Ga naar inhoud

Inzicht in zoutgehalte oppervlaktewater door gezamenlijk te meten

Agrariërs, natuurbeheerders en studenten in Zeeland hebben met de Deltares Aquality App gemeten aan het zoutgehalte van het oppervlaktewater. Dit heeft geleid tot een beter beeld van de verzilting in de provincie en gezorgd voor inzicht in het watersysteem in hun eigen omgeving.

Door Tim Koorn
Inzicht in zoutgehalte oppervlaktewater door gezamenlijk te meten
EC-meting met de Aquality App | Foto Deltares
Gepubliceerd:

Agrariërs, natuurbeheerders en studenten in Zeeland hebben met de Deltares Aquality App gemeten aan het zoutgehalte van het oppervlaktewater. Dit heeft geleid tot een beter beeld van de verzilting in de provincie en gezorgd voor inzicht in het watersysteem in hun eigen omgeving.

Download hier de pdf van dit artikel 


Geschreven door Ilja America – van den Heuvel, Kim Gommans, Vince Kaandorp (Deltares), Yves Bonné (provincie Zeeland)


Om beter grip te krijgen op de zoetwatervoorraad is in de winter van 2021/2022 in Zeeland een participatieve meetcampagne naar het zoutgehalte van het oppervlaktewater gestart. Met de Aquality App van Deltares [1] hebben agrariërs, natuurbeheerders en studenten regelmatig het zoutgehalte van het oppervlaktewater gemeten en geregistreerd. Het zoutgehalte van oppervlaktewater wordt in de praktijk vaak bepaald met EC‑metingen, waarbij EC staat voor elektrische geleidbaarheid (electrical conductibility). Water geleidt elektriciteit beter naarmate er meer zouten in zijn opgelost. Een EC‑meter meet deze geleidbaarheid en geeft zo een snelle en betrouwbare indicatie van het zoutgehalte. Dit maakt EC‑metingen bijzonder geschikt voor grootschalige en frequente monitoring van verzilting.

De uitgifte van ongeveer 450 EC‑meters leidde niet alleen tot een fijnmazig meetnet dat waardevolle informatie oplevert over de zoutgehaltes en de dynamiek van verzilting, maar ook tot onverwacht positieve neveneffecten.  Al vroeg in het traject werd duidelijk dat actieve deelname de betrokkenheid van agrariërs, ondernemers en bewoners bij thema’s als verdroging en verzilting versterkt. Het beschikbaar stellen van de meters bleek bovendien een effectieve manier om het gesprek met ondernemers en inwoners te openen en lokale netwerken te vormen die kennis delen en elkaar weten te vinden. Het succesvolle gebruik van de Aquality App heeft inmiddels geleid tot bredere interesse in participatieve monitoring, waaronder het meten van stikstof- en nitraatconcentraties in oppervlaktewater.

Sinds de start van de campagne in 2021 zijn in Zeeland en over de grens in België bijna ongeveer 7600 EC-metingen verzameld (afbeeldingen 1 en 2). De meetgegevens tot en met december 2024 zijn gebruikt voor een analyse door Deltares, waarin is gekeken hoe een participatieve meetcampagne nieuwe inzichten kan bieden. In dit artikel geven we een beknopt overzicht van de belangrijkste bevindingen uit een Quickscan [2] en presenteren we de resultaten van een verdiepende analyse [3]. Zo zijn watergangen getypeerd als altijd zoet, in de zomer brak of permanent zout, om zo kansen voor het vergroten van de zoetwaterbeschikbaarheid in beeld te brengen. Daarnaast zijn ook de beschikbare EC-metingen van drainwater geanalyseerd, wat aanvullende inzichten biedt in de zoetzoutdynamiek op perceelschaal.

Afbeelding 1. Overzichtskaartje met alle EC-metingen tussen november 2021 en 30 maart 2026 in de provincie Zeeland en over de grens in België

Afbeelding 2. Cumulatieve plot van het aantal EC-metingen in Zeeland en België, november 2021-maart 2026

Resultaten uit quickscan-analyse
Uit de quickscan-analyse van bijna 6000 metingen blijkt dat het zoutgehalte in het Zeeuwse oppervlaktewater sterk varieert in ruimte en tijd. Daarnaast is een duidelijk seizoenspatroon zichtbaar, met hogere waarden in de zomer en lagere in de winter.

Uit de vergelijking van de EC-metingen met hoogtegegevens (Algemene Hoogtekaart Nederland), de kaart van de FRESHEM-zoet-zout-grondwaterkartering [4] en neerslagpatronen, komt een consistent beeld naar voren: hoe hoger het landschap en hoe dieper het zoet-zoutgrensvlak, hoe lager de gemeten EC-waarden. Dit bevestigt de lagere invloed van zoute kwel op hoger gelegen delen van Zeeland. Daarnaast blijkt dat nattere perioden structureel leiden tot lagere EC-waarden in alle regio’s. Door deze basisdata te koppelen aan de meetcampagne ontstaat een duidelijker inzicht in de factoren die de zoetzoutdynamiek sturen en waar kwetsbaarheden in het watersysteem liggen.

Typering van watergangen
Een centrale vraag in de verdiepende analyse was of de via de app verzamelde EC-metingen voldoende houvast bieden om watergangen in Zeeland te typeren naar hun zoet-zoutkarakter. Het doel was te bepalen welke watergangen jaarrond zoet, brak of zout zijn en welke seizoensmatig van karakter veranderen. Voor deze laatste categorie is de term wisselwatergang geïntroduceerd. Voor een robuuste typering is een stapsgewijze methode ontwikkeld, die bestaat uit drie onderdelen: het clusteren van meetlocaties, het bepalen van mediane EC-waarden per seizoen en het toekennen van een typering per cluster.

Clustering van meetpunten
De eerste stap was het groeperen van meetpunten die dicht bij elkaar liggen. Omdat GPS‑metingen enkele meters kunnen afwijken, is gekozen voor een clusterstraal van 10 meter. Daarmee bleef vrijwel alle beschikbare informatie behouden en ontstond een stevig fundament voor verdere analyse. Een aandachtspunt is dat meetpunten die fysiek gescheiden zijn door bijvoorbeeld een weg of kade, maar binnen deze afstand liggen, toch samen worden geclusterd. Ondanks deze beperking levert de methode een representatief en bruikbaar overzicht op. In totaal zijn 192 clusters gevormd, verspreid over heel Zeeland.

Mediane EC-waarden per seizoen
Voor elk cluster zijn vervolgens de mediane EC-waarden bepaald voor het zomerseizoen (april–september) en het winterseizoen (oktober–maart). Alleen clusters met minimaal twee metingen per seizoen zijn meegenomen, om een representatief beeld te krijgen van de seizoensdynamiek. Clusters waarin uitsluitend in één seizoen is gemeten, zijn buiten beschouwing gelaten.

Typen watergangen
Op basis van de mediane EC-waarden zijn de clusters ingedeeld in vier hoofdtypen: altijd zoet, altijd brak, altijd zout en ‘wisselwatergangen’. De grenswaarden zijn in regionale bijeenkomsten afgestemd met agrariërs. Een waarde van minder dan 2 millisiemens per centimeter (mS/cm) werd daarbij als landbouwkundig zoet bestempeld. Deze indeling maakt het mogelijk om niet alleen de huidige toestand, maar ook de dynamiek van het watersysteem beter te begrijpen.

  • Altijd zoet: mediane EC-waarde jaarrond < 2 mS/cm
  • Altijd brak: mediane EC-waarde tussen 2 en 5 mS/cm
  • Altijd zout: mediane EC-waarde > 5 mS/cm
  • Wisselwatergangen: het zoutgehalte verschilt per seizoen. Vier varianten:
    • Zoet in de winter, brak in de zomer (< 2 → 2–5 mS/cm).
    • Zoet in de winter, zout in de zomer (< 2 → > 5 mS/cm).
    • Brak in de winter, zout in de zomer (2–5 → > 5 mS/cm).
    • Overige combinaties die niet in bovenstaande passen.

Ruimtelijke patronen
De getypeerde watergangen zijn vergeleken met andere datasets over het bodem- en watersysteem. Deze analyse geeft een duidelijke samenhang met de diepte van het zoet-zoutgrensvlak en de hoogte van de meetlocatie. De relatie van wisselwatergangen met deze parameters is minder sterk. Altijd zoete watergangen komen vrijwel uitsluitend voor in gebieden waar het zoet-zoutgrensvlak dieper ligt dan ongeveer 15 meter onder maaiveld, terwijl zoute watergangen zich vaak in relatief laaggelegen gebieden bevinden.

Op basis van de huidige data is het echter niet mogelijk om nadere vuistregels voor de typering af te leiden. Een reden hiervoor is dat water in de watergangen stroomt en wordt beïnvloed door het bovenstroomse afwaterende gebied. Hierdoor treedt menging op.

Afbeelding 3. De geclusterde punten met bijbehorende typering en de FRESHEM-kaart als achtergrond

Analyse drainwater
Uit de Quickscan blijkt dat er meer dan 200 metingen aan de afvoer van buisdrainages zijn gedaan. EC-metingen van drainwater weerspiegelen direct het zoutgehalte van het ondiepe grondwatersysteem. Hierdoor kunnen deze metingen informatie opleveren over het perceel, zoals de diepte en dynamiek van het zoet–zoutgrensvlak, de invloed van zoute kwel en de reactie op neerslag en droogte. Deze inzichten zijn uit alleen oppervlaktewatermetingen vaak niet af te leiden.

Analyse van de drainwatermetingen in de gemeente Goes laat zien hoe sterk lokale omstandigheden het zoutgehalte bepalen. Op locaties met een ondiep zoet‑zoutgrensvlak is het drainwater structureel brak tot zout, met slechts tijdelijke verdunning na intensieve neerslag. Waar het grensvlak dieper ligt, blijft het drainwater jaarrond zoet en is nauwelijks een relatie tussen zoutgehalte en neerslag zichtbaar. Op een derde locatie was de seizoensdynamiek goed zichtbaar: in de zomer lopen de zoutgehaltes op door droogte en meer kwel, terwijl er bij lage grondwaterstanden geen drainage optreedt. Tot slot zijn er locaties in de buurt van zoute waterlichamen waar kwel domineert, waardoor het drainwater blijvend brak tot zout is en regenbuien weinig effect hebben.

Kansen zoetwaterbeschikbaarheid
Door lokaal in te zoomen op de getypeerde meetlocaties en daarbij rekening te houden met de stroomrichting van de watergangen, is het mogelijk om overgangszones tussen altijd zoete en niet-altijd zoete watergangen te identificeren. Deze overgangszones kunnen kansen zichtbaar maken om bijvoorbeeld een waterkerende stuw te plaatsen, zodat het zoete en zoute water gescheiden blijven. De voorbeeldanalyse van kleinere deelgebieden laat zien dat het mogelijk is om deze overgangszones te vinden [3], maar dat gebiedskennis over de stroomrichting van de waterwegen nodig is om de resultaten goed te interpreteren.

De vergelijking met de kansenkaarten voor ondergrondse zoetwateropslag op Schouwen-Duiveland [5] geeft een eerste indruk van locaties waar mogelijk zoet oppervlaktewater beschikbaar is voor landbouwdoeleinden. Het is daarbij belangrijk om niet alleen te weten waar, maar ook wanneer zoet water beschikbaar is: overschotten treden vooral in natte perioden op, terwijl in droge perioden juist tekorten ontstaan. Door deze informatie te koppelen aan gebieden waar de ondergrond geschikt is voor opslag, kan tijdelijk beschikbaar zoet water gericht worden benut voor ondergrondse opslag of kreekruginfiltratie. Dit maakt het mogelijk om winterse overschotten vast te houden voor droge tijden en verzilting lokaal tegen te gaan.

Op basis van de huidige informatie lijken meerdere watergangen potentieel interessant, omdat zij jaarrond zoet water voeren én samenvallen met gebieden waar kansen voor ondergrondse opslag of kreekruginfiltratie worden verwacht. Voor deze locaties is nader onderzoek nodig om de daadwerkelijke beschikbaarheid en haalbaarheid te bepalen. De groeiende EC-dataset uit de Aquality app kan in de toekomst een waardevolle basis vormen om dergelijke kansenkaarten verder te verfijnen.

Conclusie
Tot voor kort was er weinig bekend over de ruimtelijke verdeling en seizoensdynamiek van het zoutgehalte in het Zeeuwse oppervlaktewater. De participatieve meetcampagne met de Aquality app heeft hierin een duidelijke doorbraak gebracht. Dankzij de inzet van agrariërs, natuurbeheerders, burgers en studenten is in korte tijd een rijk en fijnmazig beeld ontstaan van zoet, brak en zout oppervlaktewater, en van de factoren die deze variatie sturen. De combinatie van oppervlaktewatermetingen en drainwatermetingen blijkt daarbij bijzonder waardevol: samen geven zij inzicht op zowel regionale schaal als op perceelniveau, waardoor overgangszones en kwetsbare plekken in het watersysteem scherp in beeld komen.

De brede participatie versterkt niet alleen het draagvlak voor beleid en beheer, maar zorgt er ook voor dat deelnemers hun eigen watersysteem beter leren kennen. De groeiende dataset maakt zoet‑zoutovergangen herkenbaar en biedt handvatten om kansrijke locaties voor verbetering van de zoetwatervoorraad aan te wijzen. Daarmee laat de campagne zien dat participatieve monitoring niet alleen nieuwe kennis oplevert, maar ook een krachtige basis vormt voor verdere samenwerking en een veerkrachtig Zeeuws watersysteem.


Samenvatting
Agrariërs, natuurbeheerders en studenten in Zeeland hebben de afgelopen jaren met behulp van de Deltares Aquality App gemeten aan het zoutgehalte van het oppervlaktewater. Dit heeft geleid tot een beter beeld van de verzilting in de provincie en heeft bij ondernemers en bewoners gezorgd voor inzicht in het watersysteem in hun eigen omgeving. Deze aanpak laat zien dat participatieve monitoring effectief is om verzilting en zoetwatertekorten zichtbaar te maken en heeft geleid tot bredere interesse in andere projecten.


REFERENTIES
1. Deltares Aquality App. https://www.deltares.nl/software-en-data/producten/aquality-app
2. Gommans, K., America-van den Heuvel, I. & Kaandorp, V. (2025). Memo Quickscan Analyse EC-metingen Aquality App (kenmerk: 11210587-002-BGS-0002). Deltares. 
3. America-van den Heuvel, I., & Gommans, K. (2025). Analyse EC-metingen Aquality App in Zeeland. https://kennisbank.deltares.nl/pub/Details/fullCatalogue/300150472, geraadpleegd op 1 april 2026. 
4. Van Baaren, E. et al. (2017). FRESHEM Zeeland. FREsh Salt groundwater distribution by Helicopter ElectroMagnetic survey in the Province of Zeeland. https://www.zeeland.nl/sites/default/files/2024-04/Eindrapport%20FRESHEM%20Zeeland.pdf, geraadpleegd op 1 april 2026. 
5. Kaandorp, V.P. et al. (2022). Samenwerken voor zoet water Schouwen-Duiveland - van pilots naar grootschalige toepassing. Eindrapport. https://livinglabschouwen-duiveland.nl/sites/default/files/2022-07/112059~1.PDF, geraadpleegd op 1 april 2026.

Tags: Vakartikelen

Meer in Vakartikelen

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles