordt aanbevolen de concentraties zo laag mogelijk te houden [4]. In de Europese Drinkwaterregeling en ook in het Nederlands Drinkwaterbesluit wordt een norm van 10 µg/L aangehouden.

Nieuwe ontwikkelingen
Doordat de huidige norm van arseen geen gezondheidskundige basis heeft, is het goed denkbaar dat deze in de toekomst zal worden verlaagd. De drinkwaterbedrijven anticiperen hierop door aanvullende verwijderingsmogelijkheden te onderzoeken [8]. In de handreiking voor de risicobeoordeling van arseen in de bodem gaat het RIVM uit van een benchmark lower dose (BMDL0,5) van 3 µg/kg lg per dag van de JECFA [9] als het best beschikbare uitgangspunt voor de risicobeoordeling van anorganisch arseen. Dit betekent dat er bij levenslange blootstelling aan deze dosis een extra risico op longkanker van 0,5% is. Het RIVM beveelt aan om een blootstellingsmarge (MOE) aan te houden tussen 10 en 50. Doorvertaald naar een drinkwaterrichtwaarde zou deze 5 tot 25 keer lager uitkomen dan de huidige norm [10].

Aandachtspunten
Analyseerbaarheid: arseen is goed analyseerbaar op normniveau, ook als deze 25 maal verlaagd zou worden.
Haalbaarheid norm: als de norm voor arseen verlaagd zou worden met een factor 5 tot 25, is aanvullende verwijdering nodig. Verdere verwijdering is kostbaar, maar niet onmogelijk.


Casus 3. Bromaat
Achtergrond

Bromaat komt niet vrij voor in het milieu. Het kan wel worden gevormd wanneer bij een (drink)waterzuivering ozon (O3) wordt toegepast dat met in het water aanwezige bromide (Br-) reageert tot bromaat (BrO3-). Verondersteld wordt dat dit de voornaamste blootstellingsroute voor mensen is [11]. De IARC heeft Bromaat geclassificeerd als carcinogeen in groep 2B (mogelijk kankerverwekkend voor mensen).

Afwegingen bij normstelling
De WHO heeft een voorlopige drinkwaterrichtwaarde afgeleid van 10 µg/L. Dit is hoger dan de gezondheidskundige richtwaarde: de WHO gaat ervanuit dat bromaat een genotoxisch werkingsmechanisme heeft waardoor het niet mogelijk is om een veilige ondergrens vast te stellen. Op basis van een risicoberekening waarbij uitgegaan wordt van een extra kankerrisico van 10-6 per leven, komt de concentratie bromaat uit op 0,2 µg/L.

De WHO houdt bij het vaststellen van de voorlopige drinkwaterrichtwaarde ook rekening met de realistische verwijderbaarheid tijdens drinkwaterzuivering omdat het om een moeilijk te verwijderen stof gaat. De norm in het Drinkwaterbesluit is in principe 10 keer lager, maar ligt hoger wanneer ozon gebruikt wordt voor desinfectie, omdat de voordelen van desinfectie worden meegewogen en het leveren van microbiologisch betrouwbaar water een hogere prioriteit heeft dan de risico’s van bromaat [12].

Nieuwe ontwikkelingen
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft het RIVM gevraagd om een gedegen drinkwaternorm af te leiden. De door het RIVM afgeleide drinkwaterrichtwaarde van 0,2 µg/L [13] is nog niet als norm opgenomen in het Drinkwaterbesluit.

Aandachtspunten
Analyseerbaarheid: bromaat is analyseerbaar op normniveau, ook als de norm verlaagd zou worden.
Haalbaarheid norm: de norm is haalbaar als er geen ozonbehandeling wordt toegepast of de ozondosering sterk wordt verlaagd. Ozondosering wordt in de EU in toenemende mate toegepast voor het behalen van zuiveringsinspanningen. Hiermee ontstaat het risico dat er meer bromaat in oppervlaktewater terechtkomt. Dit kan bij de productie van drinkwater uit oppervlaktewater in tegenspraak zijn met de doelstelling om de concentratie in drinkwater te verminderen.


Casus 4. PFAS
Achtergrond

PFAS zijn een groep van door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS hebben als handige eigenschap dat ze zowel water-, vet-, als vuilafstotend zijn en hebben daarom een breed scala aan huishoudelijke en industriële toepassingen. PFAS breken nauwelijks af in het milieu, verspreiden zich eenvoudig en worden in verband gebracht met verschillende gezondheidseffecten bij mensen. Ze kunnen effecten hebben op het immuunsysteem, op cholesterol in het bloed, op de lever en nier- en testiskanker veroorzaken. Mensen kunnen aan PFAS worden blootgesteld via voedsel, drinkwater, bodem en consumentenproducten [14].

Afwegingen bij normstelling
De WHO heeft een conceptvoorstel gemaakt met een voorlopige drinkwaterrichtwaarde van 100 ng/L (0,1 µg/L) voor PFOS en PFOA. Deze richtwaarde heeft geen gezondheidskundige basis, maar houdt rekening met de praktische afweging dat een conventionele waterbehandeling PFAS niet kan verwijderen. Hierin staat de aanbeveling om te streven naar zo laag mogelijke concentraties in drinkwater [15]. Het voorstel is nog niet definitief en de WHO werkt momenteel aan een uitgebreide evaluatie, waarbij naast PFOA en PFOS ook naar andere verbindingen wordt gekeken [16].

In de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn is de norm van 100 ng/L opgenomen voor de som van PFOS, PFOA en nog 18 PFAS-verbindingen. Daarnaast is een norm opgenomen van 500 ng/L voor het totaal van alle PFAS. De lidstaten mogen besluiten om één of beide parameters te gebruiken. In het Nederlandse Drinkwaterbesluit is de norm van 100 ng/L opgenomen voor de som van 20 risicovol geachte PFAS in verband met water voor menselijke consumptie.

Nieuwe ontwikkelingen
De EFSA heeft in 2020 een nieuwe TWI afgeleid van 4,4 ng/kg lg per dag voor de som van vier PFAS (PFOA, PFOA, PFNA, PFHxS). De grond voor deze norm is een epidemiologische studie waarin bij kinderen die een jaar zijn blootgesteld via borstvoeding een relatie is gevonden tussen de bloedserumspiegel voor de som van de PFAS en een verminderde immuunrespons na vaccinatie [17].

Het RIVM heeft op basis van de nieuwe wetenschappelijke inzichten en TWI van de EFSA een indicatieve drinkwaterrichtwaarde geadviseerd van 4,4 ng PFOA-equivalenten per liter. Hierbij is een bijdrage aangenomen van 20% van drinkwater aan de totale blootstelling. Bij deze drinkwaterrichtwaarde wordt gebruik gemaakt van de relatieve potentiefactoren (RPF) waarbij op basis van de kennis over de relatieve toxiciteit van verschillende PFAS ten opzichte van PFOA, de concentratie omgerekend kan worden naar een PFOA-equivalent.

Hierdoor kan rekening gehouden worden met de aanname dat ook andere PFAS dan de vier genoemde bijdragen aan de toxiciteit [18]. De werkwijze voor toetsing aan de PFAS-drinkwaterrichtwaarde staat beschreven in [19]. Omdat deze toetsing wordt gebaseerd op een groeiende, niet-limitatieve optelsom van PFAS met een RPF, is toetsing altijd een onvolledige momentopname en is ook niet helder in welke mate welke zuiveringstechniek in de toekomst afdoende kan zijn.

Op Europees niveau is de WHO, in opdracht van de EC, gevraagd om op basis van de meest recente inzichten in 2026 een health-based guidance value voor PFAS in de Europese Drinkwaterrichtlijn op te nemen. Deze zal doorwerken in Nederland. Deze Europese norm zal naar verwachting scherper worden dan de huidige 100 ng/l voor de som van PFAS. Het RIVM is betrokken bij de totstandkoming.

Het is nog niet duidelijk of en hoeverre de huidige indicatieve drinkwaterrichtwaarde van het RIVM voor de som van PFAS wordt omgezet in een nieuwe drinkwaternorm. Ook is nog niet duidelijk of hierbij net als bij arseen en lood rekening gehouden wordt met andere praktische afwegingen dan de realistische verwijderbaarheid gedurende drinkwaterzuivering, de analytische haalbaarheid en de blootstelling via andere routes.

Aandachtspunten
Analyseerbaarheid: de huidige norm kan goed worden getoetst op basis van de rapportagegrenzen. De drinkwatersector heeft voor de 20 expliciet genoemde PFAS uit de Drinkwaterrichtlijn, aangevuld met in Nederland relevante Gen-X en ADONA, de analysemethoden vergaand geoptimaliseerd om ook aan de indicatieve gezondheidskundige richtwaarde te kunnen toetsen.

Haalbaarheid norm: verdere verwijdering van alle bekende vormen van PFAS is slechts gedeeltelijk haalbaar en zeer kostbaar. Elke mogelijke verwijdering kent neveneffecten als vervuilde afvalstromen, hoge energiekosten en, bij gebrek aan vernietigingstechnieken, het terugbrengen van PFAS in het milieu. Het is nog niet bekend in hoeverre bij het vaststellen van een drinkwaternorm rekening gehouden wordt met andere dan de gezondheidskundige aspecten. Het verdient de aandacht of kostbare, niet duurzame verwijderingstechnieken ook verhoudingsgewijs bijdragen aan een significant lagere blootstelling. Volgens de KRW zou het waterbeleid gestoeld moeten zijn op een benadering waarbij de verontreiniging aan de bron wordt aangepakt.


Casus 5. Bisfenol A
Achtergrond

Bisfenol A (BPA) wordt gebruikt als grondstof in plastics (met name polycarbonaat), maar ook in veel andere producten. BPA kan de hormoonhuishouding verstoren en is schadelijk voor de vruchtbaarheid. Hierom is het gebruik in Europa ingeperkt en mag het bijvoorbeeld niet meer toegepast worden in drinkbekers en voedselverpakkingen voor baby’s en peuters. Mensen worden voornamelijk blootgesteld via voedingsmiddelen die in aanraking zijn gekomen met BPA. Blootstelling via drinkwater is heel beperkt (<3%) [20].

Afwegingen bij normstelling
De WHO heeft geen drinkwaterrichtwaarde afgeleid voor BPA. In de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn is wel een norm van 2,5 µg/L opgenomen. Deze norm is ook overgenomen in het Nederlandse Drinkwaterbesluit en geldt per 12-1-2026. De norm is afgeleid van de voorlopige dagelijks tolereerbare dosis (TDI) van 4 µg/kg lg per dag die de EFSA in 2015 heeft afgeleid en is dus in principe afgeleid op een gezondheidskundige basis [21].

Nieuwe ontwikkelingen
Inmiddels heeft de EFSA een herevaluatie uitgevoerd voor BPA. Op basis van nieuwere studies blijkt dat blootstelling aan BPA mogelijk schadelijke effecten op het immuunsysteem heeft. De nieuwe TDI van 0,2 ng/kg lg/dag die de EFSA in 2023 heeft vastgesteld ligt 20.000x lager dan de vorige TDI [22]. Het RIVM heeft nog geen nieuwe gezondheidskundige richtwaarde afgeleid en het is nog niet duidelijk of de her-evaluatie van de EFSA zal leiden tot een verlaging van de drinkwaternorm om de juiste gezondheidskundige basis te behouden.

Aandachtspunten
Analyseerbaarheid: de huidige norm voor BPA is goed analyseerbaar (huidige rapportagegrens bij Het Waterlaboratorium is 8 ng/L), maar als een nieuwe norm zou worden vastgesteld in het lage ng/L-bereik zal analyse op voldoende laag niveau (d.i. met een methode met een rapportagegrens van maximaal een kwart van de norm) de grenzen opzoeken van wat analytisch voor deze stof haalbaar is.
Haalbaarheid norm: de concentraties in drinkwater liggen ruim beneden de huidige norm. Een nieuwe norm kan onder de huidige rapportagegrens komen te liggen en dit brengt technische uitdagingen met zich mee. Het aanscherpen van de norm zal een afweging vragen rondom haalbaarheid.


Casus 6. Dibroomazijnzuur
Achtergrond

Dibroomazijnzuur kan ontstaan wanneer bromidehoudend water gedesinfecteerd wordt met chloorhoudende, oxiderende verbindingen. Er zijn geen industriële toepassingen bekend van dibroomazijnzuur. Blootstelling aan dibroomazijnzuur via drinkwater veroorzaakt bij ratten en muizen meerdere soorten tumoren (levercel, mesothelioom) [23]. De IARC heeft dibroomazijnzuur geclassificeerd als carcinogeen in groep 2A (waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen).  

Afwegingen bij normstelling
De WHO heeft geen drinkwaterrichtwaarde afgeleid voor dibroomazijnzuur omdat er niet voldoende toxicologische data beschikbaar zijn om een goede richtwaarde af te leiden [4]. In de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn is wel een norm opgenomen voor de som van vijf gehalogeneerde azijnzuren. Deze norm is vastgesteld op 60 µg/L. De gehalogeneerde azijnzuren hoeven alleen gemeten te worden als desinfectiemethoden worden toegepast. Deze norm is ook overgenomen in het Nederlandse Drinkwaterbesluit. De norm van 60 µg/L is afgeleid door de US EPA als maximum contaminant level voor drinkwater op basis van een verhoogd risico op kanker [24].

Nieuwe ontwikkelingen
Het RIVM heeft voor dibroomazijnzuur een drinkwaterrichtwaarde afgeleid van 10,4 ng/L. Deze moet nog worden goedgekeurd door de Wetenschappelijke Klankbordgroep [13].

Aandachtspunten
Analyseerbaarheid: de stof is goed analyseerbaar op het niveau van de huidige norm. Om de nieuwe drinkwaterrichtwaarde goed te kunnen bepalen moet de analysemethode worden aangepast, wat mogelijk een uitdaging geeft.

Haalbaarheid norm: op drinkwaterlocaties waar gedesinfecteerd wordt met chloordioxide of chloorbleekloog liggen de concentraties dibroomazijnzuur hoger dan de rapportagegrens en daarmee zeker hoger dan de voorgenomen drinkwaterrichtwaarde van 10,4 ng/L. Voor andere drinkwaterlocaties is het niet mogelijk om op basis van de huidige data vast te stellen of de nieuwe drinkwaterrichtwaarde overschreden worden, omdat de richtwaarde lager is dan de huidige analysegrenzen. Bij het eventueel vaststellen van een nieuwe norm verdienen de praktische aspecten een goede overweging, waarbij de analyseerbaarheid zeker een aandachtspunt is.

Tabel 1. Overzicht normen, drinkwaterrichtwaarden, verwachte wijzigingen in toekomst en bijkomende implicaties voor analyseerbaarheid, zuivering en blootstellingsreductie

Conclusie
Bij het vaststellen van drinkwaternormen is de bescherming van de menselijke gezondheid het primaire uitgangspunt. Daarom is bij de normstelling een gezondheidskundige risicobeoordeling van de stof, op basis van toxicologische en epidemiologische gegevens, de basis. Uit de besproken voorbeelden blijkt echter dat het niet altijd mogelijk is om te voldoen aan de door het RIVM geadviseerde gezondheidskundige richtwaarde of om hierop te toetsen. In de praktijk wordt daarom bij de normstelling een bredere afweging gemaakt.

Daarbij worden ook beleidsmatige, niet-toxicologische aspectfactoren meegewogen, zoals technische haalbaarheid, analyseerbaarheid tot onder het normniveau en de voor- en nadelen van geavanceerde zuiveringsmethoden. Door dit bredere perspectief mee te nemen, kunnen maatregelen gerichter worden ingezet om de volksgezondheid zo effectief mogelijk te beschermen.

Voor lood en arseen hebben analyseerbaarheid en de technische haalbaarheid van voldoende verwijdering meegewogen bij de vaststelling van de huidige norm.

Voor bromaat is in het Nederlandse Drinkwaterbesluit rekening gehouden met een tegengesteld effect, in het geval van desinfectie met ozon. Het gebruik van ozon leidt tot de vorming van bromaat en daarmee tot een verhoogd kankerrisico. Desinfectie zorgt tegelijkertijd voor verwijdering van pathogene micro-organismen en daardoor een lager risico op infectieziekten. Hierbij heeft de levering van microbiologisch betrouwbaar water een hogere prioriteit heeft dan de risico’s van bromaat [12].

Voor PFAS, bisfenol A en dibroomazijnzuur heeft het RIVM de gezondheidskundige richtwaarden reeds vastgesteld, maar moet de uiteindelijke drinkwaternorm nog worden bepaald. Voor deze stoffen geldt ook dat analyseerbaarheid en technische haalbaarheid van verwijdering tot onder de norm mogelijk uitdagend kunnen zijn en in dat geval meegewogen moeten worden.

Deze benadering van het meewegen van zowel toxicologische als beleidsmatige aspecten in het normstellingsproces, zorgt voor een evenwichtige normstelling die zowel rekening houdt met de bescherming van de volksgezondheid als met de technische en maatschappelijke implicaties. In het eerste artikel van dit tweeluik zijn enkele denklijnen genoemd om mee te nemen bij het vaststellen van drinkwaternormen. Daarnaast is het belangrijk dat de wijze waarop afwegingen bij de besluitvorming gemaakt worden op een transparante wijze worden gecommuniceerd, zoals ook wordt aanbevolen in het eerste deel [1].


Samenvatting
In dit artikel wordt een aantal casussen gepresenteerd van stoffen waarbij bekend is dat in de praktijk meerdere factoren zijn meegewogen bij de normstelling, of waarvoor dat in de toekomst mogelijk het geval zal zijn. Voor iedere stof wordt ingegaan op de huidige drinkwaterrichtwaarde, de mate waarin andere aspecten dan het gezondheidskundig risico hebben meegespeeld bij het afleiden van de norm (als dit bekend is), mogelijke aandachtspunten bij het afleiden van de norm voor de betreffende stof en tot slot of er nieuwe ontwikkelingen te verwachten zijn.


REFERENTIES
1. Houtman, C., Slootweg, T., Schriks, M., Kors, L., Timmer, H. (2024). ‘Drinkwaterkwaliteitseisen in een breder perspectief – deel I: normstelling’. H2O-Online, 13 december 2024. https://www.h2owaternetwerk.nl/vakartikelen/drinkwaterkwaliteitseisen-in-een-breder-perspectief-deel-i-normstelling
2. Boon, P.E. et al. (2019). Loodinname via kraanwater - Blootstellingsschatting en risicobeoordeling voor diverse risicogroepen. RIVM Briefrapport 2019-0090. DOI 10.21945/RIVM-2019-0090
3. European Food Safety Authority (2010). ‘Scientific Opinion on Lead in Food. EFSA Panel on Contaminants in the Food Chain (CONTAM)’. EFSA Journal 2010; 8(4):1570. https://doi.org/10.2903/j.efsa.2010.1570
4. World Health Organization (2022). Guideline for drinking-water quality. Fourth edition Incorporating the first and second addenda. ISBN: 978-92-4-004506-4
5. Brown, M.J. en Falk, H. (2016). Toolkit for establishing laws to control the use of lead paint. Module C.iii. Conducting blood lead prevalence studies. Global Alliance to eliminate lead paint (2016)
6. Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives(1989). ‘Toxicological evaluation of certain food additives and contaminants. Contaminants’. WHO Food Additives Series 24. Geneva: World Health Organization
7. EFSA (2009). ‘Scientific Opinion on Arsenic in Food’. EFSA Journal 7:199. Parma, Italy.
8. Ahmad, A. et al. (2020). ‘Arsenic reduction to <1 µg/L in Dutch drinking water’. Environment International, 134, Article 105253. https://doi.org/10.1016/j.envint.2019.105253
9 WHO (2011). ‘Seventy-second report of the Joint FAO/WHO Expert Committee on food additives. Evaluation of certain contaminants in food’. World Health Organization Technical Reports Series, 959
10. Swartjes, F., Jansse, P., Dusseldorp, A., Hagens, W. (2017). ‘Handreiking voor de risicobeoordeling van arseen in de bodem voor de particuliere groenteteelt’. GGD Informatieblad Medische Milieukunde. RIVM-briefrapport 2017-0177. DOI 10.21945/RIVM-2017-0177
11. Smit, E. (2021). Risicogrenzen voor bromaat in oppervlaktewater. Afleiding volgens de methodiek van de Kaderrichtlijn Water. RIVM-briefrapport 2021-0101. DOI 10.21945/RIVM-2021-0101
12. Versteegh, J.F.M., Neele, J., Cleven, R.F.M.J., Gaalen, F.W. van (1995). Bromaat tijdens de drinkwaterproduktie en in drinkwater. RIVM-rapport 734301007
13. RIVM (2022). Mededelingen RIVM – ingebracht op 29 november 2022 in de Adviesgroep Waterkwaliteit
14. https://www.rivm.nl/pfas
15. WHO (2023). Responses to the most common comments from the public consultation (29 Sep to 11 Nov 2022) on the WHO draft background document for development of Guidelines for drinking-water Quality for PFOS and PFOA. pfos-and-pfoa-in-dw-comments-responses-21.11.23.pdf (who.int)
16. WHO (2023). PFOS and PFOA in Drinking-water: Background document for development of WHO Guidelines for Drinking-water Quality. https://www.who.int/teams/environment-climate-change-and-health/water-sanitation-and-health/chemical-hazards-in-drinking-water/per-and-polyfluoroalkyl-substances, geraadpleegd op 5 juli 2024.
17. EFSA (2020). ‘Opinion on the risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food’. EFSA Journal 2020; 18(9):6223. https://doi.org/10.2903/j.efsa.2020.6223
18. Aa, M. van der, Hartmann, J., Biesebeek, J.D. (2021). Analyse bijdrage drinkwater en voedsel aan blootstelling EFSA-4 PFAS in Nederland en advies drinkwaterrichtwaarde. RIVM Projectnr. M/270071.
19. Hartmann, J., Bokkers, B., Smit, E. (2023). Werkwijze toetsing PFAS in drinkwatermonsters. RIVM, Kenmerk KU-2023-0024. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/KU-2023-0024, geraadpleegd op 5 juli 2024
20 Arnold, S.M. et al. (2013). ‘Relevance of drinking water as a source of human exposure to bisphenol A’. J Expo Sci Environ Epidemiol 23(2): 137–144. https://doi.org/10.1038/jes.2012.66
21. EFSA (2015). ‘Scientific Opinion on the risks to public health related to the presence of bisphenol A (BPA) in foodstuffs: Executive summary. EFSA Panel on Food Contact Materials, Enzymes, Flavourings and Processing Aids (CEF)’. EFSA Journal 2015; 13(1):3978. https://doi.org/10.2903/j.efsa.2015.3978
22. EFSA (2023). ‘Scientific Opinion, Re-evaluation of the risks to public health related to the presence of bisphenol A (BPA) in foodstuffs’. EFSA Journal 2023; 21(4):6857. https://doi.org/10.2903/j.efsa.2023.6857
23. National Center for Biotechnology Information (2024). Dibromoacetic Acid – Some chemicals present in industrial and consumer products, food and drinking water. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK373181/, geraadpleegd op 5 juli 2024.
24. US EPA (2024). National Primary Drinking Water Regulations. https://www.epa.gov/ground-water-and-drinking-water/national-primary-drinking-water-regulations#DB, geraadpleegd op 5 juli 2024 .

Tags: Vakartikelen

Meer in Vakartikelen

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners