Met een interactieve viewer laat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zien waar de zwakke plekken in de duinen ontstaan als de zeespiegel stijgt. De viewer is het resultaat van nieuwe berekeningen, die het mogelijk maken om het duingebied gerichter te beheren. Voor de meeste strandpaviljoenhouders is dit goed nieuws.
Tot voor kort was de strategie om de duinaangroei overal langs de kust maximaal te stimuleren om de waterveiligheid te garanderen. Dat betekende dat strandpaviljoens die het doorstuiven van zand verhinderden per definitie verplaatst moesten worden.

Joost Schrander"Nu we steeds beter in staat zijn om de toekomstige waterveiligheid en de ontwikkeling van het duinmassief te berekenen, kunnen we ook besluiten dat op bepaalde plekken duinaangroei minder belangrijk is", zegt Joost Schrander, strategisch adviseur waterveiligheid bij HHNK. "Daardoor hoeven er de komende jaren minder paviljoens verplaatst te worden."
De nieuwe modelberekeningen vormen de basis van een vernieuwde beheerstrategie voor de kust, Kijk op een Veerkrachtige Kust. "De vorige dateerde nog uit 1998 en was zwaar verouderd", aldus Schrander. "Er werd toen bijvoorbeeld nog geen rekening gehouden met klimaatverandering. En we zijn steeds beter in staat om te voorspellen."
Zandsuppleties
Samen met Rijkswaterstaat houden de kustwaterschappen sinds 1990 de basiskustlijn in stand met zandsuppleties. Vlak voor de kust worden grote hoeveelheden zand opgespoten, die via het strand doorstuiven richting duinen. Ook wordt bijvoorbeeld de eerste duinenrij afgetopt en worden kerven en stuifkuilen aangebracht, zodat het zand zich verder kan verspreiden.
Strandpaviljoens, waarvan er veel jaarrond blijven staan, kunnen deze duinvorming verhinderen, evenals bijvoorbeeld KNRM-posten. Schrander: "Daarom moesten die altijd 10 meter voor de duinvoet staan."
In de nieuwe beheerstrategie heeft HHNK de Noord-Hollandse kust opgedeeld in vier categorieën: bebouwd, bijzonder, hoog dynamisch en laag dynamisch. In de eerste categorie is weinig ruimte voor dynamisch kustbeheer en daarom wordt er kritischer gekeken naar vergunningen.
Bij hoog dynamische kustlocaties is er juist veel ruimte voor dynamisch kustbeheer, onder andere omdat de werkelijke waterkering, het grensprofiel van de zandige kering, verder landinwaarts ligt. "Hier kunnen we dus ook soepeler omgaan met strandbebouwing", verklaart Schrander.
Zwakke plekken
Op de interactieve viewer die HHNK bij de nieuwe beheerstrategie ontwikkelde, kunnen ondernemers, natuurbeheerders en bijvoorbeeld ambtenaren van provincie en kustgemeenten zelf bekijken tot waar het water komt als de zeespiegel 1, 2 of 3 meter stijgt en waar de zwakke plekken zijn.
"Daarmee willen we als waterschap laten zien waarom we doen wat we doen", zegt Schrander. "En we geven belanghebbenden inzicht waar zij nu staan, zodat zij beter op de toekomst kunnen anticiperen."
De berekeningen worden elk jaar geactualiseerd, mede op basis van de groei van het duinmassief. De komende jaren gaat het waterschap aan de slag met de zwakke plekken die nu in kaart zijn gebracht. Zo worden strandopgangen en lage plekken in de duinen opgehoogd.