Ga naar inhoud

De kracht van waterwezens

Door Tim Koorn
De kracht van waterwezens
Gepubliceerd:

"Maak contact met de aarde onder je voeten. Voel hoe je gedragen wordt door een levend organisme. Welke geuren neem je waar? Welke geluiden hoor je?”, zegt de begeleider. Met mijn ogen dicht probeer ik het allemaal. Ik ruik het natte bos, hoor een merel en beeld me in dat ik op een huid sta. Ik vraag me af of ik de aarde daarmee net zo kietel als de mier doet op mijn kuit. En of die mier zich ook een buitenbeentje voelt.

Als enige in de kring heb ik nog nooit contact gemaakt met een bovennatuurlijk wezen. Toch ben ik mee met de natuurwezensdag. Omdat ik nieuwsgierig ben naar de methoden, wat je kunt ontvangen of zelfs uitwisselen. En bovenal, omdat van alle natuurwezens vandaag waterwezens centraal staan. 

Begeleider Rokus was een week eerder de Veluwe opgegaan om de plek te verkennen. Hij trof een dichtbeboste plek aan, een pad met flinke keien slingerde langs heuvels vol mos en varens en wezens die open stonden om ons te ontvangen. Toch spreidt hij nu, voorafgaand aan elke afslag, zijn handen en wiebelt z’n grote vingers om toegang tot het pad te vragen. Voor hem zijn wezens energieën, die binnenkomen via zijn lichaam. Anderen in de groep voelen emoties, weemoedig of licht, horen stemmen, zien elfen of energiebanen langs bomen, in kleur of als doorzichtige vibraties. 

Al sinds de vroege geschiedenis van de mens maken we contact met natuur- en waterwezens. Antropoloog Veronica Strang beschrijft in haar boek Water Beings hoe op alle continenten, door alle gemeenschappen heen, de relatie met water is uitgedrukt via slangachtige waterwezens (serpent water beings). Zo doken in Europa gevleugelde slangen vanuit onweerswolken naar beneden, werd in Japan de regengod afgebeeld als een mens met een slangenstaart en kenden ze in Australië de Rainbow Serpent, met een kangoeroe-achtige kop en een patroon dat lijkt op een krokodillenhuid. 

In Lesotho (Zuid-Afrika) gaan traditionele genezers in contact met slangenwezens in het water om te communiceren met onzichtbare voorouders en andere bovennatuurlijke goden. In Malawi stroomt Napolo onder de grond. Hij brengt water dat door spirituele wezens in de bergen wordt geleverd, maar als ‘wij mensen ons niet hebben gedragen’ veroorzaakt het waterwezen overstromingen en aardverschuivingen. 

Onze voorouderlijke waterwezens hadden een belangrijke status. Ze werden vereerd met tempels en piramiden en om gunsten gevraagd met offers. Waar de mens ook ging, een waterwezen was dichtbij en belichaamde ideeën over niet-menselijke krachten en het vermogen van water om ons leven te beïnvloeden. Miljoenen mensen hielden van en vreesden de waterwezens, als brengers van water en leven. 

Ikzelf, hier, vandaag, heb geen idee of ik een waterwezen moet liefhebben of vrezen. Mijn voorbereiding bestond uit het ultiem uitrekken en activeren van mijn nieuwsgierigheidszintuig. De rest zou ik wel zien. Of voelen.

Nog met de ogen gesloten vraagt Rokus of we kunnen voelen waar de waterbron is. Ik denk aan het grondwater onder ons, maar dat is geen voelen. Met mijn hand op mijn buik forceer ik m’n aandacht naar het lichaam. “Zet dan nu een stap in de richting waar je denkt dat het water is. Voel of dat klopt”, moedigt Rokus ons aan. Voorzichtig draai ik een kwartslag, zet een stap met mijn linkerbeen, en nog een paar. 

Als ik mijn ogen open, zie ik dat de hele groep precies de andere kant op ging. Rokus vraagt waarom ik hier ben gaan staan. Ik mompel dat m’n linkerbeen tintelde. “Okay, laten we je linkerbeen volgen”, stelt hij voor. 

In stilte volgen we als een mierenslang het pad tot we bij een driesplitsing aankomen. Rechts gaat een smal pad omhoog en daarna de hoek om. Ik twijfel of het een mensen- of een wildpad is en zeg tegen Rokus: “Ik denk die kant.” “Dan gaan we die kant op”, zegt hij vastberaden. We gaan het hoekje om en tot mijn verbazing staan we bij een spreng. 

De spreng ligt diep in het landschap en iedereen zoekt een plek om contact te maken met wezens. Hoog op het talud of juist dicht op de waterrand. Ik kniel aan de kop van de spreng, op grootmoedersheuvel, zodat de watergang voor me als een slang het bos in slingert. Ik beeld me in dat de anderen interessante gesprekken voeren en weten of het waterwezen meer van de dag of de nacht houdt, wel eens moet huilen en of de vissen tegen kietelen kunnen. 

De tinteling in mijn been is opgelost. Mijn verbazing gebleven. Ook al ervaar ik geen waterwezen, ik heb vandaag wel wat anders mogen ervaren. Dat ik meer ben dan een rationeel hoofd en dat ik, juist als ik denk alleen te staan, mag koersen op mijn intuïtie. De kracht van de onderstroom die wij waterwezens toekennen, zit ook in ons. Juist in tijden van rationaliteit, commodificering en vervuiling van waterbronnen, zou het eigenlijk een nieuwe status quo moeten zijn om andere krachten te activeren en ons daardoor te laten leiden. 

Phebe Kloos is antropoloog, met als specialisme mens-water relaties

Tags: Opinie

Meer in Opinie

Bekijk alles
Het kan wél

Het kan wél

Door Tim Koorn
/

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners