Dorre bomen, rottende palen, schimmel in huis, zakkende bodems; allemaal problemen die veroorzaakt kunnen worden door grondwater. Dat gebeurt steeds vaker; door klimaatverandering en bodemdaling nemen de extremen toe. Voor veel gemeenten is het nog niet zo makkelijk om grip te krijgen op het grondwater. Technisch kan er veel, maar grondwater laat zich niet altijd makkelijk beïnvloeden. En ook als dat wel kan, dan spelen conflicterende er belangen: houten paalfunderingen vragen hoog grondwater, gebouwen op een ondiepe fundering juist niet en elk type boom stelt weer zijn eigen eisen. Ondanks de complexiteit is het wel degelijk mogelijk grip op grondwater te krijgen. Het vraagt een gestructureerde aanpak en een lange adem.
Geschreven door Luuk Jacobs (Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen) en Maarten Kuiper (Aveco de Bondt)
In 2025 heeft het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen samen met ingenieursbureau Aveco de Bondt Kennis Aan Huis-werksessies (zie kader) georganiseerd over grondwater voor tien kleine- en middelgrote gemeenten. Eerste conclusie: grondwater staat op de agenda maar de zoektocht naar de juiste aanpak is nog volop gaande. In dit artikel geven we aan de hand van drie voorbeelden uit de werksessies een vijftal tips die gemeenten bij deze zoektocht kunnen helpen. De Kennis aan Huis-werksessies waren onder andere mogelijk dankzij door een bijdrage uit de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek van de Rijksoverheid.
- Nat gras in Zoetermeer
In Zoetermeer zorgde grond- en kwelwater voor problemen op een speelweide: drassig gras voetbalt niet zo lekker. Sinds kort biedt een ondiepe drainagevoorziening uitkomst. De weide is een stuk beter bespeelbaar. De mensen bij de gemeente die verantwoordelijk zijn voor beheer en onderhoud zijn echter niet direct voorstander deze oplossing, zo blijkt tijdens de werksessie. Drainage vraagt meer onderhoud om niet dicht te slibben, zeker als ze ondiep zijn aangelegd. En er is ook nog geen beproefde aanpak voor het onderhoud voorhanden. Is er wel voldoende afgestemd over de gekozen oplossing? Misschien niet. Vanuit water en bodem sturend kun je je zelfs afvragen of het wel handig is om een speelweide naast een boezemdijk te leggen. Maar dan raak je aan het recreatiebeleid. Wordt het daarmee niet te complex? Mogelijk was bredere afstemming in dit geval een goed idee, maar altijd alles integraal is een utopie, dan kom je niet verder. - Belangen in Bodegraven-Reeuwijk
Niet te duur, klimaat robuust, mooi ingepast en morgen klaar, zo zien we onze nieuwe woningen graag. Het verenigen van deze belangen is een flinke opgave voor gemeenten; ook voor Bodegraven-Reeuwijk. Bouwen zonder al te veel de hoogte in te gaan kost veel vierkante meters openbare ruimte, die hard nodig zijn om water vast te houden of te infiltreren zonder (grond)wateroverlast te veroorzaken. Er zijn technische oplossingen voorhanden, zoals waterbergende funderingen, maar die zijn veel duurder en vaak niet toereikend. Onder druk van deze tegenstrijdige belangen moeten medewerkers van de gemeente eisen formuleren die ervoor zorgen dat het grondwater op ontwikkellocaties geen hoofdpijndossier wordt. Dat is niet altijd makkelijk. Om problemen in de toekomst te voorkomen is er in Bodegraven-Reeuwijk behoefte aan gedragen beleid voor grondwater en ander klimaatthema’s; beleid met duidelijke richtlijnen voor iedereen. Om daar te komen moeten direct betrokken medewerkers de aanpak over een lange periode blijven uitdragen richting collega’s, bestuur en bewoners, zo luidt de conclusie tijdens de werksessie. - Dillema’s in Dordrecht
Formeel is iedere eigenaar verantwoordelijk voor het grondwater onder zijn/haar huis. De gemeente moet zich echter wel inspannen (zorgplicht!) om, in de openbare ruimte, te doen wat zij kan is om de grondwaterstand te optimaliseren. Daarbij geldt het doelmatigheidscriterium: de kosten moeten in verhouding staan tot de effectiviteit van de maatregelen. ‘Hoe ver ga je daarbij?’ was de vraag tijdens de werksessie. De gemeente Dordrecht heeft twintig jaar geleden al flink geïnvesteerd in technische maatregelen voor de wijk Land van Valk. Met drainage-infiltratieleidingen (Actief Grondwaterpeilbeheer) wordt de grondwaterstand gestabiliseerd. Kleidammen worden ingezet om op korte afstand van elkaar verschillende grondwaterstanden mogelijk te maken. Zo worden huizen op houten palen én huizen die mee-dalen met de bodem van een acceptabele grondwaterstand ‘voorzien’. Het zijn kostbare maatregelen, maar ook al 20 jaar effectief. De gemeente blijft dat in de toekomst doen voor ondiep gefundeerde woningen. De vraag is wel hoelang deze maatregelen houdbaar blijven bij verdere bodemdaling.
Op de agenda
Tijdens de werksessies ging het gesprek met name over te hoge grondwaterstanden. We hebben veel foto’s van natte kruipruimtes gezien. De link met de recente zeer natte periodes was duidelijk. Ongetwijfeld was dat anders geweest als we in 2020, direct na de droge zomers van 2018 en 2018, deze serie bijeenkomsten hadden georganiseerd. Behalve schade aan groen werd in die periode ook duidelijk dat langdurige verdroging van kleigronden geregeld schade veroorzaakt aan gebouwen. Te droog of te nat, het zijn relatief recente klimaatextremen die maken dat grondwater een belangrijk thema is geworden in de bebouwde omgeving.
Ook blijkt uit de werksessies dat dat de behoefte om beter grip op grondwater te krijgen bijna overal aanwezig is. Dat veel gemeenten nog niet zover zijn, heeft te maken met twee factoren. Ten eerste staat grondwater, door droge zomers van 2018 en 2019 en de natte winters van 2023 en 2024 pas relatief recent (weer) hoog op de politieke agenda. Gemeenten moeten t.a.v. beleid en aanpak een inhaalslag maken. Ten tweede is grondwater, zoals al eerder gezegd, een complex onderwerp; het kost tijd om er grip op te krijgen.
Zijn er dan geen gemeenten die wel al grip op grondwater hebben? Jazeker. Het natte jaar 1998 heeft een aantal gemeenten aangezet om grondwaterproblemen planmatig aan te pakken. En sinds de invoering van de grondwaterzorgplicht in 2008 zijn daar een aantal bijgekomen. Den Haag en Haarlem zijn goede voorbeelden. Ze zijn er kortom, maar wel in de minderheid.
Rode draad
Het woord complexiteit vormt een rode draad in dit verhaal. In de eerste plaats op technisch vlak. Met drainage-infiltratievoorzieningen, ook wel: Actief Grondwater Peilbeheer (zie kader), is het stabiliseren van de grondwaterstand in veel gevallen mogelijk. Maar stabiliseren is iets anders dan sturen zoals dat met het oppervlaktewaterpeil kan. Belangrijk is dat er, naast technische aspecten, nog veel meer speelt. Bijvoorbeeld op juridisch vlak: wie is waarvoor verantwoordelijk, en wat als de gemeente niets doet? En hoe werkt het bij langdurige droogte? Hebben drainage-infiltratiesystemen dan recht op water? Ze hebben tot nu toe nog geen plaats in de verdringingsreeks gekregen. Of communicatie: hoe leg je uit dat iemand verantwoordelijk is voor het grondwater onder zijn/haar huis terwijl hij/zij vaak weinig kan doen om die verantwoordelijkheid om te zetten in daden? En dan is er vaak ook nog sprake van stapeling van opgaves. Te hoog en/of te laag grondwater is niet zelden terug te vinden op plekken waar nog meer speelt, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en sociale achterstanden. Zo komen we vanzelf ook uit bij de link met de woningbouwopgave en RO-keuzes in het algemeen…
Grip
De stapeling van factoren en dwarsverbanden maken de urgentie om beter grip krijgen op grondwater alleen maar groter. In de ideale situatie ligt er een set van beleidsregels en normen die duidelijk maken waar de gemeente zelf naar streeft en waar ontwikkelaars rekening mee moeten houden. Maar juist vanwege de complexiteit ligt een doortimmerd grondwaterbeleid niet één, twee, drie op tafel. Wij denken dat de volgende vijf tips kunnen helpen:
- Formuleer een stip op de horizon. Waar wil je de komende jaren heen? Dat geeft richting aan de stappen die je gaat zetten en het helpt om er over te communiceren. Hoe kan zo’n stip op de horizon eruitzien? Bijvoorbeeld: ‘over vier jaar gebruiken we standaard het grondwatermeetnet bij overlastmeldingen en om richting te geven aan projecten in de openbare ruimte. Daarnaast ontwikkelen we een dekkend grondwatermodelmodel en vertalen dat naar risico- en handelingskaarten (waar draineren, waar infiltreren?) en ontwerpstandaarden. De volgende vier jaar komt de focus te liggen op voorlichting en een participatieve projectaanpak in de risicobuurten.’
- Gun jezelf de tijd. Grip op grondwater vraagt kennis over het systeem en complexe belangenafwegingen. Dat gaat niet van vandaag op morgen. Onze inschatting is dat het wel twee á drie water- en rioleringsplannen kan duren voordat de kaders helder zijn en de neuzen dezelfde kant op staan. Dan hebben we het over acht tot twaalf jaar. Zolang je maar elk jaar weer de inspanning levert om de goede kant op te bewegen, is dat geen probleem en zelfs nodig.
- Begin bij kennis. Alles staat of valt met specialistische kennis van het bodem- en watersysteem in relatie tot kennis van riolen, groen en gebouwen. Doe onderzoek, dan weet je hoe het zit en wat eraan gedaan kan worden. En maak de kennis begrijpelijk zodat je er met collega’s, bestuurders en bewoners over kunt praten. Neem mensen mee met elke stap die je zet, ook als er nog geen oplossing is.
- Niet zwart-wit. Complexe problemen leiden onder druk vaak tot zwart-wit keuzes zoals: ‘grondwater sturen kan niet’, of: ‘we moeten elke druppel infiltreren’. Probeer ze te vermijden! Grip op grondwater kost tijd; goed als alle betrokkenen dat snappen.
- Korte slagen. Grip op grondwater krijg je door steeds weer een cirkel te doorlopen van onderzoek, communicatie, beleid formuleren, beleid uitvoeren en evalueren. Je boekt de meeste vooruitgang als je in korte slagen werkt.
|
|
![]() Kennis aan Huis Een Kennis aan Huis-werksessie is thematische bijeenkomst, op locatie, gericht op brede groep betrokken medewerkers van één organisatie (gemeente, waterschap, provincie, corporatie, e.d.). Het lokale of regionale vraagstuk is het vertrekpunt. Een Kennis aan Huis-werksessie is gericht op het verbreden van de kennisbasis binnen de organisatie. Experts uit het netwerk van KBF brengen de laatste stand van kennis in op het thema en ondersteunen het gesprek. |

