Ga naar inhoud

PFAS aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stoffen: oplossingen én nieuwe uitdagingen

Beleid en technologie moeten de uitstoot van PFAS minimaliseren. PFAS zijn nu officieel aangemerkt als zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dit leidt tot kansen voor uitfasering, maar ook tot grote uitdagingen.

Door Tim Koorn
PFAS aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stoffen: oplossingen én nieuwe uitdagingen
Foto Sam Szuchan, Unsplash
Gepubliceerd:

Beleid en technologie moeten de uitstoot van PFAS minimaliseren. PFAS zijn nu officieel aangemerkt als zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dit leidt tot kansen voor uitfasering, maar ook tot grote uitdagingen.

Download hier de pdf van dit artikel


Geschreven door Frederic Beén (KWR Water Research Institute), Bjorn Berendsen (Wageningen University & Research), Tessa Pancras (Arcadis), Tiza Spit (Witteveen+Bos), Joanne de Jonge (RIWA-Rijn) 


Sinds eind 2024 worden alle PFAS beschouwd als zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Is dit een effectieve maatregel? In welke mate is het aanwijzen van alle PFAS als ZZS een kans voor definitieve uitfasering? En wat betekent deze aanwijzing voor handhaving? KWR Water Research Institute en Wageningen Food Safety Research werken samen met waterbeheerders, drinkwaterbedrijven, een provincie en het PFAS Expertisecentrum aan technische innovatie om de uitdagingen bij PFAS-monitoring aan te pakken.

In een eerder artikel is ingegaan op de beschikbare technieken voor monitoring en handhaving [1]. In dit artikel bespreken we de impact van het beleid, hoe technische ontwikkelingen kunnen leiden tot meer effectieve monitoring en welke dilemma’s en kansen dat oplevert voor overheden, waterschappen, drinkwaterbedrijven en kennisinstellingen.

Wat zegt de wet over PFAS?
PFAS is een brede groep door de mens gemaakte water-, vet- en vuilafstotende stoffen. Ze zitten in alledaagse producten als pannen, regenjassen, brandblusschuim en voedselverpakkingen. Voor PFAS wordt momenteel de OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling)-definitie [2] toegepast: PFAS worden gedefinieerd als gefluoreerde stoffen die ten minste één volledig gefluoreerde methyl- (-CF3) of methyleenkoolstofgroep (-CF2) bevatten. Er vallen meer dan 7 miljoen stoffen onder en een groot deel hiervan is onbekend [3]. Omdat PFAS schadelijk kunnen zijn, zich ophopen in het milieu en (zeer) moeilijk te verwijderen zijn, zijn steeds meer PFAS opgenomen in internationale verdragen en Europese wetgeving.

• In de Kaderrichtlijn Water (KRW) [4] zijn PFAS aangemerkt als prioritaire stoffen. Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) is opgenomen in de prioritaire stoffenlijst van de KRW; in het voorgestelde amendement worden 24 PFAS genoemd.
• Het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) [5] verplicht bedrijven om uitstoot van ZZS zoveel mogelijk te beperken.
• Er waren al een aantal PFAS opgenomen in het BAL en er zijn nog enkele PFAS meer opgenomen op de kandidaatlijst ZZS van Europees chemicaliënagenstchap ECHA [7].
• Internationaal zijn PFOS, perfluoroctaanzuur (PFOA) en de groep PFHxS verboden of beperkt via de Stockholmconventie [6]. Momenteel wordt overwogen perfluorcarbonzuren met langere ketens aan deze lijst toe te voegen.
• Het Europese Drinkwaterbesluit [8] heeft normen voor PFAS in drinkwater vastgelegd: een norm voor de som van 20 specifieke PFAS en een norm voor de som van alle PFAS. Dit besluit moet uiterlijk in januari 2026 geïmplementeerd zijn.
• In 2023 heeft Oslo and Paris Convention for the Protection of the Marine environment of the North-East Atlantic (OSPAR) PFAS als groep toegevoegd aan hun lijst van stoffen voor prioritaire actie [9], waarbij ze om pragmatische redenen 24 PFAS specifiek benoemen. Het gevolg daarvan is dat in Nederland alle PFAS nu zijn aangewezen als ZZS en dat betekent dat voor al deze stoffen per direct een minimalisatieplicht geldt. 

Naast de lopende overwegingen bij de Stockholmconventie, wordt er momenteel ook EU-beleid ontwikkeld rond PFAS. Nederland heeft in januari 2023 samen met een aantal andere landen een voorstel voor een Europees verbod op het gebruik van PFAS ingediend bij ECHA, het zogenoemde PFAS-restrictiedossier. Op dit moment worden alle reacties uit de publieke consultatie verwerkt en wordt er een advies opgesteld voor de Europese Commissie. Naast een volledig verbod behoren ook bepaalde vrijstellingen tot de opties. Het Europese verbod op PFAS zal naar verwachting in 2026/2027 van kracht worden.

Wat betekent dit voor beleid?
De ZZS-classificatie moet ervoor zorgen dat de uitstoot van PFAS afneemt, vooral via vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Ook voorkomt het dat de ene schadelijke PFAS wordt vervangen door een andere, mogelijk nog schadelijkere variant (regrettable substitution).

Vanuit het perspectief van het minimaliseren van emissies is het aanwijzen van alle PFAS als ZZS een duidelijk signaal en kan het helpen bij de aanpak van specifieke bronnen van PFAS-uitstoot. Het geeft een handvat om de uitstoot van alle PFAS-stoffen te beperken, zowel PFAS met bekende als PFAS met nog onbekende toxische effecten, en helpt onder andere drinkwaterbedrijven om aandacht te vragen voor een goede waterkwaliteit.

De striktere VTH-eisen lossen de PFAS-vervuiling niet helemaal op. Veel PFAS zijn al in het milieu terechtgekomen en zijn lastig op te ruimen. Een ander aandachtspunt is dat deze beleidsontwikkeling vooralsnog alleen binnen Nederland geldt. En de vervuiling stopt niet bij de grens: PFAS uit het buitenland komen via rivieren ons land binnen. Een Europees verbod is daarom belangrijker dan puur nationaal beleid. De Nederlandse aanpak kan daarin een voorbeeldfunctie hebben.

De OECD-definitie omvat, naast de stoffen met een industriële toepassing, ook gewasbeschermingsmiddelen (bijv. fludioxonil en fluopyram), medicijnen (bijv. prozac en nifluminezuur) en beschermende kleding voor hulpdiensten. Mogelijk zijn deze stoffen in deze toepassingen essentieel voor de maatschappij of voor de gezondheid, volgens het essential use-concept. Als blijkt dat er geen alternatief is, mogen we deze stoffen blijven gebruiken. Wel geldt dan de verplichting om de uitstoot en de blootstelling van mens en milieu te minimaliseren.

De brede definitie van PFAS schept duidelijkheid, maar brengt grote uitdagingen met zich mee voor VTH. Hoewel PFAS extreem persistent zijn en sommige als toxisch bekendstaan, is een groot aantal nog onbekend en onvoldoende gekarakteriseerd. Tegelijkertijd is er momenteel geen methode – of zelfs een combinatie van methoden – om alle PFAS te detecteren. Dit maakt het voor vergunningsverleners, industrie, waterbeheerders, drinkwaterbedrijven en andere betrokkenen moeilijk, zo niet onmogelijk, om een volledig beeld te krijgen van de PFAS op een specifieke locatie.

Het besluit om álle PFAS aan te wijzen als ZZS is genomen op basis van het voorzorgbeginsel, ondersteund door bestaande kennis over de toxiciteit van bepaalde PFAS en hun extreme persistentie. Monitoring blijft echter een grote uitdaging, vanwege het ontbreken van analytische technieken die alle PFAS bij relevante concentraties kunnen meten. Een mogelijke strategie is om de monitoring te richten op prioritaire verbindingen, zodat gericht een belangrijke stap in de uitfasering van PFAS gezet kan worden. Het vaststellen van die prioriteiten is echter lastig, aangezien de toxiciteit van veel PFAS nog onbekend is.

Een andere aanpak zou kunnen zijn om, in lijn met het voorzorgbeginsel, de monitoring te richten op stoffen die het meest voorkomen op specifieke locaties of waarvan vermoed wordt dat ze er voorkomen zonder dat de toxiciteit van de individuele stoffen bekend is. Welke dit zijn, zou dan periodiek bepaald moeten worden met behulp van geavanceerde en uitgebreide analysemethoden, zoals voorgesteld in ons recente artikel [1]. Hoewel deze aanpak niet volledig dekkend is, biedt het wel de mogelijkheid om een deel van de meest zorgwekkende en relevante PFAS in beeld te brengen. Daarmee wordt voorkomen dat de complexiteit verlammend werkt en er in de praktijk weinig of niets met deze beleidsontwikkeling gebeurt.

Dit neemt niet weg dat verder onderzoek noodzakelijk blijft. Enerzijds om de toxiciteit van deze verbindingen beter te begrijpen, en anderzijds om gevoelige en breed toepasbare analysetechnieken te ontwikkelen die een steeds groter deel van de enorme chemische diversiteit binnen de PFAS-groep kunnen afdekken. Met behulp van deze nieuwe kennis kunnen handhavers en drinkwaterbedrijven efficiënter monitoren, bronnen beter beschermen en zuiveringstechnieken verbeteren.

Hoe monitor je PFAS?
PFAS-monitoring is veelal gericht op een set van 20 tot 50 PFAS en omvat daarmee een zeer beperkt deel van de volledige PFAS-scope. De aanwijzing van alle PFAS als ZZS vraagt om een monitoringsstrategie die alle PFAS tegelijk kan meten. Dit is onhaalbaar. Er bestaan methodes die PFAS kunnen meten in de vorm van totaal-fluor, maar deze kunnen niet op een voldoende laag concentratieniveau meten. De TOP-assay, een methode die geschikt is om een breed scala PFAS te meten, is slechts geschikt voor PFAS met een langere, verzadigde en volledig gefluoreerde koolstofketen. Daarnaast leveren deze methodes geen informatie over de aanwezige PFAS, waardoor er geen link is met de toxiciteit. Beide strategieën zijn daarom niet geschikt om een totaalverbod op PFAS te handhaven.

In het TKI-project ‘Een integrale aanpak voor PFAS in de waterketen’ hebben KWR en WFSR samen met diverse partners een brede meetstrategie ontwikkeld. Die bestaat uit:

1. totaal-fluormeting – geeft de totale hoeveelheid organische fluorverbindingen weer.
2. gerichte meting (LC-MS) – analyseert bekende PFAS als PFOS en PFOA.
3. niet-gerichte meting (LC-HRMS) – spoort onbekende of nieuwe PFAS op.

Deze aanpak is erop gericht ‘onbekende’ PFAS te identificeren en heeft laten zien dat in veel gevallen bekende PFAS in watermonsters het grootste deel van de aanwezige PFAS uitmaken. Uit het onderzoek blijkt dat op sommige locaties onverwachte of minder bekende PFAS in grote hoeveelheden voorkomen, vooral op plekken met specifieke bronnen (zoals vliegvelden of industriegebieden). Meer hierover staat beschreven in ons recente artikel [1].
De nieuwe meetstrategie op basis van de drie meettechnieken maakt het mogelijk om:

• bronnen van PFAS-vervuiling beter op te sporen;
• relevante PFAS per locatie te identificeren;
• monitoring aan te passen aan lokale risico’s;
• toxiciteitsonderzoek beter te richten;
• maatregelen beter te prioriteren.

Een uitdaging is dat deze geavanceerde technieken nog niet breed beschikbaar zijn en veel kosten. Om kosteneffectiever te zijn, moeten ze gestandaardiseerd worden en breder worden toegepast in laboratoria, zowel nationaal als internationaal. Desondanks kunnen deze methoden nu al worden ingezet om bestaande gerichte analysemethoden te verfijnen en te richten op (meer) relevante verbindingen. Dit biedt meer perspectief voor routinematige monitoring.

Wat is er nodig voor de toekomst?
Bij de PFAS-problematiek zijn veel verschillende partijen betrokken, waaronder overheden, kennisinstellingen, universiteiten, bedrijven, drinkwaterbedrijven, adviesbureaus, burgers en natuurorganisaties. Het aanmerken van alle PFAS als ZZS biedt kansen voor uitfasering. Het grote aantal potentieel aanwezige ZZS maakt het wel moeilijk te monitoren met standaardmeettechnieken. Dit brengt het risico met zich mee dat de uitfasering in de praktijk minder effectief verloopt.

Het prioriteren van de meest relevante PFAS, op basis van een combinatie van analysemethoden, kan een manier zijn om dit risico te beperken. Toch blijft er een dilemma: PFAS-emissies moeten worden verminderd, terwijl handhaving moeilijk blijft door het nog altijd ontbreken van toegankelijke en breed toepasbare monitoringsstrategieën. Kennis is versnipperd en verandert snel. Beleidsmakers hebben behoefte aan overzichtelijke, actuele en wetenschappelijk onderbouwde informatie.

Het grote aantal PFAS, hun uiteenlopende toepassingen en het verschil in risico maken het lastig om effectief beleid te voeren. Tegelijkertijd is het aanpakken van deze stoffen wel nodig. Daarom is er behoefte aan:

• wetenschappelijke onderbouwing van beleid en normen op basis van toxiciteitsdata;
• gerichte prioritering van de meest voorkomende en toxische PFAS ten behoeve van handhaving;
• kennis en data en de verspreiding en bundeling daarvan, inclusief interpretatie op basis van wetenschappelijke inzichten;
• vervanging van schadelijke PFAS in essentiële toepassingen door een niet-schadelijk alternatief;
• Europese samenwerking voor een gelijk speelveld.

Alleen met deze stappen kan de PFAS-uitstoot effectief worden verminderd, risico’s voor mens en milieu beheerst en het drinkwater en voedsel in Nederland goed beschermd.

Dit artikel is tot stand gekomen door een consortium van:
KWR Water Research Institute, Wageningen Food Safety Research, PFAS-expertisecentrum (samenwerking tussen Arcadis Nederland B.V., Witteveen+Bos B.V. en TTE Consultants), RIWA-Rijn, Vitens, Brabant Water, Evides Waterbedrijf, Oasen N.V., Provincie Zuid-Holland en Waterschap De Dommel.

Dit onderzoek heeft subsidie ontvangen vanuit het TKI-project ‘Een integrale aanpak voor opsporing van ongewenste perfluorstoffen in de waterketen’, gesubsidieerd door onder andere de Topconsortia voor Kennis en Innovatie Water & Maritiem en Agro & Food.


Samenvatting
Beleid en technologie moeten de uitstoot van PFAS minimaliseren. Voor handhaving en het achterhalen van bronnen is gerichte monitoring vereist. PFAS zijn nu officieel aangemerkt als zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dit leidt tot kansen voor uitfasering, maar ook tot grote uitdagingen. Voor wetenschappelijke onderbouwing van beleid, vervanging van schadelijke PFAS en Europese samenwerking zijn data en kennis nodig.


REFERENTIES
1. Beén, F., Berendsen, B., Kause, R., Amato, E. (2025). ‘Een stapsgewijze aanpak voor de analyse van PFAS in water’. H2O-Onilne, .. december 2025. https://www.h2owaternetwerk.nl/vakartikelen/een-stapsgewijze-aanpak-voor-de-analyse-van-pfas-in-water
2. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (2021). Reconciling Terminology of the Universe of Per- and Polyfluoroalkyl Substances (PFAS): Recommendations and Practical Guidance. https://www.oecd.org/en/publications/reconciling-terminology-of-the-universe-of-per-and-polyfluoroalkyl-substances_e458e796-en.html
3. Schymanski, E.L. et al. (2023). ‘Per- and Polyfluoroalkyl Substances (PFAS) in PubChem: 7 Million and Growing’. Environ. Sci. Technol. 57, 44, 16918-16928. https://doi.org/10.1021/acs.est.3c04855
4. Europese Commissie (2000). Directive 2000/60/EC of the European Parliament and of the Council of 23 October 2000. OJ L 327, 22.12.2000, 1–73.
5. Besluit activiteiten leefomgeving. https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/2025-09-20/0
6. United Nations Environment Programme (2001). Stockholm Convention on Persistent Organic Pollutants (as amended). Adopted 22 May 2001.
https://chm.pops.int/portals/0/repository/convention_text/unep-pops-cop-convtext-full.english.pdf , geraadpleegd op 25 november 2025.
7. European Chemicals Agency (2025). Candidate List of substances of very high concern for Authorisation (SVHCs). https://echa.europa.eu/nl/candidate-list-table, geraadpleegd oktober 2025.
8. Raad van de Europese Unie (1998). Richtlijn 98/83/EG van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van water bestemd voor menselijke consumptie. Publicatieblad L 330, 5 december 1998, 32–54. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:01998L0083-20151027 

Tags: Vakartikelen

Meer in Vakartikelen

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners