De Europese Commissie heeft het Nederlandse derogatieverzoek afgewezen. Het ‘nee’ uit Brussel is geen verrassing. De inzet van demissionaire landbouwminister Femke Wiersma om ‘gebiedsspecifieke derogatie’ toe te staan, was een kansloze missie. De Commissie vindt dat Nederland ernstig tekort schiet in het halen van de waterkwaliteitsdoelen. En Wiersma\'s aanvraag was daar een bevestiging van.
door Bert Westenbrink
In Brussel is het oordeel dat Nederland met zijn nitraatactieprogramma’s structureel in gebreke blijft om de nitraatverontreiniging in grondwater en oppervlaktewater en de eutrofiëring van oppervlaktewater aan te pakken. Dat blijkt uit de brief en analyse waarin de Europese Commissie onderzoekt of Nederland in aanmerking komt voor een derogatie ofwel een uitzondering op de Europese Nitraatrichtlijn.
Daarmee zouden Nederlandse boeren onder strikte voorwaarden meer stikstof uit dierlijke mest op hun landbouwgrond mogen uitrijden dan de standaardnorm van 170 kg per hectare per jaar.
Die uitzondering is al sinds 2006 van kracht voor Nederlandse boeren, maar wordt sinds 2023 stapsgewijs afgebouwd. Dit jaar eindigt de regeling definitief. Het is een feit waar de landbouw jarenlang vrees voor heeft het gehad. Want zonder derogatie dalen de grasopbrengsten en kunnen melkveehouders minder dierlijke mest kwijt op hun land, een recept voor inkomensdalingen en hogere kosten door verplichte mestafzet. Een slecht perspectief voor al moeizaam renderende boerenbedrijven.
Het einde van de derogatie betekent ook dat het kunstmestgebruik zal toenemen en veel grasland wordt omgezet in bouwland met (nog meer) mais om de verminderde grasopbrengst te compenseren, waarschuwt de landbouw. En, wordt er aan toegevoegd, die switch van gras naar bouwland is slecht voor de waterkwaliteit (meer nitraatuitspoeling van percelen met gewassen als mais).
Het belang van graslandbehoud was een van de argumenten die de demissionaire landbouwminister Femke Wiersma in juli van dit jaar inbracht bij haar verzoek aan de Europese Commissie om een nieuwe ‘gebiedsspecifieke derogatie’ op de Nitraatrichtlijn voor Nederland toe te staan. Wiersma benadrukte in haar verzoek de gunstige nitraatconcentraties op zogeheten derogatiebedrijven (‘onder 50 mg/l in meeste regio\'s’).
Wiersma ontwikkelde in de confrontatie met Brussel een eenzijdige strategie, één uit een parallelle boerenwerkelijkheid
De demissionaire BBB-minister, die in lijn met de door haar partij opgestelde landbouwparagraaf in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof de praktijk van de boeren centraal stelt op het ministerie van Landbouw, ontwikkelde in de confrontatie met Brussel een eenzijdige strategie, één uit een parallelle boerenwerkelijkheid. Dat bleek uit het statement van de BBB in juli bij de aanvraag van de nieuwe derogatie: ‘Derogatie is geen gunst, maar een logisch en inhoudelijk onderbouwd instrument. (…) De regels moeten de praktijk volgen - niet andersom’.
Brussels sentiment
De Europese Commissie zit anders in de wedstrijd. In Brussel tellen de zorgen over de slechte kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Nederland en het (niet) halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water in 2027, daar waar de Nitraatrichtlijn aan moet bijdragen, veel zwaarder. En bepalend voor het Brusselse sentiment is dat Nederland in de ogen van de Commissie het halen van de waterkwaliteitsdoelen door de jaren veel te vrijblijvend heeft aangepakt.
In dat kader herinnert ze er aan dat ze op 4 februari van dit jaar bij de aanbevelingen over de Nederlandse stroomgebiedbeheerplannen aandrong op intensivering van de maatregelen om de verontreiniging door nutriënten drastisch te verminderen, omdat het stikstofoverschot hier 4 keer hoger is dan het Europese gemiddelde, met landbouw als belangrijke oorzaak (\'voor 50 procent\').
In april van dit jaar zei Eurocommissaris Jessika Roswall voor Milieu bij een bezoek aan de Tweede Kamer nog eens dat Nederland niet hoefde te rekenen op nieuwe uitzonderingsregels voor het uitrijden van mest. Eerst moest Nederland resultaten laten zien op het gebied van milieu, zoals voor water, was haar boodschap.
Een half jaar later, in oktober, bleek dat Nederland niets aan vertrouwen had gewonnen in Brussel. De Kamerleden Wim Meulenkamp (VVD), Harm Holman (NSC) en Eline Vedder (CDA), die de ontwikkelingen rondom de evaluatie van de Nitraatrichtlijn in kaart brachten, stelden in een rapportage dat de evaluatie van de richtlijn voor Nederland ongunstig gaat uitpakken.
“De Commissie stelt enerzijds vast dat de situatie niet is verbeterd sinds 2016 en in sommige gevallen zelfs verslechterd, terwijl Nederland anderzijds geen harde toezeggingen doet om de doelen te halen”, schreven de rapporteurs.
Analyse
De toon van de rapportage van de Kamerleden klinkt door in de analyse die Eurocommissaris Roswall nu heeft vrijgegeven bij haar brief aan Wiersma in antwoord op de derogatieaanvraag. In de analyse van de Commissie staat dat de waterverontreiniging in Nederland door nutriënten uit de landbouw niet is afgenomen, maar op veel plaatsen juist toegenomen.
Zo is in het grondwater het percentage meetpunten met gemiddelde nitraatconcentraties van méér dan 50 mg/l gestegen van 14 naar 18,7 procent. In het oppervlaktewater is 54 procent van de meetpunten eutroof of loopt het risico eutroof te worden. Voor overgangs- en kustwateren is dit percentage 77 procent.
In de analyse wordt de ontwikkeling van de nitraatconcentraties bepaald aan de hand van meetgegevens in de periode 2020 tot 2023, afgezet tegen die van 2016 tot 2019. Een vergelijking met de vorige rapportageperiode is niet mogelijk omdat, zo staat in de analyse, ‘Nederland het aantal meetpunten heeft verminderd en de monitoring is stopgezet in een aanzienlijk deel van de punten die in de vorige rapportageperiode eutrofiëring vertoonden’.
Ook met de fosforconcentraties gaat het niet de goede kant op. “We hebben geconstateerd dat gegevens over fosforconcentraties in sloten in de zomer aantonen dat een toename in verschillende regio\'s ruim boven de door Nederland vastgestelde normen ligt."
\'Er is sprake van structurele problemen in de opzet van de Nederlandse nitraatactieprogramma\'s\'
Structurele problemen
Deze trends zijn tegengesteld aan het doel van de Nitraatrichtlijn, namelijk dat met actieprogramma’s de nitraatverontreiniging in grondwater en oppervlaktewater en de eutrofiëring van oppervlaktewater door toedoen van de landbouw worden aangepakt. In de analyse wordt de conclusie getrokken dat ‘de laatste drie opeenvolgende nitraatactieprogramma\'s en de handhaving daarvan onvoldoende effectief waren’ en dat er sprake is van ‘structurele problemen in de opzet van de Nederlandse nitraatactieprogramma\'s’.
Dit soort constateringen staan ver af van wat de Europese Commissie van Nederland verwacht.
Dit Brusselse gemoed onderstreepte Wiersma nog eens met haar inzet bij het opstellen van het 8e Actieprogramma Nitraat. In plaats van de door de Commissie gevraagde aanscherping van maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren, eiste ze, opnieuw conform de BBB-landbouwparagraaf in het hoofdlijnenakkoord, versoepeling van uitrijregels van mest met verkleining van de bufferzones rond water en natuur, maatregelen die ten koste zouden gaan van de waterkwaliteit.
Ze haalde met haar inzet de eindstreep niet; in de ministerraad van 19 december werd besloten het 8e actieprogramma, dat 1 januari zou moeten ingaan, op te schorten. Daarmee haalde de demissionaire BBB-minister van landbouw ook op nationaal niveau bakzeil.
Ierland wél
Wiersma noemt de afwijzing van het derogatieverzoek door de Europese Commissie in een reactie \'zeer teleurstellend\'. Maar voor haar boeren zijn de druiven nog zuurder, want hun collega’s in Ierland kregen deze maand van Brussel wél groen licht voor een nieuwe derogatie voor 3 jaar. Opvallend, want de kwaliteit van de zoetwater- en mariene ecosystemen gaat in dat land ook achteruit.
Toch ziet de Europese Commissie perspectief in de Ierse aanpak. In tegenstelling tot Nederland neemt Ierland, een belangrijke concurrent voor Nederland op de Europese zuivelmarkt, strengere maatregelen. Zo is het Nitrates Action Programme dit jaar aangescherpt (minder kunstmeststikstof, grotere bufferzones langs waterlopen, strengere gebruiksregels op intensieve bedrijven) en committeert het land zich aan omvangrijke milieueffectbeoordelingen op stroomgebiedsniveau.
RENURE
In haar brief aan demissionair landbouwminster Wiersma schrijft Eurocommissaris Roswall dat de Commissie klaarstaat ‘om Nederland te blijven ondersteunen’ bij de uitvoering van de nitraatrichtlijn. Ze wijst daarbij op toelating van renure (‘recovered nitrogen from manure’), de bewerking van dierlijke mest als kunstmestvervanger. De toepassing is ontwikkeld om de nutriëntenkringloop te sluiten, de afhankelijkheid van kunstmest te verlagen en om binnen nitraat- en mestnormen te blijven. En het middel wordt gezien als oplossing van het mestprobleem.
Toepassing van renure moet nog in nationale regelgeving worden verwerkt. Zijn de Nederlandse boeren ermee geholpen? Landbouworganisaties zien renure als ‘een kans’. Maar kritische kanttekeningen zijn er ook: de kosten zijn hoog en renure brengt de overvolle mestmarkt niet in balans zolang verwerkingscapaciteit en afzetkanalen beperkt zijn.
In de watersector is men niet gerust op de impact van renure op de waterkwaliteit. De koepel van Europese drinkwaterbedrijven liet zich in ieder geval kritisch uit.
Bert Westenbrink is hoofdredacteur van H2O media en was eerder hoofdredacteur van het Agrarisch Dagblad