Ga naar inhoud

Sluizen in zee voor de Nieuwe Waterweg

Door Tim Koorn
Sluizen in zee voor de Nieuwe Waterweg
De Nieuwe Waterweg | Foto Siebe Swart
Gepubliceerd:

De lage rivierafvoeren in de zomer van 2026 drukken ons weer eens op de feiten: het immense verlies aan zoet water via de Nieuwe Waterweg houdt het landelijk zoetwaterbeheer in tijden van schaarste in een wurggreep. In plaats van zoet water vast te houden verspillen we het in grote hoeveelheden. Van de 750 m3/s die bij Lobith ons land binnenkomt, laten we 500 m3/s bij Hoek van Holland het land weer verlaten om tegendruk te bieden aan indringing van zout.


Geschreven door Wil Borm (Adviesgroep Borm & Huijgens) en Dick Butijn (Stichting Zee en Rivier)


Sinds de verdieping van de Nieuwe Waterweg in 2018 heeft de Nieuwe Maas tot ver landinwaarts een grote diepte, waardoor het zoute water nog verder kan doordringen en dit innamepunten voor zoet water bedreigt. Zo blijft er weinig over voor sectoren als landbouw, natuur, industrie en huishoudens. Bij de huidige open monding, die slechts gesloten wordt tijdens extreem hoog water op zee, kan daarnaast de waterveiligheid op de lange termijn alleen worden gewaarborgd tegen hoge maatschappelijke kosten, omdat dijken en kades moeten worden versterkt in een dichtbebouwd gebied waar de ruimte beperkt is. 

Zowel bezien vanuit de urgente zoetwatertekorten als vanuit de toekomstige waterveiligheid lijkt afsluiting met schutsluizen onontkoombaar. Dit artikel gaat over de vraag waar de Nieuwe Waterweg het beste kan worden afgesloten met sluizen teneinde verzilting, zoetwatertekorten en wateronveiligheid te voorkomen.   

Zoetwaterbeschikbaarheid
Het studierapport van Deltares uit 2025: ‘Zoetwaterbeschikbaarheid in de Rijn-Maasmonding in een warmer klimaat’ laat er geen onduidelijkheid over bestaan: “Indien gekozen wordt voor het volledig afsluiten van de Rijn-Maasmonding met sluizen en dammen, kan de zoetwatervoorziening alleen gegarandeerd worden bij volledige afsluiting met alleen dammen”. Volgens Deltares zouden zeesluizen in de dammen ten gevolge van het schutten nog steeds te veel zout toelaten in het benedenrivierengebied. 

Nu is permanente zoetwaterbeschikbaarheid nationaal een eerste levensbehoefte en dient dus gegarandeerd te zijn. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn dat de scheepvaart van Rotterdam naar zee en vice versa stil komt te liggen. De economische belangen zijn daarvoor te groot. 

Het is tijd om het Deltares-rapport aan een kritische blik te onderwerpen en te zoeken naar oplossingen die wél werken om het enorme verlies aan zoetwater via de Nieuwe Waterweg tegen te gaan en tevens Rotterdam, ook op langere termijn, bereikbaar te houden voor scheepvaart vanuit zee.

Locatie in zee
Om de zoutindringing via de Nieuwe Waterweg te verminderen doet Deltares diverse voorstellen, variërend van het verondiepen van de Nieuwe Maas en het incidenteel afsluiten van verschillende riviertakken tot aan het volledig inpolderen van de regio Rotterdam/Dordrecht tot een zogenoemde Deltapolder. Aan alle voorstellen kleven bezwaren op het gebied van ecologie, beperking scheepvaart of het ontstaan van zoetwatertekorten elders, maar het grootste bezwaar is wellicht dat de voorstellen maar tijdelijk soelaas bieden: ze zijn onvoldoende bestand tegen een zeespiegelstijging van 1 meter of meer.

De studie van Deltares stelt in een van haar alternatieven voor om een schutsluis te plaatsen in de Nieuwe Maas, juist ten westen van de Beneluxtunnel.  Deze landinwaartse ligging heeft veel nadelen wat betreft waterveiligheid, verversing, verzilting, spui- en pompmogelijkheden. In plaats van sluizen in de Nieuwe Waterweg of in de Nieuwe Maas, valt een locatie in zee te prefereren. Daar is ruimte voor zoutafvang, ruimte die landinwaarts ontbreekt.

Impressie van sluizen in zee met spuimogelijkheden (witte pijlen) voor zoutafvang en rivierpeilbeheer

Bij schutsluizen in zee is verzilting grotendeels te voorkomen. Een inventief sluisontwerp met verticaal gezien twee halve sluisdeuren valt te overwegen, zodat voor scheepvaart met beperkte diepgang alleen de bovenste deuren geopend hoeven worden. Dit beperkt in eerste instantie de mate van zoutindringing.

Naast de vaarroute kan het via de sluizen binnendringend zoute water in een diepe geul vloeien (zout water is zwaarder dan zoet water en zakt omlaag, zie afbeelding) en vervolgens onder een zoutdam door selectief afgevoerd worden naar zee, aanvankelijk onder vrij verval, bij stijgende zeespiegel via pompen. Mocht door omstandigheden de zouttong verder oostwaarts doordringen dan is deze onderlaag gericht af te voeren naar het parallel gelegen zoute Calandkanaal aan de zijde van de Maasvlakte. Zo nodig kan een lichte drempel weer verder oostwaarts indringend zout nog verder verminderen.

De selectieve afvoer van zout, mits juist gedimensioneerd, gaat zoutindringing tegen. Dit is vele malen effectiever dan bellenschermen of doorstroming met zoet water, waarbij het aangevoerde zoete water grotendeels over de zoute onderlaag heen naar zee stroomt. Het wegvallen van getijdendynamiek vermindert de menging van zout en zoet, zodat selectieve onttrekking van de zoute onderlaag een ideale wijze is om zoutindringing te voorkomen en zoet water te besparen. Dat kan vervolgens regionaal maar ook nationaal ingezet worden voor onder meer zoetwatervoorziening, verversing, buffering en een estuarium aan de kust.

Figuur geeft de percentages rivieraanvoer in zwart en afvoer in wit weer. Links de verdeling voor aanleg Deltawerken, dan de huidige situatie en rechts een schatting bij zeesluizen. De afvoer via de Nieuwe Waterweg wijzigt van 67% naar 8% van de totale landelijke aanvoer | Bron Horvat & Partners VIVA AB AQUA

Aan zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg hangt een fors kostenplaatje, maar zij dienen niet alleen de zoetwatervoorziening. Zeespiegelstijging zet zich door in de rivieren en al bij 1 m zeespiegelstijging zijn landinwaartse aanpassingen van infrastructuur bewerkelijker, vele malen duurder en minder duurzaam dan de realisatie van zeesluizen. Bij een open monding zijn het immers niet alleen kades, dijken en bruggen, maar ook de overige hiermee samenhangende infrastructurele systemen, die continu aangepast moeten worden aan het stijgende zeepeil, nog los van alle buitendijkse gebieden waaronder de havens die permanent overstromen. Dit zal onvoorstelbaar veel investeringen vergen, waarbij al het onderhoud van onze bestaande infrastructuur van tientallen miljarden euro’s in het niet valt.

Toekomstgericht
De grote keuzes over herinrichting van het hoofdwatersysteem moeten in het komend decennium genomen worden. Gaan we Nederland landinwaarts of zeewaarts beschermen en laten we de rivieren meestijgen of laten we ze uitstromen op het huidige peil en gaan we pompen? Dat zijn de grote beslissingen. Wat het ook wordt, afsluiting van de Nieuwe Waterweg is onontkoombaar en in die zin is een sluizencomplex voor de Nieuwe Waterweg een no-regret maatregel. Daarmee wordt een herijking van de landelijke zoetwaterverdeling mogelijk.

Een belangrijk aspect dat invulling behoeft, is de ecologie. Afsluiting van de Nieuwe Waterweg maakt ruimte vrij voor zoetwater voor het op termijn verzoeten en actief verversen van de voormalige zeegaten, waaronder Haringvliet en Grevelingen. Dat is gunstig voor de natuur, maar ook voor de landbouw en industrie. De beschikbaarheid van zoetwater maakt het ook mogelijk permanent open verbindingen te creëren tussen zee en rivier via smalle en lange estuariene stroomroutes op ondiepe en aangroeiende zeevlaktes.

Na duizend jaar landinwaartse verdringing door de zee kunnen estuaria terugkeren naar de kust en mogen barrières zoals compartimenteringdammen deels vervallen. Verlengde stroomroutes maken duurzame vismigratie in combinatie met gezonde estuariene milieus mogelijk. Goede en permanente verbindingen van de zee met Rijn, Maas en Schelde vormen een belangrijke bijdrage aan de West-Europese natuur. 

Urgent zoetwaterprobleem
De nadruk bij het Kennisprogramma Zeespiegelstijging lag op waterveiligheid en vervolgens richtte het consortium Meegroeien zich voornamelijk op natuurherstel. In beide overlegreeksen kwam het hoofddoel zoetwatervoorziening slechts terloops of achteraf ter sprake. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) benadrukt terecht dat er een duidelijke omslag nodig is: water moet nadrukkelijk leidend worden in ruimtelijke keuzes en het zoetwatersysteem moet beter worden beschermd en versterkt. 

Bijstelling van prioriteiten en heroverweging binnen het Deltaprogramma zijn gewenst om tot een verantwoorde visie voor de lange termijn te komen. Wanneer men zich voornamelijk blijft focussen op de technische levensduur van de bestaande keringen en de kritieke hoogtes bij zeespiegelstijging, wordt voorbijgegaan aan de zoetwaterproblemen die op veel kortere termijn en zelfs nu al spelen. In dit kader is eveneens herbezinning over de functie van de Maeslantkering en mogelijke vervanging door sluizen hard nodig. Nader onderzoek en berekeningen naar sluizen in zee zijn daarbij een eerste stap.

Het is van groot belang dat afsluiting van de Nieuwe Waterweg weer op de agenda komt.

Tags: Blogs Podium

Meer in Blogs

Bekijk alles
De kracht van waterwezens

De kracht van waterwezens

Door Tim Koorn
/

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners