Ga naar inhoud

Vloedschot of verhuizen: welke beslissingen nemen huishoudens in kwetsbare kustgebieden?

Door Tim Koorn
Vloedschot of verhuizen: welke beslissingen nemen huishoudens in kwetsbare kustgebieden?
Foto: levenmetwater.nl
Gepubliceerd:

Een wereldwijd model dat simuleert hoe huishoudens in overstromingsgevoelige kustgebieden beslissingen nemen over de vraag: blijven we ons huis aanpassen, of verlaten we het gebied dat we thuis noemen? Klimaatwetenschapper Lars Tierolf ontwikkelde een eerste versie van zo’n model – op mondiale schaal een noviteit in de klimaatwetenschap – en schreef er een proefschrift over dat hij vorige week verdedigde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Lars Tierolf 180x180d

Lars Tierolf“In softwaremodellen over klimaatmigratie was het tot dusver gebruikelijk om uit te gaan van redelijk arbitraire aannames over wanneer mensen besluiten een overstromingsgevoelig kustgebied te verlaten. In de literatuur waren hier een soort vuistregels over ontstaan, dat mensen zullen vertrekken wanneer een overstroming van hevigheid X zich met een frequentie van eens in de Y jaar voordoet”, vertelt Tierolf, wie de afgelopen vier jaar samen met promotoren Jeroen Aerts en Wouter Botzen het modelleren van klimaatgedreven migratiestromen in kustgebieden onderzocht, onder de vlag van EU-project COASTMOVE.

“Wat we in dit nieuwe model doen is dat we het moment waarop deze beslissing valt niet meer als aannames voor mensen invullen, maar juist proberen te simuleren welke beslissingen mensen zelf geneigd zijn te maken in de afweging tussen vertrekken of het aanpassen van hun woning aan een verhoogd overstromingsrisico.” Het modelleren van beslissingsgedrag in deze context is al wel eerder gedaan, maar nog niet op de schaal van een land of heel de wereld. Tierolfs werk zet daarmee de eerste stappen op weg naar een nieuw type mondiaal model dat inzicht kan gaan geven in migratiestromen als gevolg van zeespiegelstijging. 

Maar hoe modelleer je zoiets ongrijpbaars als het maken van een persoonlijke beslissing? Waar begin je, met de vele variabelen die aan de basis liggen van een menselijk besluit? Door klein te beginnen met een versimpeld model, legt Tierolf uit. Hij perkte het afwegingskader in tot vijf significante ‘beslissingsvariabelen’: de relatieve inkomenspositie (omdat dit sterk bepaalt of een huishouden in adaptatiemaatregelen kan investeren), de grootte van het huishouden, emotionele binding aan het gebied, de aantrekkelijkheid van dichtbij de kust wonen, en de risicoperceptie.

Sandy
“Van dat laatste is uit de literatuur bekend dat mensen die in overstromingsgevoelig gebied wonen, maar geen overstromingen ervaren, het gevaar vaak onderschatten. Tegelijkertijd is bekend dat mensen het gevaar in een periode vlak ná een overstroming juist sterk overschatten”, vertelt Tierolf. “Dat zag je bijvoorbeeld goed in New York na orkaan Sandy. Direct na de storm schatten de geraakte huishoudens de kans op toekomstige overstromingsschade heel hoog in, maar na verloop van tijd nam dat weer af. Allerlei van dit soort gedragswaarnemingen hebben we meegenomen in het model.”

Naast de vijf geselecteerde factoren kunnen nog talloze andere aspecten een rol spelen, zoals het opleidingsniveau; lokale cultuur; of het huishouden in kwestie zich in een stad of op het platteland bevindt; waar het huishouden uit bestaat; de mate waarin buurtgenoten al uit het gebied vertrokken zijn; waardeverlies van vastgoed in de omgeving; teruglopende openbare voorzieningen; enzovoorts. Uiteindelijk is het doel dan ook om steeds meer variabelen in het model te incorporeren. “Dat is aan de ene kant het prettige van dit soort modellen: je kan er zo veel parameters bij halen als je maar wil. Maar op gegeven moment moet je ook wel een streep trekken bij een bepaalde mate van complexiteit, want je wil het model nog wel kunnen valideren, bijvoorbeeld.”

Frankrijk
Om het beoogde model te kunnen voeden met data over de afwegingen die mensen maken, verspreidden de onderzoekers in landen met overstromingsgevoelige kustgebieden enquêtes over de onderzochte hamvraag. Hierbij kregen mensen hypothetische overstromingsscenario’s voorgeschoteld, waarbij verzocht werd om aan te geven welke keuze men zou maken (adapteren of terugtrekken) op basis van de onderzochte vijf variabelen.

Omdat Frankrijk het eerste land was waar de enquêteresultaten uit terugkwamen, is ervoor gekozen het model eerst toe te passen op Frankrijk, gekalibreerd op gegevens van de Franse geïnterviewden. Hierna is het model uitgebreid naar mondiale schaal. “Hoewel we het mondiale model gevalideerd hebben met enquêtes uit Frankrijk, de Verenigde Staten, Mozambique en Argentinië, zijn de gedragsregels nog gebaseerd op het gedrag van huishoudens in Frankrijk. Een beperking is daardoor wel dat het model er nu vanuit gaat dat iedereen zich gedraagt zoals in Frankrijk”, constateert Tierolf.

Rationele beslissingen?
Ook berust het model op de aanname dat mensen beslissingen nemen volgens een theorie uit de economische literatuur, de zogeheten ‘verwachte nutstheorie’, die ervan uitgaat dat mensen beslissingen nemen door het verwachte nut van verschillende opties te vergelijken. “Maar er zijn meer theorieën over hoe mensen beslissingen nemen. Zo heb je ook de ‘theorie van beschermingsmotivatie’ (over hoe mensen de effectiviteit van hun acties inschatten) en de ‘theorie van gepland gedrag’ (over hoe bepaalde beslissingen in iemands levenspad of leefstijl passen).”

“Met de theorie waar we nu voor gekozen hebben, modelleren we beslissingen overwegend vanuit een economisch perspectief, en gestoeld op de aanname dat mensen rationele beslissingen nemen gebaseerd op hun eigen schatting van de kans op een overstroming. Andere cognitieve theorieën leggen de nadruk weer op andere factoren die deze beslissingen beïnvloeden. Het zou daarom nuttig zijn om ook modelvarianten te maken die uitgaan van andere gedragstheorieën, om te onderzoeken hoe verschillend gedrag tot verschillende migratiestromen kan leiden. Op die manier kun je iets van een onzekerheidsmarge formuleren over hoe het in werkelijkheid zou kunnen gaan.”

Adaptatie loont
Adaptatie aan zeespiegelstijging wordt in het model zowel door huishoudens (met een vloedschot voor de deur, of het installeren van een waterpomp) als door overheden gedaan (door het ophogen van dijken). Dat laatste gebeurt in het model enkel in kustgebieden waar het op basis van een maatschappelijke kosten-batenanalyse kosteneffectief is om die investering te maken.

Volgens de eerste versies van het model zouden mensen aanzienlijk langer geneigd zijn om in overstromingsgevoelige kustregio’s te blijven wonen, wanneer ze de mogelijkheid hebben hun huis op een toenemend overstromingsrisico aan te passen. Volgens Tierolf kan het aantal mensen dat ervoor kiest om te vertrekken met 18 procent dalen door adaptatie van individuele woningen.

Dat is voor hem dan ook het belangrijkste inzicht dat het onderzoek tot dusver heeft opgeleverd. “Adaptatie van huishoudens kan overheden daardoor ook de tijd bieden om (andere) gebieden in de tussentijd eventueel voor te bereiden op terugtrekking, mocht blijken dat dat op later moment wél nodig gaat zijn. En die tijd kan goed van pas komen, want je bouwt niet zomaar even allerlei nieuwe woningen en voorzieningen wanneer terugtrekking te plotseling gebeurt. Dat zou dan ook mijn voornaamste pleidooi aan beleidsmakers zijn: om adaptatie van individuele huishoudens te faciliteren.”


LEES OOK
H2O Actueel: Blijven beschermen tegen zeespiegelstijging of meebewegen? ‘Tijd voor maatwerk’
Water Matters (december 2025): De kosten van Meebewegen ontleed
H2O Vakartikelen: Inzicht in de beste adaptatiebeslissingen door verbinden korte en lange termijn
H2O Actueel: Klimaatpersconferentie: ‘Kabinet moet binnen 5 jaar met plan voor adaptatie komen’

LUISTER OOK
H2O Podcast: Simon Richter: \'De knop is omgezet om mee te bewegen met het water\'

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners

Meer inzicht in uw installatie

Meer inzicht in uw installatie

Digitalisering speelt een steeds grotere rol binnen de procesindustrie. Moderne instrumentatie levert niet alleen meetwaarden, maar ook diagnostische informatie en gegevens over de conditie van apparatuur. Bedrijven beschikken daardoor over

Door Tim Koorn
/