De afgelopen twee weken werd in en rond Arnhem de Landschapstriënnale georganiseerd. Er waren vijfentwintig bijeenkomsten en activiteiten voor vakspecialisten en het brede publiek, allemaal rondom het thema ‘Op waterbasis.’
De Landschapstriënnale wordt, zoals de naam al zegt, om de drie jaar georganiseerd door de Stichting Landschapstriënnale. Bij deze stichting is Ellen Wilms een van de bestuursleden. “De bedoeling van de triënnale is om de discussie over de toekomst van het landschap met elkaar te vieren. En met elkaar omvat onder andere landschapsarchitecten, ecologen, planologen en hydrologen, het vakgebied zeg maar, en anderzijds nadrukkelijk ook het brede, geïnteresseerde publiek.”
Elke editie wordt georganiseerd in een andere regio en krijgt een eigen thema. Dit jaar kozen de organisatoren voor het thema ‘Op waterbasis’ en de regio Arnhem. “Water is natuurlijk ongelofelijk actueel. Dat geldt landelijk, maar wordt ook ontzettend mooi zichtbaar in Arnhem en omgeving met de aanwezigheid van de grote rivieren, maar ook de beken die door de landgoederen van de Veluwe stromen.”
Het programma bevatte enerzijds kennisintensieve delen zoals een summerschool voor jonge landschapsarchitecten en het ‘Spraakwaterfestival’ met onder andere Deltacommissaris Co Verdaas en Rijkslandschapsarchitect Noël van Dooren. Anderzijds waren er ook meer praktische activiteiten als wandelingen en fietstochten.
Wilms: “Samen met vele partners, organisaties die onder de vlag van de Landschapstriënnale een activiteit hebben georganiseerd, hebben we een programma willen neerleggen dat voor een breed publiek aantrekkelijk was en steeds aanleiding gaf tot discussies onderling. Omdat de partners ook steeds een eigen achterban aan konden spreken, trok deze editie ook een groot en gevarieerd publiek.”
De discussies over de toekomst van het landschap en de rol van het water leverden volgens Wilms een aantal opvallende conclusies op. “We staan natuurlijk voor enorme opgaven, maar er is wel hoop. Die zag ik bijvoorbeeld in de lezingen en bijdragen van jonge landschapsarchitecten. Waarbij het er ook om ging rigoureuze oplossingen te vinden voor de problemen van bijvoorbeeld de Rijn. Maar om het over de toekomst te kunnen hebben, hebben we ook teruggekeken. En het is indrukwekkend te zien hoelang we in Nederland al werken aan wateroplossingen.”
Wilms hoopt dat deze editie van de Landschapstriënnale heeft bijgedragen aan het versterken van een zeker gemeenschapsgevoel rondom het onderwerp water. “Vroeger kon een kasteelheer misschien op eigen houtje beslissen dat de Waal moest worden verlegd. Zo werkt het natuurlijk niet meer. Elk gebied kent eigen wateropgaven met eigen oplossingen, maar die zijn alleen te realiseren als er in de regio ook draagvlak voor is. We moeten het echt samen doen.”