Een jaar geleden ontstond er verwarring over de naam van een beek. Het betreft een sprankelende sprengenbeek aan de Veluwezoom. VVV-brochures, digitale kaarten en bordjes langs de watergang spraken over Beekhuizensebeek. Maar De Bekenstichting (voluit Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken), die de Beken Atlas Veluwe bijhoudt, sprak over Beekhuizerbeek. Als ik de contactpersoon opbel, geeft die aan dat de naam al sinds de jaren ’90 onderwerp van discussie is. Die verklaart: “Wij hanteren Beekhuizerbeek vanwege het Heerikhuizerveld, een heuvelachtig heidegebied nabij.” Helaas, krijg ik te horen, wil waterschap Rijn en IJssel de naam niet aanpassen.
Het maakte me nieuwsgierig hoe de naam van een watergang tot stand komt. Zelf solliciteerde ik ooit voor een gemeentelijke straatnamencommissie. Ik zag al voor me hoe ik een fantastisch advies zou uitbrengen aan het college met de mooiste namen. Met thema’s als wolken en lampenkappen, steegjes die opgekrikt werden tot boulevards en uiteraard alleen met namen die je eenvoudig foutloos kunt schrijven. Niemand wil immers aan de Huychersstraat wonen. Helaas werd ik afgewezen.
Een gemeente bouwt nog wel eens een wijk bij. Hoe anders is dat bij een rivier of een beek. Die zijn vaak al landschappelijk bepaald. De naam is soms wel duizenden jaren oud en stamt uit het Keltisch, Germaans of nog ouder. De mensen die langs een watergang woonden, baseerden zich op de kenmerken van het water of het landschap. Een oorspronkelijke naam is dan simpelweg een verwijzing naar ‘water’ of ‘stroom’. Leuker zijn de verwijzingen naar de temperatuur: Koude Beek (Leuvenum) en het karakter: Verbindingsbeek (Laag-Soeren). De naam legt het waterschap vast in de legger.
Zo’n naam kan ook fluïde zijn. Zo stroomt er van Uddel naar het Randmeer (voormalig Zuiderzee!) een beek met drie namen. Deze langste beek van de Veluwe stroomt 18 kilometer bosinwaarts, zoekt slingerend zijn weg langs grafheuvels, strak georganiseerde erven, verwilderde agrarische gronden en chalets. Onderweg draagt hij de namen Staverdense beek, Hierdense Beek en Leuvenumse Beek.
Verwarrend, maar dan is er in elk geval gekozen. Of kan dat ook nog wijzigen? Jawel hoor.
Zo heette de Bisschop Davidsgrift daarna de Grift, daarna het Valleikanaal en zag ik afgelopen maart vier historische verenigingen trots met de dijkgraaf van waterschap Vallei en Veluwe een nieuw bordje onthullen: de Bisschop Davidsgrift. De streekmensen gebruikten nog steeds de originele oude naam, naar de bisschop die de opdracht gaf tussen 1474 en 1483 om de watergang te graven, en vroegen het waterschap om het weer in ere te herstellen.
Dan staat het maar op het bordje. Alhoewel. Zo’n bordje is ook geen vast element in het landschap... Het bordje van de Nattegatsloot moet waterschap Vallei en Veluwe het vaakst bijbestellen. Waarschijnlijk doet ‘ie het goed in de keet. Als ik vraag wie dan ook zo’n naam bedenkt, legt een cultuurhistorische medewerker droog uit: “Het gebied waar hij doorheen stroomt, is natter dan de omgeving, dus het is de sloot die door een nat gat stroomt.”
In de naam kunnen natuur, culturele waarden en geschiedenis samenstromen. Zelf vind ik de Verloren Beek in Epe een prachtig voorbeeld. Omdat op de beek nooit watermolens zijn gebouwd, werd de beek economisch gezien als ‘verloren’ beschouwd. De bewoners lieten hem zo goed links liggen, dat hij ondertussen vanuit ecologisch perspectief een parel is.
We leren dus dat de naam van een beek historisch bepaald is en geformaliseerd wordt door een waterschap. Dat eenzelfde beek naar verschillende namen tegelijk kan luisteren. Dat het zo’n aantrekkelijke naam kan zijn dat de watergang z’n bordje moet missen. En dat een beek uit zijn oorspronkelijke naam kan groeien, omdat wat we waarderen aan een beek mee verandert met de tijd. Eigenlijk zegt de naam van een beek meer over de mens dan over het beeklandschap.
Terwijl de sprankelende sprengenbeek aan de Veluwezoom doorstroomt, niks gevend om z’n naam of om z’n naamgever, krijg ik weer een bericht van de contactpersoon van De Bekenstichting: “Ik denk toch dat het de Beekhuizensebeek moet zijn”, schrijft die met een link naar de site van Rijksmonumenten, waar in de formele RCE-beschrijving van het gebied wordt beschreven hoe baron Van Spaen vanaf 1774 het terrein ‘Beekhuizen’ herinricht om op een ideaal landschap te creëren. Geïnspireerd op de Griekse landstreken Tempe en Arcadia, met een slingerende beek, visvijvers en een grote fontein, werd op 29 augustus 1790 Beekhuizen officieel geopend.
Toch fijn dat een dertigjarige discussie over een beeknaam is opgelost en ze zich niet meer hoeven te beklagen bij het waterschap. Nu ben ik alleen nog benieuwd hoelang het duurt voordat De Bekenstichting het zelf aanpast in de Beken Atlas Veluwe.