In 2009 verscheen in het Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis het artikel ‘De Westerschelde, natuurlijk?’ De auteurs, oud-hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat ir. W. Lases en landschapshistoricus dr. A. de Kraker, gaven hierin aan dat vanwege het verdiepen van de vaargeul op termijn afsluiting met een dam onvermijdelijk en gewenst is. Dit klimaatbestendig toekomstbeeld staat bij velen nog niet op het netvlies.
Ontstaan Westerschelde
Ons laagland vormde zich als een moeras, dat door duizend jaar veenafgraving en watermanagement inzakte tot enkele meters onder het gemiddeld zeeniveau. De zee brak door de kust met zeegaten die de overgangen van zout naar zoet tot ver landinwaarts verdrongen. Veel bewoonbaar land ging verloren. De Westerschelde is niet ingesnoerd: door ontstane zoutwateroppervlakten, toename van stroomsnelheid en getijslag is er door uitschuring juist veel grond verspeeld aan de zee.
De dynamiek in de Westerschelde is door menselijk ingrijpen zodanig versterkt dat de getijslag bij Antwerpen toenam van 1 m naar 5 m. Deze loopt nu dan ook oostwaarts op. Ze bedraagt bij Vlissingen 3.5 m en bereikt bij Tielrode haar hoogste punt van 5.5 m (zie illustratie). Voor de waterveiligheid zijn de meeste zeegaten gesloten of afsluitbaar.
Alleen de Westerschelde bleef nog open. Verdiepen veroorzaakt er extra toename van getij en klimaatverandering vormt een groot risico. Hoe zou het zijn als de Westerschelde geen voortdurende bron van risico en verzilting meer is, maar een beheerbaar systeem dat veiligheid en zoetwaterzekerheid levert en tevens vrije doorvaart garandeert? Daarom komt één oplossing steeds nadrukkelijker in beeld: een Westerscheldekering (klimaatsluis) met schut- en spuisluizen.
Een dam als klimaatbestendige oplossing
Verwarring en tegenstrijdigheden rondom het beleid van de Westerschelde maken dat zowel Antwerpen, de natuur, de waterveiligheid als de agrarische sector tekort worden gedaan. Aangezien we bij klimaatverandering een watersnoodramp voor willen zijn, wordt het tijd voor een integrale toekomstvisie. Volgens het Scheldeverdrag van 1839 is een klimaatsluis mogelijk binnen de ruimte van een tolvrije doorvaart. Voor de grootste zeeschepen vormen daarbij de zeehaven van Brugge evenals nieuwe infrastructuurkansen zoals een containertransferium in zee goede alternatieven. Een stabiel peil op de Westerschelde maakt de logistiek naar de havens aanzienlijk efficiënter.
Zee in land, zout water binnen de natuurlijke kustlijn, is gebiedsvreemd. Vanuit zoetwaterzekerheid en ecologische kwaliteit is de keuze voor zoet strategisch in het voordeel. Met schutsluizen als toegangspoort wordt de Westerschelde zoet en het waterpeil beheerbaar. De eroderende getijdenstromingen verdwijnen en de vorming van de Voordelta neemt toe. De na verzoeting ontstane zoetwatervoorraad gaat de zoutindring tegen en de rivier de Schelde krijgt alle ruimte in wat nu een zeegat is.
Een Westerscheldedam is een maatregel die klimaatbestendigheid garandeert en meteen verzwaring van honderden kilometers dijk overbodig maakt. De huidige zeedijken worden immers klimaatbestendige rivierdijken. De dam wordt tevens een robuuste verkeersader die behalve de Westerscheldetunnel ook de Zeelandbrug kan ontlasten. Zo’n dam is eveneens geschikt voor maatschappelijke functies, zoals een 380 kV netkabel of een treinverbinding met Vlaanderen.
Milieuproblemen
Met de natuur van de Westerschelde gaat het momenteel niet best. Het zoute ecosysteem kan volgens het ingenieursbureau Arcadis niet als gezond worden gekenmerkt. Schorren zijn doorgaans broedvogelarm en droogvallende slikken, door sommigen als een ultiem streefdoel beschouwd, lokken dan wel ontelbare vogels, maar vormen vanwege de verontreiniging een bedreiging voor de foeragerende vogelpopulatie. Hoe minder droogvallende platen in de Westerschelde, des te eerder zoeken vogels hun toevlucht achter de dijken, op de platen voor de kust en op de wadden.
Bouwen met de natuur
De meest stabiele uitgangspositie is samenwerking met de zeestroming aan natuurlijk kustherstel. Aangroeiende kustlandschappen vangen sediment, dempen de golven en versterken de kust. Zowel de opkomende Voordelta als de opslibbing van de Wadden vormen ‘stootkussens tegen een oprukkende zee’. Ze bieden ruimte voor estuariene milieus die als overgangsgebieden de relaties tussen de zee en de rivieren herstellen. Een klimaatdam biedt kansen voor een kronkelende migratierivier van tientallen kilometers op de Vlakte van de Raan ten westen van Walcheren. De aanleg hiervan kan met behulp van riffen, strekdammen en golfdempers. Het zeegat zelf verzoet en wordt een kraamkamer van formaat voor zowel zoetwatervissen als trekvissen.

“Stromend water is ‘s werelds grootste vormgever”, citaat van David Attenborough
Dit leidt tot meer biodiversiteit en nieuwe natuur in zee. Samenwerken met water garandeert duurzaamheid, beperkt de kosten en evolueert in balans.
Een zoete Westerschelde biedt extra ruimte voor natuur en mens zonder verlies aan kostbare grond en beschermt tegen verzilting. Ook landaanwinning in de vorm van buitendijkse groei wordt mogelijk. Techniek en natuur, hand in hand.
Beslis op tijd
Zolang de Westerschelde open is blijven de aanzienlijke kosten van dijkversterkingen doorgaan. Ook investeringen in buitendijkse natuurprojecten zijn overbodig terwijl het zoute binnenwater wacht op haar onvermijdelijk einde. Laten we leren van het verleden en bouwen voor de toekomst met een systeemoplossing die lokale maatregelen vervangt of reduceert. Een Westerscheldedam, een concrete vervolgstap op de Deltawerken, wordt waarschijnlijk nog deze eeuw noodzakelijk. Gezien het grensoverschrijdend belang is het raadzaam om in 2026 te starten met een gezamenlijke Nederlands-Vlaamse verkenning naar het beste plan voor een klimaatbestendige Schelde.
Wil Borm is Integraal waterbeheerder bij Adviesgroep Borm & Huijgens