Martine Stam, ontwerp- en projectleider waterveiligheid bij Sweco, heeft de publieksprijs van de Prins Friso Ingenieursprijs 2026 gewonnen. In aanloop naar de prijsuitreiking ontving zij de meeste publieksstemmen. Tijdens de Dag van de Ingenieur ontving zij de prijs.
Binnen Sweco opereert Stam op het snijvlak van waterveiligheid, duurzaamheid en ketensamenwerking. In zowel projecten als bestuurlijke rollen richt zij zich op integrale oplossingen, waarin thema’s als circulariteit, natuurinclusiviteit en emissiereductie structureel worden meegenomen.
De Prins Friso Ingenieursprijs wordt jaarlijks toegekend aan professionals die bijdragen aan een duurzamer en toekomstbestendig Nederland. De publieksprijs vormt daarbij een bijzondere categorie, omdat vakgenoten, opdrachtgevers en andere betrokkenen rechtstreeks hun waardering uitspreken. "De publieksprijs voelt als een mooie erkenning voor het werk dat ik doe bij Sweco, zowel in projecten als via Koninklijke NLingenieurs binnen de Taskforce Deltatechnologie", zegt ze op de site van Sweco.
Volgens Stam laat de prijs zien dat impact niet alleen is weggelegd voor ondernemers of zelfstandigen."Ik ben er trots op dat dit laat zien dat je geen eigen onderneming hoeft te hebben om strategische impact te maken. Ook vanuit een architecten- en ingenieursadviesbureau als Sweco is het mogelijk om actief te zijn op het snijvlak van techniek, beleid en samenwerking. En ik ben trots dat ik op dit podium mocht staan tussen zeer ervaren ingenieurs en ondernemers. Het bevestigt voor mij dat er de komende jaren nog veel te bereiken is als ecosysteem-ingenieur."
De kern van Stams werk ligt in het verbinden van disciplines en partijen. Ze pleit voor een manier van werken waarin waterveiligheid niet los wordt gezien van andere ruimtelijke opgaven, zoals natuurontwikkeling en circulariteit. “De grote ruimtelijke en infrastructurele opgaven kunnen we alleen aanpakken door intensief samen te werken, over organisatiegrenzen en disciplines heen. Circulair, natuurinclusief en emissieloos ontwerpen moet de standaard zijn. Daarbij moeten we verder vooruitkijken, tot wel 100 à 200 jaar.”