Ga naar inhoud

Zoet geleiden en zout bestrijden

Door Tim Koorn
Zoet geleiden en zout bestrijden
Gepubliceerd:

Op het laatste Deltacongres werd het weer genoemd: “Bij zeespiegelstijging krijgt Nederland te maken met toenemende verzilting.” Voor tijden van zoetwaterschaarste met ingrijpende maatschappelijke gevolgen is al een verdringingsreeks samengesteld, die aangeeft welke sector prioriteit krijgt. Maar moeten we leren leven met een tekort aan zoet water of kunnen we naast waterveiligheid eveneens waterkwantiteit en waterkwaliteit garanderen?


Geschreven door Wil Borm (Adviesgroep Borm & Huijgens) en Dick Butijn (Stichting Zee en Rivier)


Sinds de Deltawerken leidt men het merendeel van het rivierwater via een open Nieuwe Waterweg naar zee (zie middelste figuur). Dit gebeurt om met tegendruk zoutindringing zoveel mogelijk te voorkomen. Zo blijft er, zeker in droge periodes, weinig rivierwater over voor andere functies zoals natuur, landbouw en industrie. In vrijwel de gehele kuststreek is sprake van beperkte zoetwateraanvoer en toenemende verzilting. Deze situatie wordt ernstiger door klimaatverandering, lagere minimum rivierafvoeren en toename van zoute kwel. 

Nu komt er in Nederland tientallen malen meer aan rivierwater binnen dan we nodig hebben. Daarnaast is er jaarrond een neerslagoverschot. Wanneer Nederland er niet in slaagt om zoetwatertekorten te voorkomen en verzilting tegen te gaan, dan mogen we concluderen dat het niet is gelukt het watersysteem op orde te krijgen.

Voormalige, huidige en mogelijk toekomstige zoetwaterverdeling van Rijn, Maas en Schelde. Percentages aanvoer in zwart en afvoer in wit weergegeven | Beeld Horvat & Partners, VIVA AB AQUA

Pas met zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg (zie rechter figuur) eindigt het grootschalig zoetwaterverlies en ontstaat er ruimte voor een herijking van de landelijke zoetwaterverdeling. Bovendien komt daarmee veel zoet water beschikbaar voor doorspoeling van het landelijk watersysteem wat de waterkwaliteit ten goede komt. 

De bouw van zeesluizen is eventueel te combineren met de aanleg van een derde Maasvlakte. Zeesluizen lossen de problemen van zoetwater en zeespiegelstijging voor een  groot deel op. 

Ze maken hoge investeringen in onder meer rivierdijkversterking en voortdurende aanpassing van infrastructuur aan hogere rivierpeilen grotendeels overbodig. Hoewel de noodzaak duidelijk lijkt zal het nog tientallen jaren duren voordat er zee- en spuisluizen gerealiseerd zijn. Welke effectieve maatregelen zijn in de tussentijd te nemen om met de zoetwatervoorziening en verzilting niet in de problemen komen? 

Om de gevolgen van droogte en verzilting tegen te gaan, is het van belang om zoet water te bergen en onnodig zoetwaterverlies te voorkomen en tevens binnengedrongen zout water gericht af te voeren. 

Vergroten buffercapaciteit
Het gebruik van grondwater is eindig.  We richten ons steeds meer op optimaal gebruik van oppervlaktewater. Dit vereist relatief schone rivieren en toename van buffercapaciteit. Het IJsselmeer is als zoetwaterbuffer voor de noordelijke provincies beperkt en het Volkerak-Zoommeer is voor de zuidwestelijke Delta onvoldoende. 

Sinds de jaren ’70 is er van afgezien het Zuidwesten te verzoeten en daarmee de natuurlijke tegendruk met zoet water te realiseren, zoals in het Deltaplan was voorzien. De nadelige gevolgen worden nu duidelijk voelbaar. 

Er is vraag naar een robuuste en flexibel inzetbare zuidwestelijke zoetwatervoorraad. Gezien de noodzakelijke omvang zijn de voormalige zeegaten hiervoor te gebruiken. De wijze van verzoeting is indertijd voorbereid door de Deltadienst en in 2025 nog eens onderzocht voor het Grevelingenmeer. Ook ditmaal is het resultaat positief. Ecologisch is het gunstig dat hierbij geen sprake is van een plotselinge omslag van milieu, zoals indertijd bij het Volkerak-Zoommeer. Door het inlaten van zoet water aan het oppervlak van het Grevelingenmeer daalt de zoutgrens en kunnen organismen zich geleidelijk neerwaarts en zeewaarts verplaatsen en kan zich een gezond ecosysteem ontwikkelen. Gezien de huidige Zeeuwse zoetwatertekorten is verzoeting het meest urgent. 

Naast grootschalige zoetwaterbuffering zijn er meer methodes, zoals dubbele drainage, lokale waterbassins en circulair gebruik, die bijdragen aan het tegengaan van zoetwatertekorten. Deze zijn echter veelal lokaal en te klein om lange droogteperiodes te overbruggen. Toepassingen op regionale schaal kunnen door de waterschappen per afwateringseenheid nader uitgewerkt worden. Daarnaast zijn spaarbekkens van groot belang voor de drinkwaterproductie. 

Zoetwaterlenzen
Onder hogere bodems zoals stroomruggen, duinen, dammen en dijken vormen zich zoetwaterbellen dankzij het geringe verschil in soortelijk gewicht tussen zoet en zout water. Eén meter opzet van de bovenste zoetwaterlaag leidt maximaal tot een toename van de zoetwaterlens aan de onderzijde met 40 m. Door in poldergebieden geschikte plaatsen te zoeken waar een ringdijk gecreëerd kan worden of al aanwezig is, is het ook mogelijk om zo’n polderdeel hoog onder water te zetten, zodat in de diepte een nieuwe zoetwaterbel ontstaat. Bij geschikte locaties langs de kust wordt zo tevens de kwelweg naar het achterland vergroot en bemoeilijkt, zodat daarheen de zoute kwel vermindert. In droge tijden zijn deze zoetwaterlenzen aan te spreken voor het omringende land. De meeste tijd is er, gezien het neerslagoverschot, al voldoende water om de voorraad aan te vullen.

Ons sloten- en vaartensysteem is primair bedoeld om overtollig water af te voeren. Voor het zoetspoelen van brakke poldersloten van boezemsystemen nemen de zoetwatervraag en daarbij benodigde afvoercapaciteit alsmaar toe. Een tekort aan zoetwateraanvoer is in veel gevallen te voorkomen met behulp van zoete stuwen. Die stuwen zorgen dat de brakke onderlaag uit de watergangen selectief wordt afgevoerd en het zoete water achterblijft. Het waterafvoerend systeem wordt op deze wijze gebruikt voor ontzilten. Dit reduceert de zoetwatervraag in hoge mate. 

Bij zeespiegelstijging neemt de kweldruk vanuit zee toe. Het is te overwegen de zoetwaterlenzen onder de Hollandse duinenrij sterk te vergroten gedurende de natte periodes van het jaar. Daarmee ontstaat niet alleen een stevigere ondergrondse buffer tussen het zout van de zee en het zoet onder het land, ook kunnen de boeren in het gebied achter de duinen langer water uit de bodem onttrekken. 

Voor de zuidwestelijke Delta zijn kustlijnverkorting en verzoeting van de voormalige zeegaten gerichte maatregelen om verzilting tegen te gaan. Dammen voor de zeegaten voorkomen landinwaarts getij, verzilting en zeespiegelstijging. Naast de Nieuwe Waterweg zullen op de langere termijn ook de Oosterschelde en de Westerschelde gesloten moeten worden. 

Voorland
Met de Zuiderzeewerken en Deltawerken ving het herstel van de kustlijn aan en werd het verzoeten van afgedamde zeegaten mogelijk. De Zuiderzee werd een zoet IJsselmeer en het wad slibt op tot een zeer breed voorland dat zich uitstrekt tot de oorspronkelijke kust, de Waddeneilanden. Met een dam of vooroever voor de huidige noordelijke kust (zie figuur) is een blijvend zoet IJsselmeer te garanderen en de verzilting van Friesland en Groningen tegen te gaan. Met het oostwaarts verlengen zullen wellicht schutsluizen in de dam gewenst zijn.

Een dam of vooroever op het wad vanaf Den Oever zorgt voor zoetwaterafvoer langs de kust, voor visintrek, bescherming van de Afsluitdijk door golfafremming en het tegengaan van verzilting van de noordelijke kuststrook en het IJsselmeer. Bouwmateriaal is grotendeels te betrekken van baggerwerk.

Het verbinden van de eilanden om de Waddenzee in te dammen en zo de oude kustlijn te herstellen is een eeuwenoud plan en een zeer effectieve klimaatmaatregel. We zijn in staat dit te realiseren, maar het lijkt maatschappelijk nog lang niet haalbaar. Eerder komt er een tweede kustlijn voor de Zeeuwse en Hollandse kust in beeld met tussenliggende zoetwatermeren. 

Conclusie
Nederland heeft de middelen om waterveiligheid en zoetwatervoorziening blijvend te garanderen, bij voorkeur met gelijktijdige verbetering van de waterkwaliteit. Voortvarende planvorming en realisatie van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg en het verzoeten van het Grevelingenmeer zijn voor een klimaatbestendige toekomst van groot belang. Om de tussenperiode te overbruggen zijn gerichte maatregelen voor zoetwatervoorziening nodig.

Tags: Uitgelicht

Meer in Uitgelicht

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles