In de Springertduinen op Goeree-Overflakkee beginnen de gehoopte effecten van de kerven die Waterschap Hollandse Delta er in 2022 aanbracht zichtbaar te worden. Drie jaar na aanleg zijn er al ‘spectaculaire veranderingen’ in het gebied te zien, aldus het waterschap. De duinen beginnen te groeien, de waterveiligheid blijft gehandhaafd, en typische duinplanten krijgen de kans om zich te herstellen.
De zogeheten kerven hebben als doel de zeewerende functie van de Springertduinen met het oog op zeespiegelstijging te versterken. Om het achterland voldoende te kunnen blijven beschermen, concludeerde het waterschap een aantal jaar geleden dat de Springertduinen de komende decennia moeten groeien: in de hoogte, maar vooral ook in de breedte.
Hiertoe maakte het waterschap in 2022 drie kerven: openingen in de zeereep (de eerste duinenrij), die als doorgeefluik voor stuivend zand fungeren. Kerven trechteren de wind, die in de ‘tunnel’ van een kerf aan sterkte wint. Doordat kerven een schuin oplopend profiel volgen, jagen ze stuivend zeezand met behulp van een schanseffect over de zeewering, naar de achterliggende duinen. Op die manier kunnen duinen grotendeels op ‘eigen kracht’ (en tegen relatief lage kosten) aansterken. In de Springertduinen gebeurde dit proces niet meer voldoende van nature, doordat overmatige vegetatie op de sterk verstarde zeereep het doorstuiven van zand belemmerde.
Anders dan anders

Yede BruinsmaHet aanbrengen van kerven in duinen gebeurt al langer en op meerdere plekken in het land. Anders dan bij andere kerfprojecten, ligt de zeewering van de Springertduinen niet enkele kilometers landinwaarts, maar direct aan zee. “Wij hebben dus kerven aangelegd direct ín de zeewering”, vertelt Yede Bruinsma, beleidsmedewerker bij het waterschap. Ook zijn kerven doorgaans hoofdzakelijk bedoeld voor het stimuleren van natuurherstel, met duingroei als mogelijke bijvangst. In het geval van de Springertduinen is deze doelstelling juist andersom.
Om een aanzet tot kerfvorming te geven, verplaatste het waterschap zand van de zeezijde van de zeereep naar de achterzijde, om op drie verschillende plaatsen de gewenste ‘hellingbanen’ te creëren. Hiertoe werd aan de zeezijde maximaal 1,5 tot 2 meter zand ontgraven. De diepste ontgraving heeft plaatsgevonden halverwege het strand en de top van het bestaande profiel. Vervolgens mag de wind zijn werk doen.
Vorderingen
De (lokale) potentie van kerven is afhankelijk van onder andere de ligging van de kustlijn ten opzichte van de overheersende windrichting, de eigenschappen van het lokale zand en de ruimte in het achterland. Verloopt de duingroei tot dusver volgens het verwachte patroon? Dat laat zich op voorhand moeilijk in een groeicurve kwantificeren, legt Bruinsma uit. “Windgedreven zandtransport is (nog) niet numeriek te modelleren. Zowel het proces zelf als de drijvende krachten zijn te variabel. Maar we hadden wel een kwalitatieve verwachting over de ontwikkeling, en die verloopt volgens plan.”
Dit najaar heeft het waterschap gemeten hoe het project vordert. Hieruit bleek dat er in het invloedsgebied van de kerven sinds aanleg ongeveer 20 kubieke meter zand per strekkende meter kustlijn bijgekomen is. Dat is positief, aldus Bruinsma. Ook worden de kerven steeds effectiever in het invangen van zand, en houden ze zichzelf inmiddels in stand: dit jaar hoefde er geen begroeiing meer te worden verwijderd om de verstuiving op gang te houden.
In de hoogte is er momenteel nog geen groei. De nieuw gevormde zandlobben liggen achter de originele top van het duin, waar de maaiveldhoogte aanzienlijk lager was dan deze top. Deze laagte moet eerst opgevuld worden voordat er sprake kan zijn van hoogtegroei. De nieuwe lobben steken nu tot ruim 40 meter achter het oorspronkelijke profiel, met een zandpakket tot 5 meter dik. “En eigenlijk is vooral die groei in de breedte het belangrijkst”, aldus Bruinsma.
Grijs duin
“Het grootste deel van het zand willen we dicht achter de zeereep houden om onze waterkering langzaam te versterken”, licht Bruinsma toe. “Wellicht gaan we wat sturen als dat niet spontaan gebeurt. Een deel van het (kalkrijke) zand stuift echter door naar het achterliggende gebied, en heeft daar een positief effect op de natuur.”
De zeewering op sterkte brengen is immers het primaire doel, maar natuurherstel een belangrijke tweede. De duinen van Goeree – aangewezen als Natura 2000-gebied – herbergen de botanisch meest soortenrijke vroongronden van ons land, een vorm van het beschermde habitattype grijze duinen. Grijs duin is zeer gevoelig voor atmosferische stikstofdepositie, waar ook de Springertduinen onder gebukt gaan. Dit uit zich in een verzuurde bodem en het overheersen van planten als duindoorn, meidoorn, bramen en brandnetels. De aanvoer van kalkrijk zand uit zee kan de zuurgraad van de bodem weer iets opkrikken. Gehoopt wordt dat soorten die in een typisch grijs duinlandschap thuishoren, zoals grote tijm, wondklaver en het duinviooltje, daardoor weer opbloeien. Het project vindt daarom plaats in nauwe samenwerking met Natuurmonumenten.
Draagvlak
Om waterveiligheidsrisico’s uit te sluiten, is een intensieve monitoring van de hoogteontwikkeling van de kerven opgezet. Ongeveer eens per zes weken maakt het waterschap een 3D-hoogtescan van het totale projectgebied. Het hoogste punt van de kerven is momenteel nog steeds bijna 10 meter boven NAP. “Maar mocht ooit blijken dat de veiligheid van de waterkering achteruitgaat door diepe uitslijting of onvoldoende zandafzetting aan de landzijde, dan zijn we ruim op tijd om in te grijpen. Met zachte, bijsturende maatregelen als daar tijd voor is, of met een bulldozer als dat nodig is”, zegt Bruinsma. Overigens is de kans op afslag klein, omdat golven onderaan de helling van de kerven uitdoven.
Om eventuele zorgen hieromtrent bij omwonenden weg te nemen heeft het waterschap intensief aandacht besteed aan voorlichting, onder andere met een film waarin wordt uitgelegd dat kerven de bescherming van het achterland vergroten.
Op het Zuid-Hollandse eiland is er begrip voor deze vorm van dynamisch kustbeheer. Dat dat draagvlak geen gegeven is, bleek vorig jaar toen drinkwaterbedrijf PWN en Provincie Noord-Holland kerven aanlegden in de duinen bij Castricum. YouTube-video’s met beelden van de graafwerkzaamheden werden toen verspreid door het platform Nederland wat is er gaande, een kanaal van twee mensen die een samenzwering zien in organisaties die uitvoering geven aan de Sustainable Development Goals van de VN, variërend van de TU Delft en Wageningen University & Research, tot het KNMI, de (Unie van) waterschappen, Stichting de Noordzee, The Great Bubble Barrier, en de Programmatische Aanpak Grote Wateren.
Het leidde ertoe dat op sociale media geruchten de ronde deden (en doen) dat de overheid met de Noord-Hollandse kerven uit was op het ‘saboteren van het drinkwatersysteem’, of het land onder water zou willen zetten. Onder andere De Telegraaf en omroep Ongehoord Nederland pikten het rumoer op, minister Madlener kreeg vragen van de PVV, en de aannemer die het werk uitvoerde ontving dagelijks tientallen dreigmails en -telefoontjes.
“Wij hebben enkele e-mails ontvangen van niet-directe belanghebbenden, en rondom de besluitvorming was er enige weerstand. Maar dit was niets in vergelijking met de situatie zoals in Castricum”, aldus Bruinsma. “In ons beheergebied is de bevolking zich bewust van het risico van overstromingen, onder andere door de Watersnoodramp van 1953.”
Dijkgraaf Jan Bonjer prees in gesprek met H2O vorig jaar dan ook ‘de moed van de inwoners van Goeree en het gemeentebestuur’. De kerven in de Springertduinen noemde de dijkgraaf een ‘hoopgevend voorbeeld van werken met de natuur met een hele grote positieve impact voor de waterveiligheid’.
LEES OOK
H2O Actueel: Kerven in duinen beschermen Texel straks tegen stijgende zeespiegel
LUISTER OOK
H2O Podcast: \'Vertrouw niet uitsluitend op technologische oplossingen waterbouwers bij zeespiegelstijging’ (interview Wim Eikelboom met dijkgraaf Jan Bonjer)