Rivierecologen maken zich zorgen over de afname van velden drijvende moerasplanten in de uiterwaarden van de Waal, IJssel en Nederrijn. Het gaat om waterlelies, gele plomp en watergentiaan, zogeheten nymphaeide waterplanten. Dat blijkt uit een studie van Wageningen Universiteit en Van Geest Ecologie in opdracht van de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE).
In diverse plassen in uiterwaarden langs de grote rivieren zijn deze planten de afgelopen jaren verdwenen of sterk achteruitgegaan. Het gaat met name over waterplassen die droogvallen. De afname doet zich het sterkst voor in de Gelderse Poort en langs de Waal en een oude IJsselarm bij Doesburg.
In afgesloten rivierarmen van de Oude Waal bij Nijmegen en de Kil van Hurwenen zijn grote velden met gele plomp en watergentiaan verdwenen. In totaal is in 6 van de 21 onderzochte plassen een duidelijke achteruitgang van drijvende moerasplanten vastgesteld. Provincie Gelderland en Staatsbosbeheer maken zich zorgen en willen graag weten wat de oorzaak is van de achteruitgang.
Bevers
Onderzoekers schrijven de teruggang toe aan de optelsom van lage waterstanden, droogte en zomerse hoogwaters. De planten kunnen niet goed tegen sterke peildynamiek. Daarnaast speelt begrazing door ganzen en bevers ook een rol. De onderzoekers noemen de achteruitgang zorgelijk, omdat deze drijfplanten een sleutelrol spelen in laag-dynamische riviermoerassen. Met het verdwijnen van deze velden gaan ook veel andere kenmerkende soorten achteruit en wordt de successie in deze plassen verstoord.
Bovendien behoren deze waterplassen met drijvende moerasplanten tot het habitattype H3150 (Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden). Met de afname van het areaal van nymphaeiden is er ook een duidelijke achteruitgang in oppervlak en kwaliteit van dit habitattype.
Lange adem
Herstel van plassen met waterlelies, gele plomp en watergentiaan vraagt om lange adem. Pas na 30 tot 100 komen zulke vegetaties tot ontwikkeling, stellen de onderzoekers. Daarom roepen ze op om zuinig te zijn op bestaande plassen in het rivierengebied. Het advies is om plassen met moerasplanten met een pomp te voorzien van rivierwater, in droge zomers.
Een andere manier is om het waterpeil in de plassen in het voorjaar hoger op te zetten, waardoor de plassen minder snel droogvallen. Deze maatregel valt goed te combineren met het opzetten en vasthouden van water achter een zomerkade. Daarnaast is het zaak om vraat door vogels en bevers te voorkomen.
Tegen de impact van zomerhoogwaters is geen kruid gewassen, concluderen de onderzoekers. Weliswaar kunnen zomerkades verhoogd worden, maar dit past niet binnen de huidige tendens van waterveiligheid en natuurbeheer.