Het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) roepen het Rijk op om het gemeente- en provinciefonds voor de instandhouding van civiele infrastructuur op te hogen. ‘Komt dat extra geld er niet, dan gaan inwoners en ondernemers flinke overlast ervaren’.
Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van ongeveer 80 procent van de infrastructuur van Nederland, aldus de partijen in een gezamenlijk bericht. Met infrastructuur wordt in dezen gedoeld op wegen, bruggen, tunnels, viaducten, duikers, kademuren, damwanden, steigers, stuwen, sluizen en gemalen.
Veel van deze objecten zijn toe aan onderhoud of algehele vervanging. De kosten hiervoor worden opgedreven door klimaatverandering, zwaarder wordend goederen- en personenverkeer, en toenemende eisen op het gebied van veiligheid en duurzaamheid. Volgens het IPO en de VNG houdt de ontwikkeling van het gemeente- en provinciefonds de stijgende kosten voor vervangings- en renovatieopgaven onvoldoende bij.
Indien het Rijk niet bijlegt, vrezen de provincie- en gemeentekoepel voor “grote overlast voor inwoners en ondernemers vanwege noodgedwongen, langdurige of zelfs definitieve afsluitingen van wegen, bruggen en tunnels”, aldus Jan van Burgsteden, lid van de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit en wethouder van de Gemeente Meierijstad.
Kademuren
“We staan voor een enorme opgave om Nederland bereikbaar te houden”, zegt ook Harry van der Maas, gedeputeerde van de Provincie Zeeland en voorzitter van de IPO-commissie Bereikbaarheid en Infrastructuur. “Dat vraagt om intensieve samenwerking tussen overheden, maar ook om voldoende geld. We kijken zelf naar alle mogelijke opties die we hebben, maar zonder ophoging van het gemeente- en provinciefonds dreigen we in een onhoudbare en onwenselijke situatie terecht te komen.”
De komende decennia zullen gemeenten en provincies gemiddeld 1,5 miljard euro per jaar moeten investeren, blijkt uit onderzoek in opdracht van IPO, VNG en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “We hebben het wel op ons af zien komen, maar niet de hoogte van de bedragen”, aldus Van der Maas op de NOS.
Nieuw in de huidige kostenraming is de toevoeging van kosten voor duikers en kademuren, die in een eerdere prognose (2023) ontbraken. De kosten voor vernieuwing van kademuren (tot 2100 landelijk bijna 16 miljard euro) hebben een grote impact op de totale kostenopgave, met name voor gemeenten. Het merendeel van dit geld zal binnen de komende 40 tot 50 jaar nodig zijn, in verband met de huidige leeftijd van kademuren.
Regionale verschillen
Met welke objecttypen provincies en gemeenten voornamelijk te maken hebben, verschilt sterk per regio. Zo worden buiten de Randstad aanzienlijk meer duikers gevonden, en zijn er in Noord- en Zuid-Holland meer bruggen, tunnels en kademuren.
Kleine gemeenten hebben naar verhouding in aantal meer stuwen, gemalen, bruggen, tunnels en kademuren. Grotere gemeenten hebben echter grotere objecten in termen van lengte of oppervlakte.
Amsterdam en Rotterdam zijn daarbij uitschieters, zelfs binnen de grotere gemeenten. Zo zijn binnen de 19 grootste gemeenten Amsterdam en Rotterdam verantwoordelijk voor meer dan 40 procent van het landelijk brugoppervlak en meer dan 70 procent van al het tunneloppervlak. Ook hebben grote gemeenten een zeer groot deel van de kademuren binnen hun beheer.
Data op orde
Uit voornoemd onderzoek bleek overigens ook dat het gemeenten en provincies regelmatig ontbreekt aan een actueel en volledig overzicht van aantallen, eigenaarschap, actuele toestand, jaar van aanleg, onderhoudshistorie en beheerovereenkomsten van civiele infrastructuur. Met name van duikers, steigers, kademuren en damwanden missen regelmatig gegevens.
Opvallend is dat de helft van de grote gemeenten aangeeft dat de inventarisatie van hun areaal nog niet op orde is. Gezien de grote impact van met name kademuren op de kostenprognose, is het zaak om deze data op orde te krijgen voor een goed inzicht in de onderhouds- en vernieuwingsopgave, aldus het onderzoeksrapport.
Niet alles kan
De oproep om financiële steun doen VNG en IPO in aanloop naar een commissiedebat over bereikbaarheid dat de Tweede Kamer in juni op de planning heeft staan.
In maart schreven minister Vincent Karremans en staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat al aan de Kamer dat het kabinet ‘scherpe keuzes’ zal moeten maken bij de toekenning van budgetten vanuit het Mobiliteitsfonds en Deltafonds (“Niet alles kan, en niet alles kan tegelijkertijd”). Voor de zomer wil het ministerie, mede op basis van inbreng van de Kamer en medeoverheden, besluiten welke projecten voorrang krijgen.