Het Sloterstrand is al een aantal jaren afgekeurd als zwemlocatie vanwege te hoge waarden van de bacterie Escherichia coli. Uit onderzoek van meer dan 400 watermonsters blijkt de verontreiniging met E. coli op de zwemlocatie zelf te ontstaan.
Download hier de pdf van dit artikel
Geschreven door Paul Bakker (Tijhuis Ingenieurs BV), Mark Nijman (gemeente Amsterdam), Joost Stoffels (Stichting Waternet)
Het Sloterstrand is een populaire zwemlocatie aan de noordwestoever van de Sloterplas in Amsterdam. Met de zonneweide is het strand ’s zomers een geliefde recreatieplek. Omdat de waterkwaliteit slecht is, is het strand sinds 2023 geen officiële zwemwaterlocatie meer.
De slechte waterkwaliteit is het gevolg van de bacteriën Escherichia coli (E. coli) en Intestinale Enterococcen (IE). De meeste E. coli- en IE-stammen zijn onschadelijk en komen van nature voor in de darmen van mens en dier. Er zijn echter specifieke stammen die het darmkanaal kunnen infecteren en ernstige ziektes kunnen veroorzaken [1], [2]. De aanwezigheid van E. coli en IE in het zwemwater duidt bovendien op fecale verontreiniging en kan betekenen dat er ziektekiemen in het water aanwezig zijn.
De gemeente Amsterdam heeft inmiddels maatregelen getroffen om van het Sloterstrand weer een officiële zwemlocatie te maken. De waterkwaliteit moet twee opeenvolgende jaren goed zijn, voordat het weer als officiële zwemlocatie mag worden gebruikt. Er is gezocht naar oplossingen om het gehalte E. coli te verlagen. Deze maatregelen zijn geformuleerd op basis van intensief onderzoek. Dit artikel beschrijft de diverse onderzoeken die hebben geleid tot de getroffen maatregelen. In zes maanden zijn daarom meer dan 400 watermonsters op E. coli onderzocht.
Het Sloterstrand
De Sloterplas is tussen 1948 en 1956 gegraven en heeft een diepte van 35 meter. In 1981 begint het Sloterstrand vorm te krijgen, met twee kademuren als landhoofden. Het strand is dan 30 meter lang. Tussen 2011 en 2015 wordt de omgeving van het Sloterstrand ontwikkeld en het strand met 110 meter verlengd. Als maatregel tegen blauwalg wordt er in 2016 bovendien een mosselscherm geïnstalleerd.
In 2019 verandert de waterkwaliteit van ‘aanvaardbaar’ in ‘slecht’ en vijf jaar later verliest het Sloterstrand zijn status als officiële zwemlocatie. In 2023 is de gemeente begonnen met het inventariseren van potentiële E. coli-bronnen. Als onderdeel hiervan is in 2024 het riool geïnspecteerd en is er gecontroleerd op foutaansluitingen op het hemelwaterriool. De gemeente zet daarnaast het mosselscherm plaatselijk open, zodat de zwemzone beter doorspoelt.
Afbeelding 1. Luchtfoto’s van voor (2010, links) en na uitbreiding van het strand en plaatsing van het mosselscherm (2024, rechts). Het mosselscherm is in 2025 verwijderd [3]
Analyses met de ALERT Lab-methode
Volgens de EU-zwemwaterrichtlijn dient het gehalte aan E. coli te worden bepaald met de ‘Most Propable Number’ (MPN)-methode. De MPN-methode wordt in een lab uitgevoerd, waarbij de aanwezige bacteriën in een monster worden opgekweekt en na toevoeging van een reagens de fluorescentie wordt gemeten. De gemeente Amsterdam was op zoek naar een snellere betrouwbare methode, waarmee E. coli op locatie kan worden gemeten. In dit onderzoek is de E. coli-monitoring uitgevoerd met de ALERT Lab portable E. coli Analyzer van Fluidion®.
De ALERT Lab maakt gebruik van de ‘Defined Substrate Technology’ (DST)-methode, waarmee de concentratie kolonievormende eenheden (kve) E. coli per 100 ml water kan worden bepaald. Tijdens het brononderzoek zijn dagelijks monsters genomen, waarbij telkens zes watermonsters uit de zwemzone en de voorliggende Sloterplas zijn onderzocht. Aan de monsters is een fluorescerend reagens (ALERT Bioreagent E. coli, Fluidion SAS) toegevoegd. Na incubatie op 37 °C in het apparaat is de fluorescentie gemeten. De analysetijd is ongeveer 14 uur, aanzienlijk korter dan bij de MPN-methode. Via het webportaal van Fluidion® konden vervolgens de analyseresultaten worden opgevraagd.
Vergelijking resultaten ALERT Lab- en MPN-methode
Het Sloterstrand is geen officiële zwemlocatie meer. De gemeente Amsterdam heeft de monitoring echter laten doorzetten, waardoor voor de afgelopen 15 zwemseizoenen resultaten volgens de MPN-methode beschikbaar zijn.
Om het verschil tussen de ALERT Lab- en MPN-methode te onderzoeken zijn zeven watermonsters onderzocht met beide analysemethodes. Uit de resultaten blijkt bij zes van de zeven monsters dat de ALERT Lab-methode hogere gehaltes aan E. coli opleverde. Voor het Sloterstrand is het verschil tussen de ALERT Lab- en MPN-methode ongeveer een tweevoud.
Dit verschil is te verklaren doordat de ALERT Lab het aantal individuele E. coli-cellen meet, waarbij elke cel bijdraagt aan de mate van fluorescentie. De MPN-methode meet daarentegen het aantal E. coli-kolonies en niet de individuele cellen. Beide analysemethodes kweken de E. coli in watermonsters op. De ALERT Lab geeft een deterministisch resultaat op basis van één kweek. De MPN-methode geeft daarentegen een stochastisch resultaat, waarvoor monsters veelvuldig worden opgekweekt.
Monitoring van mogelijke aanvoerroutes
In mei 2024 is het onderzoek begonnen naar de mogelijke bronnen van de aangetroffen verontreiniging met E. coli. De exacte locatie van de potentiële bronnen in de omgeving van de Sloterplas is onbekend. Daarom zijn vijf mogelijke aanvoerroutes van E. coli naar het Sloterstrand gemonitord met de ALERT Lab. Er is gemeten nabij het Sloterstrand (1), ten oosten (2) en westen (3) van het strand, in een naastgelegen peilbuis en vijver (4) en rondom een nabijgelegen festivalterrein (5). In de zwemzone van het Sloterstrand zijn daarnaast twee vaste monsternamelocaties gemonitord. Het idee is dat E. coli die wordt gemeten in de zwemzone ook zichtbaar moet zijn in de resultaten voor de mogelijke aanvoerroutes.
Uit de resultaten blijkt dat de gehaltes E. coli in de monsters van de aanvoerroutes relatief laag zijn, vergeleken met de resultaten voor de zwemzone (afbeelding 2). Hieruit werd geconcludeerd dat de verontreiniging met E. coli op de zwemlocatie zelf ontstaat.
Afbeelding 2. Resultaten voor het brononderzoek op het Sloterstrand en de mogelijke aanvoerroutes. Afhankelijk van de resultaten zijn extra locaties voor het Sloterstrand onderzocht. De piek op 27 juni is het gevolg van het schoonspoelen van een nabijgelegen waterfilter. Dit is geen E. coli-bron: water uit de plas heeft bacteriën in het filter achtergelaten
Monitoring tijdens het zwemseizoen
In juli 2024 is overgegaan op het uitgebreider monitoren van het Sloterstrand zelf. Gedurende het zwemseizoen is het water voor het strand eens per twee dagen bemonsterd en geanalyseerd met de ALERT Lab. De resultaten zijn weergegeven in afbeelding 3. Uit de resultaten blijkt dat de waterkwaliteit tot aan het mosselscherm(WM01, WM02, WM19, WM20, WM24 en WM25) slecht is en ter hoogte van de landhoofden (WM03 en WM05) goed tot uitstekend.
Afbeelding 3. Monitoringsresultaten op en nabij het Sloterstrand, juli t/m september. Links een boxplot tot 10.000 kve/100 ml, rechts een toetsing volgens de EU-kwaliteitseisen. Blauw, groen en rood betekenen respectievelijk uitstekend, goed en slecht
Omwoeling van de bodem
Nadat de aanwezigheid van E. coli in de waterbodem van de zwemzone was aangetoond zijn omwoelproeven ingezet. De verwachting is dat de bacterie door het omwoelen door mens, dier of weersomstandigheden (wind, golven e.d.) in het zwemwater terecht komt.
De omwoelproeven zijn uitgevoerd in de zwemzone (WM01 en WM02) van het Sloterstrand en op vier andere stranden in de regio. Voor de omwoelproeven is eerst een referentiemonster (nulsituatie) genomen. Daarna werd de bodem omgewoeld en is een tweede watermonster genomen. Twee uur na omwoelen is een derde monster genomen.
In de grafieken van afbeelding 4 is zichtbaar dat na omwoelen het E. coli-gehalte in het zwemwater sterk toeneemt. Na twee uur is het gehalte weer gelijk of lager dan in de nulsituatie. Dit komt waarschijnlijk door het verspreiden van de effecten van de omwoelproeven over de zwemzone. Op de andere vier zwemstranden is eenzelfde verhoging niet waargenomen.

Afbeelding 4. Resultaten van twee omwoelproeven op het Sloterstrand. Door verspreiding en bezinking nemen de gehaltes na het omwoelen snel af
Onderzoek naar menselijk en dierlijk DNA
KWR Water Research Institute heeft ten slotte DNA-onderzoek uitgevoerd om de oorsprong van de E. coli-bacterieën te bepalen. In totaal heeft KWR twaalf watermonsters onderzocht. In de watermonsters zijn DNA-profielen uit fecaliën van mensen, vogels en honden aangetroffen. Het DNA-onderzoek wijst geen duidelijke E. coli-bron aan.
Een eenduidige relatie tussen de gehaltes E. coli en de DNA-profielen is überhaupt lastig. Volgens literatuur kan E. coli zich voor een lange periode handhaven in de waterbodem, zelfs bij lage temperaturen [4], [5]. Dit geldt waarschijnlijk ook voor het Sloterstrand. DNA-profielen blijven daarentegen maar een paar dagen intact. De gemeten E. coli-cellen kunnen de DNA-profielen uit dezelfde fecaliën dus overleven.
Afbeelding 5. Alle analyseresultaten op de twee vaste locaties in de zwemzone van het Sloterstrand. Voor pieken boven 10.000 is een logaritmische schaal gebruikt
Conclusie en handelingsperspectief
Uit bovenstaand onderzoek is gebleken dat de aanwezigheid van E. coli in het zwemwater van het Sloterstrand zijn oorsprong vindt op de locatie zelf. Daarnaast heeft analyse aangetoond dat het gehalte aan E. coli per dag en per monsternamelocatie kan verschillen. Gedurende het zwemseizoen wordt er geleidelijk meer E. coli aangetroffen, vermoedelijk door accumulatie van de bacterie in de waterbodem van de zwemzone. Door omwoeling door mens, dier of weersomstandigheden komt E. coli vervolgens in het zwemwater terecht.
Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft de gemeente Amsterdam inmiddels twee maatregelen getroffen. Het effect van deze maatregelen wordt in 2025 van de lente tot de herfst gemonitord.
De eerste maatregel omvat het herstellen van de doorspoeling van de zwemzone van het Sloterstrand. In 2016 is voor het strand een scherm met Quaggamosselen geïnstalleerd als maatregel tegen blauwalg. De mosselen consumeren de algen en de drijvers van het mosselscherm houden drijflagen van blauwalg tegen. Tegelijkertijd belemmert het scherm echter ook de doorspoeling van de zwemzone. Door deze belemmering kan E. coli zich waarschijnlijk in de waterbodem ophopen. Het is bovendien bekend dat bacteriën, waaronder E. coli, sneller groeien in stilstaand water [6]. In 2024 is daarom het mosselscherm plaatselijk opengezet en in het voorjaar van 2025 is het geheel verwijderd. De doorspoeling van de zwemzone is hiermee hersteld.
De tweede maatregel omvat het verkleinen van de afstroom van fecaliën vanaf het strand. Op het Sloterstrand zijn geregeld ganzen aanwezig, waarvan bij de monitoring fecaliën op de waterbodem zijn gezien. De gemeente laat deze fecaliën gedurende het zwemseizoen van 2025 dagelijks opruimen, voordat deze richting de zwemzone kunnen afstromen. Onderzocht is of baggeren voorafgaand aan het zwemseizoen een effectieve maatregel is. Daartoe zijn in februari 2025 het strand en de waterbodem op E. coli onderzocht. In de 36 monsters is nagenoeg geen E. coli aangetroffen. Baggeren vóór het zwemseizoen werd niet zinvol geacht.
Meer informatie
De rapportage achter dit artikel is opvraagbaar via de redactie.
Samenvatting
Het Sloterstrand is al een aantal jaren afgekeurd als zwemlocatie vanwege te hoge waarden van de bacterie Escherichia coli. Uit onderzoek van meer dan 400 watermonsters blijkt de verontreiniging met E. coli op de zwemlocatie zelf te ontstaan.
REFERENTIES
1. Onyeaka, H.N., Nwabor, O.F. (2022). ‘Food Preservation and Safety of Natural Products. ‘Chapter 3 – Microbial food contamination and foodborne diseases’, blz. 19-37. Academic Press, ISBN 97803238570000, https://doi.org/10.1016/B978-0-323-85700-0.00002-2
2. Ramos, S. et al. (2020). ‘Enterococci, from Harmless Bacteria to a Pathogen’. Microorganisms. Volume 8 (8), doi: 10.3390/microorganisms8081118
3. www.luchtfototijdreis.nl, geraadpleegd op 8 april 2025
4. Yoneda, I. et al. (2024). ‘Significant Factors for Modelling Survival of Escherichia coli in Lake Sediments’. Microorganisms. Volume 12, 1192, https://doi.org/10.3390/microorganisms12061192
5. Brennan, F.P. et al. (2010). ‘Long-Term Persistence and Leaching of Escherichia coli in Temperate Maritime Soils’. Applied and Environmental Microbiology. Volume 76 (5), doi: 10.1128/AEM.02335-09
6. Yi, J.C. et al. (2019). ‘Reduction in bacterial regrowth in treated water by minimizing water stagnation in the filtrate line of a gravity-driven membrane system’. Environmental Engineering Research. Volume 24 (1), https://doi.org/10.4491/eer.2018.048