Ga naar inhoud

Nieuwe ontwerprichtlijnen voor wateroverlast

Door Tim Koorn
Nieuwe ontwerprichtlijnen voor wateroverlast
Gepubliceerd:

Door klimaatverandering zijn we onze gebieden anders gaan ontwerpen. Dit doen we aan de hand van een nieuwe landelijke norm: geen schade bij extreme neerslag (70 mm in één uur). Maar hoe ontwerpen we met deze nieuwe normen? Op dit moment zien we dat de nieuwe norm met oud denken wordt toegepast. Het gevolg is overgedimensioneerde waterbergingen. Dit komt doordat één vraag nog onvoldoende aan bod is geweest: Mag er in het ontwerp zeer incidenteel water op straat en in tuinen staan? In dit artikel stellen we nieuwe ontwerprichtlijnen voor de stedelijke watersector voor. Het resultaat: minder materiaalgebruik (tot 40 procent), minder kosten (tot 50 procent) en veilige nieuwe buurten bij extreme neerslag.


door Arnold van ‘t Veld


In Nederland willen we nieuwe wijken klimaatbestendig inrichten. Als Merosch, adviesbureau in duurzame gebouwen en gebieden, leveren wij daar een bijdrage aan. Bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkeling als Wijck Pijnacker (Dura Vermeer), Nabij Haarlemmermeer (Kavel Vastgoed & Hoogvliet Beheer), Explore Diemen (BPD) en RijswijkBuiten (gemeente Rijswijk). We zien dat thema’s als hitte, wateroverlast en droogte nu vaste basis zijn geworden van de toekomstbestendige en duurzame gebiedsontwikkeling. Een goede ontwikkeling, maar er is nog meer winst te behalen.

Arnold van t Veld Merosch HR

Arnold van \'t Veld

Deze nieuwe ontwerpopgave samen met het risico-averse handelen zorgt namelijk voor een overgedimensioneerd watersysteem. Het liefst willen we de hele bui van de 70 mm in één uur bui (T100) opslaan in concrete en tastbare voorzieningen, bijvoorbeeld wadi’s, bergingskratten. Terwijl we ook 20 cm marge hanteren tussen het laagste punt van de straat en de drempelhoogte (landelijke norm uit de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving). Dit gaat “fout” op twee punten: 1) op deze manier vangen we onbedoeld meer regenwater op dan de norm en 2) we gebruiken meer materiaal door al het water in voorzieningen op te vangen in plaats van de ruimte op straat te benutten in het ontwerp.

Wat we over het hoofd zien is dat het water-op-straat of water-in-de-tuin wél meegenomen kan worden in het ontwerp. Het goede nieuws: dat is nog gratis en duurzamer ook. Maar hoe dan? Dit roept de volgende vragen op:

  • Hoeveel water accepteren we op maaiveld in de ontwerpsituatie bij extreme neerslag? 
  • Wat is een geschikte marge voor waterberging op maaiveld ten opzichte van straatpeil en vloerpeil voor hevige en extreme neerslag? 

Je wil immers voorkomen dat het water bij een extreme bui precies tot op de drempel wordt ontworpen.

Als antwoord op deze vragen komen wij met een voorstel voor twee nieuwe ontwerprichtlijnen:

  1. Het water staat minimaal 10 cm onder de straat, fiets- of voetpad bij hevige neerslag die eens per 2 jaar (T2) of eens per 5 jaar (T5) voorkomt.
  2. Het water staat minimaal 10 cm onder het vloerpeil of drempel van de woning bij extreme neerslag die eens in de 100 jaar (T100) voorkomt.

Deze ontwerprichtlijnen sluiten aan bij de maatlat Groene Klimaatadaptieve omgeving, het convenant Klimaatadaptief bouwen en de ontwerprichtlijnen van Stichting RIONED.

Nieuwe ontwerprichtlijn water op straat

Figuur 1 – Ontwerprichtlijnen voor water op straat

In andere woorden, hevige buien slaan we op in voorzieningen tot en met T5 à T10, zodat we geen hinder ervaren. Bij extreme buien, die bijna nooit voorkomen, sturen we het water naar een plek waar het geen schade aanricht en waar het water maximaal 1 à 1,5 dag staat. Dit geldt natuurlijk, tenzij het echt niet anders kan. Afhankelijk van het gebied kan de besparing in voorzieningen toenemen tot 30 mm (verschil tussen T100 en T10) oftewel ongeveer 40 procent. De kosten nemen sterker af tot 50 procent, aangezien de "eerste" millimeters grofweg goedkoper zijn om te bergen dan de “laatste” millimeters.

Een voorbeeldcasus uit de praktijk
In de gemeente Rijswijk wordt nagedacht om deze richtlijnen te gaan gebruiken in de nog niet gerealiseerde wijk RijswijkBuiten. Voordeel hiervan is dat de landschapsarchitect (KuiperCompagnons) met deze richtlijnen in handen de openbare ruimte kon gaan ontwerpen inclusief beheersbaar water-op-straat bij extreme neerslag (zie Figuur 3). Op die manier zijn er geen aanvullende voorzieningen nodig om een dergelijke extreme bui op te vangen, wordt er aan de normen voldaan, en is er een marge zodat schade aan de woning ook in de toekomst voorkomen wordt.

Figuur 3 Tijdelijke wateropvang op het maaiveld bij een extreme bui 1x per 100 jaar. Disclaimer dit is een tussentijdse ontwerptekening niet de uiteindelijke situatie. Beeld KuiperCompagnons

Figuur 3 Tijdelijke wateropvang op het maaiveld bij een extreme bui 1x per 100 jaar. Disclaimer: dit is een tussentijdse ontwerptekening, niet de uiteindelijke situatie. | Beeld: KuiperCompagnons

Technische onderbouwing - Huidige ontwerprichtlijnen
Bij een klassiek ontwerp van het rioolstelsel wordt vaak gewerkt met een ontwerpcriterium van 20 à 30 cm waking bij een hevige bui van ongeveer 20 mm (T=2). De waking is dan het verschil tussen maaiveld en de maximale waterstand in de rioolput. Bestaand gebied wordt doorgaans getoetst met dezelfde bui, maar dan zonder waking. De waking is vooral gericht op het voorkomen van te veel opstuwing in het rioolstelsel, zodat:

  • onzekerheden tussen ontwerp en realisatie (zoals bijvoorbeeld de aanname dat 50 procent van de tuinen wordt verhard) worden opgevangen, en;
  • toekomstige veranderingen in het gebied, zoals meer verhard oppervlak dat wordt aangesloten, niet direct leiden tot falen van het nieuwe rioolstelsel
Figuur 2 Traditionele waking bij ontwerp van het rioolstelsel

Figuur 2 - “Traditionele” waking bij ontwerp van het rioolstelsel

Aanvullende nieuwe ontwerprichtlijnen
De huidige ontwerprichtlijnen geven niet aan hoe in een ontwerp omgegaan moet worden met extreme neerslag. Dit betekent dat in theorie de waterstand precies tot vloerpeil ontworpen kan worden voor een bui van bijvoorbeeld 70 mm in één uur. In de praktijk zien we ook vaak het tegenovergestelde gebeuren: dat de volledige bui wordt opgevangen in waterbergingsvoorzieningen, zodat we het kunnen vatten in een waterbalans. Wij adviseren om hier beleid voor op te stellen zodat helder is welke veiligheidsmarge toegepast moet worden in de ontwerpfase.

Wij stellen de volgende ontwerprichtlijnen in technische termen met onderbouwing voor:

  1. Waking ten opzichte van vloerpeil of drempelniveau van ten minste 10 cm bij een bui met een herhalingstijd van 100 jaar (e.g. 70 mm in één uur)
    • Dit geeft een veiligheidsmarge voor onbedoelde ongunstige veranderingen op maaiveldniveau, als onverhoopt het systeem niet functioneert zoals bedacht, of tegen golfslag van auto-, vracht- of calamiteitenverkeer.
  2. Waking ten opzichte van straatpeil van ten minste 10 cm bij een bui met een herhalingstijd van 2 jaar (e.g. 20 mm in één uur)
    • Deze richtlijn sluit aan bij de ontwerprichtlijnen van Stichting RIONED voor wadi’s, waarbij wordt geadviseerd om een waking van tenminste 10 cm aan te houden.
    • Als voorbeeld: bij een wadi van gemiddeld 30 cm diep is dit een veiligheidsmarge van ongeveer 33 procent, voordat het water op straat komt te staan bij deze ontwerpbui.

Arnold van ‘t Veld is senior adviseur klimaatadaptatie en biodiversiteit bij bouwadviseur Merosch

Tags: Opinie Podium

Meer in Opinie

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners