Stel je voor: onze Afsluitdijk is niet alleen een dijk, maar ook een wezen met een eigen, passende persoonlijkheid. De EC-meters in onze duinen: geen zielloze sensoren, maar daadwerkelijke wachters van het zout, beschermers die onze zoetwaterbronnen voor verzilting behoeden. En de lenteglinstering in het water als de zon weer hoger staat? Een reflectie van de waternimfen die door onze delta stromen om in het groeiseizoen water naar onze boeren en telers te leiden.
door Jessie-Lynn van Egmond

Jessie-Lynn van EgmondKlinkt mystiek? Niet voor de Māori van Nieuw-Zeeland, of voor de bewoners van Fiji, Samoa, Kiribati, Tonga, en andere delen van Oceanië, waar water niet ‘iets’, maar ‘iemand’ is. Elementen, voorwerpen, natuur en dieren hebben elk een levensenergie. Hierin wordt water, ofwel ‘Wai’, omarmd als een voorouderlijke entiteit met haar eigen persoonlijkheid en geheugen. Wai is een kracht die reageert op menselijke daden, een vertrouwde raadgever, broeder, zuster en gesprekspartner.
"E ola ka wai, e ola kākou - Als het water leeft, leven wij” (Hawaii)
In onze tijd van toenemende klimaatproblematiek worden pogingen gedaan om het Westen uit te nodigen meer op deze manier naar de aarde te kijken: om met de natuur te beslissen, in plaats van erover. Door water te zien als verlengstuk van onszelf, behandelen we het automatisch met meer zorg, respect en oog voor de lange termijn.
En in Nederland?
Dat is niets voor ons, zeggen we dan. Wij zijn nuchtere Nederlanders. We houden het hoofd koel, twee benen op de grond. Water is belangrijk en essentieel, maar het heeft geen gezicht, karakter of naam. We vertrouwen op techniek, kennis, scenario’s en modellen: “Doe maar gewoon, dan..”
Maar zijn we, met onze rationele poldergeest, écht zo nuchter als we claimen?
Als ons hoofd overvol is, trekken we naar het strand om uit te waaien. We lopen met blote voeten in de branding, proeven het zout op onze lippen en slaken een diepe zucht, waarna we onze zorgen laten meevoeren door de wind en zee, om er verfrist van terug te keren.
We breken flessen op de boeg van nieuwe schepen. We proosten op het leven aan de waterkant. We houden ceremonies bij de oplevering van een gemaal. En we zingen, wellicht luid of lallend, liederen over onze grachten, onze kust, onze Zoutelande.
Misschien opent dat nou precies de dialoog die we in Nederland zo hard nodig hebben
Gestuurd door de getijden lopen we wad. Met een beetje verbeelding is dit onze Delta-variant van de pelgrimstocht. We verzamelen alleen geen stempels, maar schelpen, en in plaats van blote voeten trotseren wij het landschap in de klederdracht van de moderne Nederlander: kaplaarzen en een regenjas.
Het is niet de elegantste ceremonie, maar we duiken massaal op nieuwjaarsdag het ijskoude water in. Met als traditionele hoed de oranje muts. Rivier wandelingen, zoals die van ‘Drinkbare Rivieren’ van Li An Phoa, nemen toe in populariteit. Tijdens SAIL onthalen we honderden schepen als een nautische processie over het IJ. Onze verhalenvertellers worden geprezen, en we zijn trots op onze geschiedenis en watercultuur.
Misschien schuilt er dan stiekem toch, onder onze pragmatiek, een verbondenheid met water die verder reikt dan debieten, kaderrichtlijnen en een prijs per kubieke meter. Daarom nodig ik je uit, nog één stapje verder te gaan, dit keer onder het mom van ‘Doe niet gewoon, want het kan nooit gek genoeg’. De volgende keer dat je aan het water bent, stel jezelf de vraag: “Als ons water spreken kon, wat zou het ons dan vertellen?" Misschien opent dat nou precies de dialoog die we in Nederland, in tijden als de onze, zo hard nodig hebben.
Jessie-Lynn van Egmond is water- & duurzaamheidsmanager
LEES OOK