Demissionair minister van Infrastructuur en Waterstaat Robert Tieman ziet geen aanleiding om de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) aan te passen om agrariërs expliciet te ontzien voor waterverontreiniging door riooloverstorten. Dat blijkt uit de beantwoording van Kamervragen van de BBB-fractie in de Eerste Kamer over de rol van overstorten bij waterkwaliteitsproblemen in landelijke gebieden. Volgens de minister is de bijdrage van riooloverstorten aan de totale nutriëntenbelasting landelijk gezien beperkt en wordt binnen de KRW al onderscheid gemaakt tussen verschillende bronnen van verontreiniging.
De vragen van de BBB-fractie kwamen voort uit zorgen over ongelijke behandeling van sectoren. Agrariërs worden geconfronteerd met strenge Europese en nationale regels, terwijl zij volgens de fractie ook negatieve gevolgen kunnen ondervinden van vervuiling die zij niet veroorzaken, bijvoorbeeld door gemeentelijke riooloverstorten. De minister benadrukt echter dat de KRW alle bronnen van waterverontreiniging gelijkwaardig beoordeelt. Bij het vaststellen van maatregelen wordt per bron gekeken naar de omvang van de bijdrage en naar effectieve maatregelen om die belasting te verminderen.
Uit cijfers uit de Emissieregistratie blijkt volgens de minister dat riooloverstorten een relatief kleine bron vormen van nutriëntenvervuiling. In 2022 was 0,35 procent van de totale stikstofbelasting en 1,14 procent van de fosforbelasting afkomstig van overstorten. Ter vergelijking: uit de Nitraatrapportage 2024 blijkt dat de landbouw een grote bron is van stikstof en fosfor, waarvoor in de afgelopen jaren al diverse maatregelen zijn genomen. Daarnaast dragen ook andere Europese richtlijnen, zoals de Nitraatrichtlijn en de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater, bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit.
Omvangrijke investeringen
Volgens Tieman zijn sinds het midden van de jaren negentig omvangrijke investeringen gedaan om de emissies vanuit riooloverstorten terug te dringen. Gemeenten en waterschappen hebben samen miljarden geïnvesteerd in maatregelen zoals bergbezinkbassins, het afkoppelen van verhard oppervlak en de aanleg van gescheiden rioolstelsels. Ook zijn veel risicovolle overstorten gesaneerd. In de huidige stroomgebiedbeheerplannen voor de periode 2022-2027 wordt nog steeds geïnvesteerd in de aanpak van overstorten die lokaal een groot effect kunnen hebben op de ecologische toestand.
Dat lokale effecten wel degelijk kunnen optreden, erkent de minister. In 9,5 procent van de KRW-oppervlaktewaterlichamen zijn overstorten aangemerkt als een significante vervuilingsbron. Het gaat vooral om beken in het Rijn-Noordgebied en het Maasstroomgebied, met name in Limburg. Daar kunnen overstorten bij hevige neerslag leiden tot zuurstoftekort en sterfte van macrofauna door een combinatie van organische belasting en nutriënten. In Limburg wordt daarom door provincie, gemeenten en waterschappen gewerkt aan een gecoördineerde aanpak van de meest risicovolle overstorten.
Voor de monitoring van waterkwaliteit wordt volgens de minister gebruikgemaakt van een combinatie van metingen en modelberekeningen. Waterschappen monitoren KRW-waterlichamen volgens vastgelegde protocollen, terwijl de bijdrage van riooloverstorten als bron wordt bepaald via de Emissieregistratie. Deze gegevens worden verwerkt in de stroomgebiedbeheerplannen, die ook dienen als basis voor de rapportages aan de Europese Commissie. Hoewel er geen structurele metingen plaatsvinden bij elke overstort, stelt de minister dat breed gedragen expertkennis het beeld bevestigt dat de landelijke impact beperkt is.
Richtlijn Stedelijk Afvalwater
De BBB-fractie vroeg ook of agrariërs worden benadeeld bij het vaststellen van KRW-doelen of mestnormen in gebieden waar overstorten voorkomen. Volgens Tieman worden agrariërs alleen aangesproken op het deel van de belasting dat zij zelf veroorzaken. De verantwoordelijkheid voor het functioneren van het rioolstelsel, inclusief overstorten, ligt bij de gemeenten. Waar overstorten lokaal tot problemen leiden, moeten gemeenten en waterschappen gezamenlijk maatregelen treffen.
In de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater, die op 1 januari 2025 in werking is getreden, is extra aandacht opgenomen voor het functioneren van riooloverstorten. Dat betekent dat de komende jaren meer gegevens beschikbaar komen over vuilvrachten, op basis van metingen en modellen. Daarnaast kondigt de minister aan dat begin 2026 een quick scan wordt uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de aanpak van risicovolle overstorten door gemeenten en waterschappen. Die resultaten worden meegenomen in de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen.
Met die aanpak verwacht de minister voldoende handvatten te hebben om de waterkwaliteit verder te verbeteren, zonder aparte vrijstellingszones of bronverrekening voor agrarische percelen in te voeren. De focus blijft liggen op een brongerichte aanpak, waarbij elke sector wordt aangesproken op haar eigen bijdrage aan de waterverontreiniging.
LEES OOK H2O & WATER MATTERS