De Stichting Droogteschade Waterwinning (SDW) mag haar massaclaim tegen de drinkwaterbedrijven voortzetten. De rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch verklaart de stichting in een tussenvonnis ontvankelijk. Ook komt de rechtbank tot de conclusie dat ze bevoegd is om over de collectieve vordering van de stichting te beslissen. Dat betekent dat er geen beletsels zijn voor de inhoudelijke behandeling van de massaclaim door de rechtbank.
De uitspraak staat in het tussenvonnis dat vandaag is gepubliceerd.
Inzet is de droogteschade die boeren lijden door grondwateronttrekking voor de drinkwaterproductie. SDW betoogt dat die schade groter is dan de boeren volgens de huidige regeling op basis van advies van Adviescommissie Schade Grondwateronttrekking aan vergoeding ontvangen. Samen kregen de boeren de afgelopen jaren zo’n 3 tot 5 miljoen euro per jaar, terwijl SDW de totale extra schade schat op 15 tot 28 miljoen euro.
Namens 1.400 boeren claimt ze dan ook een miljoenenschade. Die is gericht tegen acht drinkwaterbedrijven: Brabant Water, Vitens, WMD Drinkwater, Waterbedrijf Groningen, Oasen, Waterleiding Maatschappij Limburg, Evides en PWN.
Tijdens de zitting op 16 september betoogden de drinkwaterbedrijven dat de rechtbank niet bevoegd is om te oordelen over de massaclaim, maar hooguit over de vordering tegen Brabant Water omdat die in het rechtsgebied van de rechtbank opereert.
Anderzijds stelden de drinkwaterbedrijven dat de SDW op basis van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) geen grond heeft voor een claim omdat het in de vordering tegen de drinkwaterbedrijven niet gaat om contractuele tekortkomingen of onrechtmatig handelen van een (grote) commerciële onderneming.
Daarbij wezen de drinkwaterbedrijven ook op ‘het ongewenste effect’ dat commerciële procesfinanciers een verdienmodel kunnen maken van het claimen van grote bedragen aan publiek geld bij maatschappelijke organisaties die rechtmatig handelen in het openbaar belang.
In beide gevallen stelt de rechtbank de drinkwaterbedrijven in het ongelijk. Zo gaat ze niet mee in het pleidooi van de drinkwaterbedrijven dat de rechtbank niet bevoegd is om zich uit te spreken over percelen die buiten haar rechtsgebied liggen.
Voorts stelt ze dat op grond van de WAMCA een vordering van SDW tot betaling van een collectieve schadevergoeding wel mogelijk is. Dat drinkwaterbedrijven grondwater onttrekken omdat ze wettelijk de taak hebben om drinkwater te leveren, doet daar niets aan af, aldus de rechtbank. “De drinkwaterbedrijven zijn op grond van de wet aansprakelijk voor de schade die zij veroorzaken door de onttrekkingen”, staat in het tussenvonnis.
Tot slot stelt de rechtbank dat het onttrekken van grondwater als ‘een voortdurende schadeveroorzakende gebeurtenis’ moet worden gezien en daarmee valt onder het overgangsrecht van de WAMCA, die op 1 januari 2020 in werking is getreden. En daarmee stelt ze de SDW in het gelijk.
De rechtbank geeft aan dat ze nu op korte termijn een datum zal bepalen waarop de kwestie mondeling zal worden behandeld. Dat zal tussen 13 mei en 22 juli van volgend jaar zijn.
LEES OOK
H2O Premium: Droogteschade door waterwinning: rechter buigt zich nu over miljoenenclaim door boeren