Het baggerwerk in vaargeul de Boontjes, tussen Harlingen en Kornwerderzand, is in een jaar tijd met maar liefst 95 procent afgenomen. Dat is het gevolg van de keuze van Rijkswaterstaat voor een lagere onderhoudsdiepte op deze plek. Als er minder gebaggerd hoeft te worden, kan de natuur ook beter herstellen, zo is de verwachting.
Sinds 1 januari 2025 wordt de vaargeul tot 3,30 meter onder NAP in plaats van 3,80 meter onder NAP gebaggerd. Daardoor hoefde er vorig jaar nog maar 8.000 kubieke meter sediment verwijderd te worden, tegenover ruim 175.000 kubieke meter in het jaar ervoor. "Een spectaculaire daling", juicht Rijkswaterstaat in een nieuwsbericht.
De maatregel vloeit voort uit een gezamenlijke zoektocht van Rijkswaterstaat, de Waddenvereniging, de Harlinger Havenbedrijven en de provincie Fryslân naar een betere balans tussen bereikbaarheid en natuurwaarden in het Waddengebied. Voor de Boontjes was versmalling bijvoorbeeld ook een optie, maar die viel af vanwege de veiligheid.
Of er dit jaar ook zo weinig gebaggerd hoeft te worden en of de natuur daardoor ook herstelt, moet nog blijken. Een team van Wageningen University & Research voert jaarlijks op dezelfde locaties metingen uit vanaf een voormalig kokkelschip.
Nulmeting
Uit de nulmeting in 2024 bleek dat de gebaggerde delen duidelijk minder variatie en een lagere biomassa hadden dan de referentiegebieden waar niet werd ingegrepen. In deze referentiegebieden kwamen meer soorten en vooral veel meer individuen per vierkante meter voor. Op de verspreidingslocatie Kimstergat, waar baggerslib wordt neergelegd, waren weer andere soorten te zien, zoals vlokreeftjes.
Afgelopen week voer de YE42 Anne Elisabeth voor de derde keer uit. De onderzoekers gebruiken een bodemschaaf, een metalen frame dat zo’n 100 meter over de zeebodem schuift, en een boxcore, een robuust metalen frame dat in de bodem wordt gedrukt en een bodemmonster oplevert. De vangst wordt aan dek gezeefd en in het laboratorium verder onderzocht.
De resultaten worden in oktober verwacht, zegt projectleider Sander Holthuijsen van Rijkswaterstaat. "Ze worden dan meegenomen in het Nieuwe Waterprogramma. Maar twee jaar is te kort om harde conclusies te trekken over de ecologie, daarvoor heb je wel tien jaar nodig."
Beroepsvaart
Het belangrijkste criterium zal daarom de verondieping zijn. "Vroeger was de vaargeul ook een stuk minder diep", weet Holthuijsen. "Het lijkt erop dat hij nu weer meer richting het natuurlijke profiel gaat. Dan hoeft er minder gebaggerd te worden. En als je de bodem met rust laat, geef je de ecologie een kans."
Intussen vraagt de verondieping van de beroepsvaart wel de nodige aanpassingen, erkent Rijkswaterstaat. Zo varen diepstekende vrachtschepen nu vaker rond hoogwater door de Boontjes. Bij doodtij, als het hoogwater lager dan gemiddeld is, kunnen schepen ook minder diep beladen vertrekken.