Ga naar inhoud

Expertisenetwerk Zoetwater en Droogte raadt aan om af te stappen van het klassieke droogteseizoen

Door Tim Koorn
Expertisenetwerk Zoetwater en Droogte raadt aan om af te stappen van het klassieke droogteseizoen
Berichtgeving over het droogteseizoen en de werkelijke praktijk sluiten met de huidige afbakening van het droogteseizoen niet altijd even goed op elkaar aan, aldus het ENZD | Foto: Rob Croes (Anefo)/Nationaal Archief via Wikimedia Commons
Gepubliceerd:

We moeten af van een op de kalender afgebakend droogteseizoen dat stipt op 1 april begint, en overgaan op een jaarronde monitoring en informatievoorziening over droogte. Dat schrijft het Expertisenetwerk Zoetwater en Droogte (ENZD) in een ongevraagd advies aan (met name) waterbeheerders en organisaties die het brede publiek over droogte informeren, zoals het KNMI en de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW).

Droogte moeten we als jaarrond ‘continuüm’ gaan beschouwen, schrijft het ENZD. Waar we in Nederland nog spreken van een droogteseizoen als een op de kalender afgebakende periode van 1 april tot 30 september, is droogte in de realiteit een cumulatie van omstandigheden die zich over het jaar of over meerdere jaren heen voordoet.

Het ENZD is een samenwerking van experts van onder andere het KNMI, Rijkswaterstaat, KWR Water Research Institute, de TU Delft, IHE Delft, Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. De experts besloten tot een ongevraagd advies omdat onze formele benadering van droogte als iets dat zich beperkt tot de zomermaanden volgens hen leidt tot gemiste kansen voor tijdige communicatie en anticipatie op droge periodes.

Door klimaatverandering neemt de kans op meerjarige droogte immers steeds meer toe, en verandert de dynamiek in grondwaterstanden en rivierafvoeren. Beiden kunnen tegenwoordig ook in de herfst- en wintermaanden flink afnemen door droogte of door na-ijleffecten van droogte in eerdere jaren. Ook komt de groei van landbouwgewassen en andere vegetatie steeds eerder in het jaar op gang, waardoor de bijbehorende toename in zoetwatervraag zich steeds vroeger voordoet. Daarnaast vindt de overgang van hoge naar lage rivieraanvoeren niet (meer) op een vast en meerjarig voorspelbaar moment plaats, door afhankelijkheid van bovenstroomse veranderingen in sneeuw- en grondwatervoorraden.

Communicatie
Het ENZD raadt daarom aan om officiële droogteberichten van overheidswege niet pas op te starten zodra de kalender zegt dat het droogteseizoen aangevangen is. Hierbij wordt gedoeld op bijvoorbeeld de Droogtemonitor, die bijgehouden wordt door het LCW met bijdragen van de waterschappen, Rijkswaterstaat, het KNMI, provincies, Vewin en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

In plaats daarvan raden de experts aan om – vergelijkbaar met de strategie voor hoogwater – jaarrond te communiceren op die momenten dat er daadwerkelijk sprake is van (dreigende) droogte. “Dat doet meer recht aan de (veranderende) werkelijkheid en biedt kansen voor verbetering van het bewustzijn bij zoetwatergebruikers, waterbeheerders en een breder publiek, omdat het moment van communiceren beter aansluit bij ervaringen in de praktijk”, aldus het advies. Ook zou de centrale overheidscommunicatie op die manier beter kunnen aansluiten bij die van de media. Zo was er in 2022 en 2025 in het vroege voorjaar al veel media-aandacht voor droogte, terwijl de officiële communicatie nog niet was opgestart omdat het nog geen 1 april was geweest.

Ook het omgekeerde komt voor: communicatie over de start van het droogteseizoen, terwijl Nederland in regenbroek door het voorjaar waadt. “In april 2024 was het historisch nat, tegelijkertijd kwam er een startbericht van de LCW over de droogtesituatie, terwijl er toen van droogte geen sprake was”, vertelt Niko Wanders, universitair hoofddocent hydrologie aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van het ENZD. “Het is niet nodig om te communiceren over droogte als het er niet is, en tegelijkertijd nodig om er juist eerder over te communiceren als droogte zich voordoet buiten wat we nu het droogteseizoen noemen.”

Breder en langer monitoren
Om beter te kunnen anticiperen op het continue karakter van droogte raadt het ENZD verder aan om het bestaande pakket droogte-indicatoren te verbreden. In de huidige situatie vormt het neerslagtekort de voornaamste droogte-indicator voor het algemeen publiek. Dit zou het ENZD graag verbreed zien worden naar alle relevante variabelen die onderdeel zijn van de hydrologische cyclus, zoals neerslag, referentieverdamping, potentiële en actuele verdamping, bodemvocht, grondwaterstanden en rivierafvoeren. Ook wordt aanbevolen het neerslagtekort, wat het KNMI momenteel enkel van 1 april tot 30 september in beeld brengt, jaarrond te gaan monitoren omdat er steeds vaker al vóór april een tekort is.

Een dergelijke bredere blik op maatstaven voor droogte, zou waterbeheerders volgens de experts kunnen helpen om maatregelen zoals onttrekkingsverboden of het vasthouden van smeltwater in het IJsselmeer, beter uit te leggen of eerder in het jaar in te zetten wanneer de situatie daar om vraagt. Om zelfde reden wordt aangeraden om in de centrale droogtecommunicatie inzicht te geven in de (dis)balans tussen beschikbare zoetwatervoorraden en de zoetwatervraag.

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners