Ga naar inhoud

De Kanteling

Door Tim Koorn
De Kanteling
Gepubliceerd:

Om het kajak vaardigheidsbewijs te halen moet je op 10 meter van de rivieroever omslaan met je spatzeil dicht en een succesvolle ‘zelfredding’ inzetten. Na de uitleg zijn mijn zeven medecursisten ineens druk met het controleren van de treklus, het voelen aan brillenkoordjes, het herschikken van iets dat al goed zat en naast me wordt nogmaals een neusklem aangedrukt. Ik peddel een beetje weg uit de krib van de Rijn om te controleren of er geen boot aankomt. Alsof ik nobel onze vaarleider ontlast, roep ik royaal dat de rivier ‘vrij’ is. 


door Phebe Kloos


Phebe Kloos vk 180 b

De Berkel was mijn bron om te gaan kajakken. Tijdens een verkenning richting een Drinkbare Berkel, legden we een deel van het traject af per kano. Het was prachtig om het waterlandschap ineens vanuit een ander perspectief te zien. Op het niveau van het wateroppervlak, waarbij zwanen en riet drie keer groter voelen. Om comfort en skills te bouwen, meldde ik me aan om een van de oudste diploma’s van het Watersportverbond te halen: het diploma Kajak Vaardigheid A.

Bij kanovereniging Jason aan rivier de Rijn stap ik niet alleen een kajak in, maar ook een gemeenschap. ‘Goed zeemanschap’ is ook ‘zelfwerkzaamheid’, waarbij iedereen minimaal 4 uur per jaar werkzaamheden verricht ten behoeve van de vereniging. We volgen de orders van de vaarleider zonder discussie op. We kijken naar elkaar om en onderscheiden de outfit van een toertype van een zeekajakker. Ik leer opnieuw te kijken naar de rivier. In plaats van de middenstroom, kijk ik nu naar de krib. Ineens vallen de tonnen in het water op en hoor ik mezelf vragen waarom de ene paal groen en de andere rood is. Keek ik eerst naar de stroming, kijk ik nu ook naar de windrichting. 

Belangrijk, want in de kajak voel je dat water niet passief of rechtlijnig is. Zodra een vrachtschip passeert wordt je kajak met het water er eerst naartoe gezogen, om je daarna weg te duwen waarbij je moet oppassen om niet tegen de stenen kant te klotsen. Zodra je uit de krib vaart moet je de punt haaks op het water zetten, anders zet het water jou haaks op de kant. Het bezorgt me golven van angst. Wat als ik omsla?

Wereldwijd zijn er mensen met waterangsten (ook wel aquafobie). Bij sommigen wekt het geluid of alleen al de gedachte aan water angstige gevoelens op. Een vriend van mij vermijdt aanraking met water liever. Zijn gespierde lichaam van 2 meter zal niet meezwemmen in het meertje om de hoek. Bang voor de kou, geen grond onder de voeten, wel onbekende donkere dieptes vol bruinzilvere glibberschubben. Wegblijven van het water werd eeuwen geleden onder rivier(oever) volken zelfs aangemoedigd. 

Onder applaus kantelen cursisten, dobberen kajaks en worden ‘peddel high fives’ aan natte haartjes uitgewisseld

Wim Peumans laat me in zijn boek ‘De Maas’ kennismaken met mythische bovennatuurlijke wezens als de Waterman – in het Limburgs ’t Hoekmenke geheten: “De Waterman leeft op de bedding van de rivier. Spelende kinderen of badende zwemmers sleurt hij met zijn haak naar de diepte. Je kunt de Waterman herkennen aan zijn groene ogen, gele zwemvliezen tussen de tenen en ‘zwarte huid’. Hongerig zuigt hij het bloed uit zijn slachtoffers en houdt hun zielen gevangen in omgekeerde kruiken. De verdronkenen kunnen enkel verlost worden als iemand de kruik omstoot. In afwachting van hun redding laat de Waterman de verloren zielen tot in de eeuwigheid verward vlas spinnen.”

Terug peddelend naar de zelfredding-krib denk ik aan de Waterman en vraag begeleider Arie of hier geen krokodillen of ‘andere wezens’ zijn. Hij trekt zich met de griplijn van m’n kajak naar me toe en we vormen een klein vlotje. Met z’n liefste lach zegt hij dat ik daar niet bang voor hoef te zijn. Zijn vriendelijke ogen en nabijheid bieden voldoende borging.

“Ok, dan ga ik nu omslaan”, kondig ik Arie, de Rijn en vooral mijn angsten aan. Ik wiebel m’n heup heen en weer, zachtjes alsof ik mezelf wieg en geef dan een ruk met m’n linkerheup. Ik ben direct 180 graden gekanteld, zie zwarte bubbels, slik de rivier in, buig naar voren, verlies m’n peddel, trek aan de lus en mijn romp verlaat de kajak waarop mijn benen volgen. M’n zwemvest tilt me boven het wateroppervlak uit, proestend en met grote ogen kijk ik rond, alsof ik zelf ook verbaasd ben dat ik een paar seconden geleden nog droog was. “Fantastisch meid”, complimenteert Arie.

Het water is warmer dan de lucht en plots is het heerlijk bevrijdend om naast de kajak te zwemmen. Onder applaus kantelen cursisten, dobberen kajaks en worden ‘peddel high fives’ aan natte haartjes uitgewisseld. Blootstellingstherapie is de beste behandeling voor aquafobie. Met het omslaan is mijn aquafobie omgeslagen in aqua-amore. Neusklemmen maken plaats voor opluchting. Doorweekt drogen mijn angsten met elke slag op. Op naar de Berkel. 


Phebe Kloos is antropoloog, met als specialisme mens-water relaties


LEES OOK VAN PHEBE KLOOS

Goedwillende knaagKarel
Wordt het niet hoog tijd voor een vernattingsreeks?
- Water verbindt en verdeelt
- Bij welke waterplek zou jij beginnen?
- Meten is weten, voelen is begrijpen
- Afvalwater of kanswater

Tags: Blogs

Meer in Blogs

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners